Revolutionair verval

boek vrijdag 27 januari 2012

Thierry Baudet en Michiel Visser

Wat is conservatisme? Die vraag is door het merendeel van de denkers die in Revolutionair verval en de conservatieve vooruitgang in de 18de en 19de eeuw aan bod komen nooit direct beantwoord. Het zou een hoop hebben gescheeld als een conservatieve wijsgeer zich, naar het voorbeeld van Immanuel Kant (Was ist Aufklärung?), over het begrip had gebogen. Nu is de zoektocht naar wat conservatisme betekent vooral een kwestie van interpretatie. Het is verleidelijk om de passages uit de oude teksten van denkers en staatsmannen als Edmund Burke, Alexis de Tocqueville en David Hume naar eigen voordeel te interpreteren. Vaak ontaardt dat in filosofisch getouwtrek tussen conservatieven en bijvoorbeeld liberalen die beide een denker willen claimen. Toch is de keuze van de redacteuren van dit boek, Thierry Baudet en Michiel Visser, om het conservatisme te illustreren door een aantal (al dan niet) conservatieve denkers te portretteren, juist geweest; de verzameling essays, stuk voor stuk geschreven door geestverwanten, geven een uitermate helder beeld van het conservatisme in 18de en 19de eeuw.

Revolutionair verval is het tweede deel in een tweeluik. Het eerste deel (getiteld Conservatieve vooruitgang, de grootste denkers van de twintigste eeuw) behandelde het gedachtegoed van onder andere Ludwig Wittgenstein, Ortega Y Gasset, C.S. Lewis, Johan Huizinga en Friedrich von Hayek. Centraal stond de gedachte dat het conservatisme de strakke scheidslijn tussen links en rechts doorbrak. Conservatief als tegenovergestelde van progressief? Onzin, aldus de redacteuren. Conservatisme staat weliswaar tegenover revolutionair maar, zo stellen Baudet en Visser in het voorwoord van Revolutionair verval, ''vooruitgang is zoiets als rechtvaardigheid – het is nonsens om er tegen te zijn, de vraag is hoe concreet invulling te geven aan een dergelijk abstract begrip.''

Het idee van progressief conservatisme, het conservatisme van de geleidelijke vooruitgang, is voor een groot deel terug te voeren op de filosofie van de aartsvader van het conservatisme, Edmund Burke. De in 1730 in Dublin geboren Burke belichaamde de weg van geleidelijkheid. Baudet en Visser, die het hoofdstuk over Burke voor hun rekening namen, zetten op een geslaagde manier de progressieve politiek van Burke ten opzichte van Ierse katholieken, de Amerikaanse revolutie en de Engelse koloniën tegenover zijn notie van 'little platoons' – de gemeenschap waarin iedereen geboren wordt, of in de woorden van Burke: ''To be attached to the subdivision, to love the little platoon we belong to in society, is the first principle (the germ as it were) of public affections” – de spirit of a gentleman (Burke heeft het letterlijk over 'manners') en the spirit of religion waar onze beschaving op gebouwd is. Een omissie in het hoofdstuk over Burke is de analyse die Leo Strauss, nota bene een denker die aan bod kwam in Conservatieve vooruitgang, van de Ierse staatsman schreef in Natural Right and History (1953). Strauss, die stelde dat Burke schreef in de geest van Aristoteles en Cicero (de laatste wordt door Baudet en Visser een enkele keer genoemd), zou, als één van de meest prominente conservatieven uit de geschiedenis, een mooie aanvulling zijn geweest op het al rijke hoofdstuk. Overigens is ook het ontbreken van een behandeling van Thomas Paine, die Burke's antirevolutionaire gedachten met zijn Rights of Man stevig van repliek bediende, een hiaat te noemen.

Naast hoofdstukken over Alexis de Tocqueville (door de Leidse hoogleraar Andreas Kinneging), Lamennais (zeer volledig beschreven door Paul Cliteur) en Joseph de Maistre en Louis de Bonald – het duistere irrationele denken van De Maistre wordt gezien als een fundament voor het fascisme – hebben ook de Britten Roger Scruton en Theodore Dalrymple een bijdrage geleverd. Zowel Scruton als Dalrymple zetten zich sterk af tegen de huidige maatschappij. De eerste schreef onder andere het boek Beauty (2009), gevolgd door de documentaire Why Beauty matters in datzelfde jaar, waarin hij de moderne kunst verwerpt en het standpunt inneemt dat ''Britain has become indifferent to beauty''. Dalrymple baarde opzien met zijn boek Spoilt Rotten: The Toxic Cult of Sentimentality (in het Nederlands vertaald naar Door en door verwend, kritiek op de sentimentele samenleving) waarin hij zich uitsprak tegen wat The Guardian in een recensie ''the [...] vulgar displays of emotion and it is fair game to coerce anyone who fails to conform'' noemde.

Scruton en Dalrymple werpen zich op als conservatieve cultuurcritici die graag zouden terugkeren naar vervlogen tijden. Vandaar hun indirecte oproep tot een nieuw ethisch reveil. De nostalgie die Scruton en Dalrymple op papier hebben gezet, zit er bij veel conservatieven diep ingebakken. Vaak uit zich dat echter in een overdreven voorliefde voor het 'oude' in het algemeen, van kleding tot beeldende kunst. Opvallend zijn de eerste twee hoofdstukken van Revolutionair verval waarin Montesquieu en David Hume worden behandeld. De eerste, zo schrijft Arnold Heumakers, ''geldt terecht als een van de meest vooraanstaande Verlichtingsfilosofen''. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Heumakers pas aan het slot van het hoofdstuk tot het vermeende conservatisme van Montesquieu komt. Volgens Heumakers uitte Montesquieu's conservatisme zich onder andere in het feit dat hij de adel als ‘onmisbaar’ achtte. De adel had volgens Montesquieu een functie als zogenaamde pouvoir intermédiair. Ook wees de schrijver van De l'esprit des lois op het gegeven dat ook democratieën, evengoed als monarchieën en aristocratieën, in despotisme kunnen vervallen.

Ook Livingston begint zijn hoofdstuk over David Hume veelzeggend met de zin: ''er is vaak betoogd dat de Schotse filosoof David Hume buiten de conservatieve traditie valt.'' De gedachte dat Hume's verwantschap met het scepticisme, utilitarisme (volgens Jeremy Bentham) en het positivisme niet tot conservatisme kan leiden, is volgens Livingston een misverstand. Hume heeft zelfs, zo schrijft Livingston, ‘een ereplaats in het pantheon van het conservatieve denken’. Het contrast met bijvoorbeeld historicus Philipp Blom (auteur van Het verdorven genootschap, over radicale Verlichtingsdenkers als Holbach, Helvétius en Diderot), die Hume tot de radicale Verlichtingsdenkers rekende, kan niet groter. Revolutionair verval bevat ook onderhoudende hoofdstukken over de Nederlandse conservatieven Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper. De eerste was jarenlang lid van de Tweede Kamer en legde de basis voor de Anti-Revolutionaire partij die de laatste later zou oprichten. In Het calvinisme, oorsprong en waarborg onzer constitutioneele vrijheden plaatst Kuyper zich in één veel omvattende zin in de traditie van Edmund Burke: ''Als Burke nu, zoo willen ook Hollands calvinisten zijn; vóór de vrijheid, maar tegen de onderstebovenkering van elke orde der natuur.''

Revolutionair verval werpt een helder licht op het begrip conservatisme in de 18de en 19de eeuw. Een strakke definitie van het begrip blijft achterwege maar dat is maar goed ook. Het zogenaamde progressieve conservatisme laveert op die manier tussen de ideologische rotsblokken van liberalisme en socialisme of, met de grove kwast, links en rechts. Als je de rijke beschrijvingen van de conservatieve denkers leest, overvalt je de gedachte dat in iedereen een conservatief (met een kleine c) schuilt. Zelfs de meest progressieve denkers kunnen zich vinden in de gedachte dat je het goede moet behouden en het ondeugdelijke moet corrigeren. Aan de ene kant maakt die vanzelfsprekende gedachte het conservatisme aantrekkelijk, aan de andere kant werpt het de vraag op of het conservatisme wel als afzonderlijke denkrichting kan worden opgevat. Voor zij die twijfelen kan het in ieder geval geen kwaad om Revolutionair verval te lezen.


Recensie door Daniel Boomsma

Thierry Baudet en Michiel Visser, Revolutionair verval en de conservatieve vooruitgang in de 18de en 19de eeuw, Bert Bakker, 2011

Links
mailto:daniel_boomsma@hotmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be