De strijd om Spanje

boek maandag 05 november 2007

Anthony Beevor

Op 17 juli 1936, brak de Spaanse Burgeroorlog uit, het wreedste en bitterste conflict in de geschiedenis van het land. Drie jaar duurde de ongelijke strijd tussen het goed georganiseerde leger van rebel Franco, gesteund door Mussolini en Hitler en de Republikeinse regering, gesteund en uitgebuit door Stalin. Spanje zelf worstelt nog elke dag met dat verleden. De regering Zapatero zal een aanbeveling formuleren om monumenten van Franco uit de jaren 1939-1975 weg te halen. In Madrid verdween in 2005 het laatste gedenkteken, onder luid protest van 700 falangisten. Enkele honderden straten, pleinen en kerkgevels verwijzen nog naar Franco of zijn medestanders, onder meer het gigantische mausoleum van 260 meter lang en 22 meter breed, in de Valle de los Caídos, 40 kilometer ten noorden van Madrid, dat tussen 1940 en 1959 in de rotsen uitgehouwen werd door 20.000 dwangarbeiders uit het republikeinse kamp en waar 46.000 mensen werden begraven.

De vraag is wanneer en of de tamelijk autonome lokale besturen de richtlijn zullen uitvoeren, zeker wanneer de conservatieve Partido Popular, de politieke erfgenaam van Franco, er de plak zwaait. Doordat de oorlog ook is voortgezet in de verhitte geesten van velen en op papier, zijn er al meer dan 20.000 boeken over geschreven en blijven er maar meer verschijnen. We beperken ons tot een tweetal en verwijzen naar enkele andere. Vooraf dit: de Spaanse historici hebben dit onderwerp angstvallig gemeden; de specialisten zijn Britten. Hun boeken werden telkens in grote oplagen vertaald in het Spaans.

Voor een exhaustief militair verslag moet je bij Antony Beevor zijn. Hugh Thomas is nog wat uitvoeriger met zijn boek van 927 bladzijden, met veel oog voor de humane en culturele kant van de strijd. Maar zijn boek dateert al uit 1961. En de lezer verliest er de weg in de eindeloze details. Beevor beschrijft in De strijd om Spanje op 524 dicht bedrukte pagina’s niet enkel het oorlogsgebeuren, maar ook de voorgeschiedenis, de diepe kloof tussen het Volksfront en de generaals, de rol van de Sovjet-Unie, de internationale brigades, de oorlog zelf, de krijgstechnieken, Guernica, de ondergang van de Republiek, het ‘vae victis’ de franquistische goelag, de ballingen, de invloed op de Tweede Wereldoorlog en op de Koude Oorlog. Opmerkelijk in die voorgeschiedenis is dat Beevor ze niet vertelt vanaf 1931, toen de republiek werd uitgeroepen, maar vanaf het verre verleden van de Reconquista tegen de Moren, die duurde van de 8ste eeuw tot 1492. De nationale alliantie beriep zich namelijk op de overwinning van 1492 en ze noemden hun strijd een tweede Reconquista, waarbij de liberalen, socialisten, communisten, anarchisten en separatisten beschouwd werden als de nieuwe heidenen.

Bovendien ziet Beevor de oorlog niet alleen als een strijd tussen links en rechts, maar ook tussen het Madrileense staatscentralisme en de regionale autonomie, tussen het autoritarisme individuele vrijheid. Het gebrek aan parlementaire traditie en burgerlijke ondernemingszin, de diepe kloof tussen een profiterende bovenlaag en een arm proletariaat, tussen een agrarisch katholicisme en een onberekenbaar anarchisme waren allemaal factoren die bijdroegen tot het gewapende conflict. De republikeinen worstelden met onderlinge tegenstellingen en regelrecht wantrouwen, met communisten die centralistisch en autoritair waren versus regionalisten en vrijdenkers, die eerder anarchistisch dachten. In hun propagandaoorlog beweerden de nationalisten dat zij de christelijke waarden, de orde, de westerse beschaving verdedigden tegen het ‘Aziatische’ communisme, dat massamoorden pleegde op priesters, nonnen, kerken en kunstschatten.

Elke partij zag de ander enkel als een vijand, die zonder medelijden vermoord of verkracht mocht worden. Dit laatste was dus geen vondst van de Tweede Wereldoorlog of van de oorlog in Joegoslavië: generaal de Llano riep via de radio zijn soldaten op hun mannelijkheid te tonen in de veroverde steden. De ergste wreedaards waren de ‘moros’, de soldaten die in de Noord-Afrikaanse woestijn gelegerd waren: hun bloeddorstigheid kende geen grenzen. De republikeinen verweerden zich met het argument dat de wettig gekozen regering in februari 1936 aangevallen was door reactionaire generaals en door de Europese Asmogendheden en dat het de taak van links was waarden zoals democratie, vrijheid en verlichting te verdedigen tegen de gevaren van een autoritaire vijand. Links vergat daarbij dat zij het ook niet zo nauw namen met de democratische vrijheden en met de grondwet en dat ze in hun eigen kamp elkaar nog wreder uitmoordden dan aan het front.

Volgens Beevor deden de partijen dus niet voor elkaar onder in wreedheden, hele dorpen werden uitgemoord, maar de wreedheden van Franco duurden na de oorlog nog bijna dertig jaar. Tot aan zijn dood tekende Franco doodvonnissen bij een kop koffie na de maaltijd, afwisselend met een E (ejecutar, meteen doodschieten), C (cambiar, omzetten naar levenslang) of G ( garrote y prensa, de middeleeuwse wurgpaal, in voege tot 1975!). Beevor beweert dat ook de linkse leider Largo Caballero in 1936 met een burgeroorlog dreigde, als rechts de verkiezingen zou winnen en dat hij een republiek zonder klassenstrijd wilde en dat eerst een klasse moest verdwijnen om dat doel te bereiken. Dit klonk heel leninistisch en toonde meteen aan dat het democratische gehalte van de republiek ondermaats was. Kortom, Beevor heeft zijn twijfels over beide partijen. Het strengst is hij voor Franco persoonlijk en voor de communisten, die eerder een burgeroorlog tegen anarchisten en trotskisten voerden. Hij is ook heel kritisch tegenover de Britten en hun politiek van non-interventionisme, die meer heeft bijgedragen tot de nederlaag van links dan de hulp van Italië en Duitsland. Hij publiceert ook een lange lijst van alle betrokken partijen, waaruit blijkt dat de nationalisten uit vier grote en een tiental kleinere groeperingen bestonden en de republikeinen een nog veel bontere mengeling vormden. Zijn boek is rijkelijk voorzien van noten, bronnen (vooral Russische), 12 kaarten, foto’s, register. Dit laatste is ook nodig, want het krioelt van de eigennamen. Jammer dat er ook geen plaatsnamen bij staan. Een Spaans woordenboekje is wenselijk voor wie begrippen zoals requetés, asaltos, chato niet kent.


Recensie door Jef Abbeel

Anthony Beevor, De strijd om Spanje, Anthos/VBKU, 2006.

Links
Mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be