Een vage buitenlander

boek vrijdag 24 december 2010

Benno Barnard

Schrijvers, wat is er van de mens? Het is de titel van een van de essaybundels van de Vlaamse romanschrijver Maurice Roelants. De uitdrukking refereert aan de poging van de romancier de mens psychologisch te vatten. We schrijven 1927. De twintigste eeuw zou de eeuw van de psychologie worden, met alles wat dat aan onnozele onzaligheden, onheil, domme en kinderlijke maatschappijbeelden en, last not least, slachtofferisme, zou meebrengen. Wie dieper wilde graven, instrumentaliseerde vanaf de jaren zestig de sociologie, maar die discipline werkte zo mogelijk nog noodlottiger uit omdat slechts de maatschappelijke oppervlakte en de vierkante millimeter geëffleureerd werden en omdat de sociologie in handen van de 68’ers tot ideologie verwerd.

Weber en Durkheim draaiden zich om in hun graf. Het ligt in de rede dat de herboren Marcusianen en Gramscianen alleen nog maar maatschappijkritische romans wilden lezen – aan het echte werk, de belletrie, om het met een wat archaïsch woord te benoemen – kwam men helaas nooit toe. Het is dus bijna vanzelfsprekend dat in zo’n era van postmoderne lichtzinnigheid het werk van een schrijver als Benno Barnard niet echt aan de orde van de dag werd gesteld. Zijn oeuvre overstijgt immers alle genres. Het hanteert een taalgebruik dat niet alleen schittert, maar het wordt ook in vlekkeloos Nederlands geschreven – kom daar maar eens om bij de modale Vlaamse auteur. De paradox is immers, dat de trots van de 19de-eeuwer op zijn taal, het domein van waaruit zijn flamingantisme vertrok, vandaag verworden is tot het voldane gevoel dat ieder zijn eigen brabbeltaal mag hanteren.

En dan is daar Een vage buitenlander. Terug naar Engeland (Atlas, 2009), een hybride waarin het berenhart van Barnard via een combinatie van primitieve en krachtige associaties, de eigen gecreëerde mythologie van een fatsoenlijk, conservatief-liberaal en idyllisch Engeland van behaaglijke huiskamers en anglicaanse traditie oproept, nog niet gehinderd door de ‘totale Mobilmachung’ van activistische en amechtige voortgangsgedachten. Het wonder daarbij is, dat deze mythe geldingskracht krijgt via Barnards taalbrille, die inderdaad van een andere orde is, een die steeds de sentimentaliteit van de Biedermeier overstijgt: zijn Bezwaren tegen den geest der eeuw (Da Costa) en zijn Few Words abouth the Twentieth Century (naar Matthew Arnold) zijn krachtig, soms in vitriool gedoopt, maar steeds geïmpregneerd door een regressief verwijlen dat revolutionair aandoet.

Het proza van Barnard slaagt erin een Engeland te creëren waarin conservatieve mensen – denk aan Benjamin Disraeli – fatsoenlijk zijn en daardoor ons beeld van een bepaalde periode topsy turvy zetten. De typische Englishness van Howard’s End van E.M.Forster en The Remains of the Day wordt onder de handen van deze taaltovenaar onderstut door een platteland waarin cottage, gekookt ontbijt, rozenkweek, lauw bier, het gezongen avondgebed (evensong), de robijnen gloed van de oude port en de voor de buitenstaander nauwelijks te vatten hogere nonsens, de culturele ingrediënten vormen van een rijk dat ooit een vanzelfsprekend imperium was.

Het jongetje Barnard begint in 1956 – het jaar waarin de familie het continent verlaat voor Engeland omdat de Russen in Hongarije het stalinisme op een wel heel bijzondere manier introduceren, want moest Janos Kadar immers niet letterlijk zijn eigen stront vreten?! – dat jongetje dus begint vanaf dan zijn eigen Engeland bijeen te fantaseren, en datzelfde jongetje, verkleed als man, realiseert zich in 2006 dat hij op dat moment vijftig jaar getrouwd is met ‘de Engelsman in mij’, een kind dat ‘als vader van de man’, zoals Wordsworth het zo mooi uitdrukte, bij ons ten onrechte vergeten helden als Erasmus Darwin, James Boswell en Samuel Johnson in zich draagt, wat niet meer of minder betekent dat ook hij, zoals de krankzinnige erudiete lexicograaf Johnson, een peilloze somberheid onder een sublieme geestigheid verbergt. Het is Johnsons werk, dat toegangskaartje tot de Engelse Verlichting, dat de wel erg eigenzinnige Werdegang van de ontijdig geborene Barnard begeleidt en aangeeft dat deze Belgische Nederengelsman veel en veel complexer in elkaar zit dan zijn simplistische tegenstrevers denken.

Net zoals de reisboekenschrijver H.V.Morton is Barnard ‘in search of Engeland’, een onrealistisch Engeland dat, zoals de auteur schrijft, soms op de boden van het interbellum is blijven liggen, het Engeland van het verlangen naar de plattelandspub en van de bijzondere intimistische esthetica van zijn kerkhoven: die vormen van Englishness verzoenen hem met het irrationele. Maar wat Barnard hier meesterlijk en via een soms archaïserend taalgebruik neerzet, is bovenal het Engeland van zijn pas gestorven vader, de dichter en preker Willem Barnard, een poëet die wegens zijn ‘ouderwetsheid’ lang verborgen bleef maar die gelukkig de laatste jaren op moderne bijval kan rekenen. Als je lang genoeg leeft, word je gelukkig niet postmodern, maar word je ooit opgenomen in de moderne literaire canon, een stelsel waarin ook zoon Benno, een verdwaalde Engelsman, ooit zal terechtkomen, omdat Willem Barnards eigenzinnige smaak de mal was waarin de zoon zijn hele kindertijd lang werd gevormd. In die zin is ‘Een vage buitenlander’ ook het boek van zijn vader.

Bij dat opmerkelijke insulaire volkje met zijn Latijnse precisie, zijn Keltische verbeeldingskracht en zijn dosis boerenverstand van Saksische oorsprong (de idiosyncratische definitie is van Benno’s vader), in ‘England’s green and pleasant land’, moest volgens de dichter William Blake het nieuwe Jeruzalem opgericht worden, een stad, zo stel ik me samen met de linkse conservatief Barnard voor, die architectuur als kunstvorm gebannen heeft en waar geen nachtwinkels zijn, een stad in het mythische stamland van de Barnards waar conservatisme betekent dat herinneringen minder gevaarlijk zijn dan verwachtingen, een plaats waar Edward VII altijd blijft regeren, waar het spokendom met zijn negentiende-eeuwse geestenfotografie gecultiveerd wordt, waar de overgevoeligheid voor het onverklaarde een krankzinnige karaktertrek is geworden en waar Tom’s Midnight Garden van Philippa Pearce voor eeuwig op alle lectuurlijstjes blijft bestaan.

Barnards Engelandliefde transcendeert alle kwaad dat vanuit dat land ook tot bij ons in gemitigeerde vorm is komen aanwaaien: het abominabele onderwijs (dat stilaan vorm krijgt bij ons, spijts alle PISA-onderzoeken), de gewelddadige bendes in de grote steden en de tienerzwangerschappen. Het leven onder de grote theemuts die Engeland heet, heeft dan misschien alleen bestaan in de imaginatie van dichters en romanschrijvers, maar op een of andere manier zet dat specifieke welnessgevoel zich voort bij alle anglofielen op deze wereld. Het slaagt er zelfs in het vulgaire Engeland dat ook bestaat (en hoe!) nu en dan voorbij te steken, op voorwaarde echter dat je zoals de auteur door dat merkwaardige land struint met in de hand overjaarse reisgidsen: pas dan ontmoet je dat vreemde Britse ras waarvan de kinderen ooit in een ketel met thee zijn gevallen, rare en snoezige mensen van wie de meesten een beschaafde gekte hebben ontwikkeld, een lief soort argeloosheid incarneren, de truc vinden om via een uitgekookte wellevendheid onbeschoft te zijn en tuk op lieve pastorieën en plattelandsmoorden. Het levert een vriendelijke cultuur op waarvan Orwell zo hield, en hij is toch by far and large de schranderste auteur van de twintigste eeuw. Het bijzondere aan dit boek is niet alleen de tover van de taal, het inzicht in het mythische, de schaduw van de vader die erdoorheen schemert, maar meer nog het diepzinnige vermogen het irrationele van de eigen Engelandconstructie in te zien, waardoor de schrijver uiteindelijk zijn eigen ‘golden bough’ schept. Men kan dit boek lezen als een ode aan Engeland, als een familiekroniek, als een reisverslag, als een antropologisch onderzoek dat zichzelf niet altijd au sérieux neemt, als een religieuze ode aan het conservatisme en aan nog zoveel meer. Dat alles maakt de kracht uit van dit fabelachtige boek dat de lezer achterlaat met heimwee en een stil verlangen. De Poolse filosoof Leszek Kolakowski stelde zichzelf ooit de vraag ‘Hoe een conservatief-liberaal socialist te zijn?’ Benno Barnard geeft met dit boek een begin van een antwoord op de netelige kwestie of we achteruit naar voren moeten gaan. Hij lost de kwadratuur van de cirkel van het leven hiermee niet op maar het helpt zijn visie aandachtig tot zich te nemen.

Wie dit mooi gecomponeerde boek rustig en studieus leest, niet afgeleid door het spetterende jongleren met de taal, zal in dit werk troost vinden, de consolatio van een doorleefde belletrie, van een kijk op het leven waarvan de postmoderne mens, gepokt en gemazeld in sociologie, psychologie en politicologie, zal gruwen maar die hem te stade zou komen als hij even zou stilstaan en verwijlen bij de essentie van het schone, het ware en het goede. Is dit boek religieus angehaucht? Ik denk het wel, maar het is dan allicht de religiositeit van John Henry Newman, weer zo’n verdomde Engelsman - en de agnostische anglicaan Benno Barnard zal het me wel vergeven dat kardinaal Newman katholiek was. Maar zoals Newman spreekt Barnard van hart tot hart: cor ad cor loquitur. Daarom ook biedt dit boek zoveel vreemde troost.


Recensie door Wim van Rooy


Benno Barnard, Een vage buitenlander. Terug naar Engeland, Atlas, 2009

Links
mailto:wimvanrooy@gmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be