Moeten we van elkaar houden?

boek vrijdag 16 december 2011

Bas Heijne

De extreemrechtse partij Vlaams Belang mag dan wel electoraal rake klappen krijgen, haar boodschap ‘Eigen volk eerst’ leeft in Vlaanderen en zelfs in geheel Europa sterker dan ooit. Na een halve eeuw van groot optimisme over onze gemeenschappelijke toekomst, in de vorm van een steeds uitdijende Europese Unie, waarin we een voordien ongekend hoog niveau van welvaart en vrede kenden, lijkt de slinger van de geschiedenis terug te slaan naar vroeger. Dat het nationalisme, het conservatisme en het protectionisme een heuse revival kennen merken we in zowat alle Europese landen. In Vlaanderen is er de opmerkelijke opgang van de NVA die in wezen een separatistisch discours voert. In Nederland en Denemarken zijn regeringen aan het bewind die alleen maar kunnen overleven mits gedoogsteun van partijen die pleiten voor een terugkeer naar een vermeende eigen identiteit. In Frankrijk haalt extreemrechts in de figuur van Marline Lepen ongekende hoogtes in de peilingen en zelfs president Sarkozy liet zich verleiden door een xenofoon discours tegen de Roma-zigeuners. In Finland haalde de partij ‘de Ware Finnen’ met een extreemnationalistisch discours een monsteroverwinning. In Hongarije is er de beangstigende opmars van de Jobbik-partij die zich openlijk keert tegen vreemdelingen en zigeuners.

Al deze partijen spelen handig in de gevoelens van angst en onzekerheid die de burgers in het Westen kennen ingevolge de spectaculaire terreuraanslagen, de opmars van China en India, de toenemende immigratie, de ecologische rampspoed, de financiële en bancaire crisis, en andere elementen die de hoop op een betere toekomst de kop indrukken. Het gevolg is een vloedgolf van pessimisme, nationalisme en populisme. De leiders van de populistische partijen houden de kiezers voor dat we ons moeten terugtrekken uit de geglobaliseerde wereld en dat we verlost van vreemde invloeden en mensen opnieuw het geluk zullen vinden. In één beweging keren ze zich ook tegen de grote idealen van de Verlichting, zoals vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. In de plaats bepleiten ze cde eigenheid, trots en verwantschap met de ‘eigen’ mensen. Vandaar hun slogans: ‘Restore America’, ‘Trots op Nederland’ en ‘Mut zur Heimat’. Over deze spectaculaire opmars van het populisme en haar beweegredenen schreef de Nederlandse auteur en essayist Bas Heijne het opmerkelijke boekje Moeten wij van elkaar houden? Daarin ontleedt hij niet alleen dit fenomeen, maar probeert hij het ook de redenen van haar succes te begrijpen. En die reden lijkt op het eerste zich verrassend eenvoudig te zijn: het is de angst om alles wat we hier hebben, kwijt te geraken.

‘Waar de toekomst wordt gevreesd, bloeit de nostalgie’, schrijft Bas Heijne en dat klopt ook. De gedachte dat het vroeger beter was, is bijzonder sterk. Het verleden wordt geïdealiseerd en geeft de mensen de illusie dat ‘de tijd van toen’ ook echt kan hersteld worden. Tegelijk is het een houding tegen de mondialisering die steeds sterker wordt en mensen voor een existentiële keuze plaatst: doen we daaraan mee of trekken we ons terug op onze eigen kracht’. Die laatste gedachte wordt voortdurend gevoed door populisten van allerlei slag. Ook en vooral door religieuze leiders die zich keren tegen andere geloofsopvattingen, maar in het bijzonder tegen ongelovigen. Dat is geen opbeurende gedachte en doet me denken aan de waarschuwing van de Nederlandse auteur Guus Kuijer dat mensen met een verschillend geloof misschien wel ruzie maken, maar dat ze zich finaal samen zullen keren tegen diegenen die geen enkele God vereren. Bas Heijne schrijft dat politici vaak religieuze sentimenten gebruiken om hun wereldse ambities te verwezenlijken. Het is een understatement.

‘Pragmatisme – het land moet bestuurd worden – maakte plaats voor principes’, aldus de auteur. Dat is inderdaad het geval en spoort met de hedendaagse manier van denken over de immigranten. Vandaag gaat het niet langer over de principes van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar over identiteit en conformisme. In die zin moeten we de idealen van de Verlichting niet zozeer temperen, maar juist versterken. Vooral linkse cultuurrelativisten hebben het daar moeilijk mee. Ze verwerpen universele morele claims en keren zich unisono tegen het individualisme. Nochtans is het recht op zelfbeschikking – want dat is het individualisme – dé cruciale drijfveer geweest in de loop van de geschiedenis en derhalve de belangrijkste waarde in de westerse samenleving. De auteur ziet dit als een bondgenoot van het ‘hedonisme’ maar dat klopt niet. Individualisme en de bekommernis om anderen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In die zin is het verkeerd te denken dat een luidere roep naar meer zelfbeschikking geleid heeft tot onverschilligheid tegenover anderen. Integendeel. Vooral voorstanders van het individualisme staan aan de kant van allochtonen, vooral vrouwen, die omwille van culturele en religieuze redenen onderdrukt worden.

Bas Heijne maakt zich terecht zorgen over de manier waarop nieuwrechtse groepen de idealen van de Verlichting claimen, maar tegelijk blind blijven voor allerlei vormen van onrecht die voortvloeien uit de sociale omstandigheden waarin jongeren opgroeien. Anderzijds verwijst hij ook naar de ‘morele zelfgenoegzaamheid’ van het linkse establishment. Die instelling is intussen al wat veranderd. Steeds meer liberale en socialistische politici en denkers, en soms als eens een groene, uiten steeds fellere kritiek op de manier waarop orthodoxe religieuzen hun vrouwen behandelen. Maar Heijne heeft gelijk dat er heel wat politici en denkers bestaan die zichzelf het etiket ‘progressief’ opkleven, maar in de praktijk de kant kiezen van de obscurantisten. Denk aan de vertegenwoordigers van het Vrouwen Overleg Komitee en Baas over eigen Hoofd die elke kritiek op de islam wegwuiven en in hun cultuurrelativistische blindheid hun zusters, die onderdrukt worden, letterlijk in de steek laten.

‘Wat onder vuur ligt is het naoorlogse humanisme zelf’, schrijft Bas Heijne. Het is een sterke uitspraak, maar ze bevat een kern van waarheid. Want luister naar de taal die populisten en nationalisten vaak gebruiken. Het gaat om ‘wegjagen, schoonvegen, uitzetten, afrekenen’ en dat gebruiken ze niet enkel tegenover vreemdelingen maar ook tegenover de in hun ogen ‘politiek correcte elite’. De hooggestelde idealen van vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid moeten plaats ruimen voor een discours waarin het verlangen naar de eigen volksgemeenschap centraal staat. Het is tegelijk een aanval op het kosmopolitische wereldbeeld van de progressieve goegemeente, en een pleidooi voor een eenduidige nationale identiteit. De auteur schrijft het niet, maar die afkeer voor het kosmopolitisme was juist kenmerkend voor de totalitaire stromingen van de vorige eeuw. Hedendaagse populisten zien nieuwkomers niet als een verrijking, zoals ons decennialang werd voorgehouden, maar als een bedreiging. In die zin sluiten ze aan bij het denken van Karl Lueger, de befaamde burgemeester van Wenen in 1897 die zich steevast keerde tegen de vreemdelingen, de Joden, de rijken en de intellectuelen.

Dat die hang naar identiteit en gemeenschap vandaag zo duidelijk wordt, komt door de toenemende globalisering en haar excessen. Voor Bas Heijne is het populisme dan ook geen gedachteloze beweging, maar een antiverlichtingsdenken dat voortbouwt op conservatieve denkers als Edmund Burke en Johann Herder, waarbij niet de individuele vrijheid centraal staat maar wel de relatie met de eigen gemeenschap. De mens werd altijd tussen die twee polen geslingerd. Toch lijkt me het streven naar meer zelfbeschikkingsrecht een universeel gegeven die zich ook vandaag nog steeds verder doorzet. Dan denk ik niet alleen aan de manier waarop bijvoorbeeld de burgers in de Arabische wereld in opstand komen tegen hun eigen tirannen, maar ook aan de derde feministische golf die onder allochtone meisjes en vrouwen in het westen volop bezig is. Mijn stelling is dat veel orthodoxe moslimmannen radicaliseren omdat ze voelen dat hun meisjes en vrouwen zich willen emanciperen. Kijk naar het onderwijs waar moslimmeisjes het veel beter doen dan de jongens. De geest van het individualisme is uit de fles en zal er niet gemakkelijk weer ingestopt kunnen worden.

Dat Bas Heijne zelf het niet zo begrepen heeft op dat antiverlichtingsdenken blijkt uit zijn kritiek op die filosofen die de Verlichtingsdenkers wegzetten als ‘doorgedraaide rationalisten die in hun niets ontziende vooruitgangsdenken niet terugdeinzen voor terreur en uitroeiing’; Wie dat zegt maakt zich schuldig aan ‘kwaadaardige reductie’, aldus de auteur terecht. De personen en bewegingen die in de vorige eeuw verantwoordelijk waren voor dergelijke uitspattingen, kunnen gerust omschreven worden als pseudo-religies waarin onfeilbare leiders – denk aan Stalin, Hitler, Mao, Pol Pot en Khomeini – zich juist keerden tegen het recht op zelfbeschikking en het individu ondergeschikt maakten aan de Partij, het volk, het ras of de heilige tekst. Wat moet er dan gebeuren om het tij te keren? Het antiverlichtingsdenken gaan we niet aanpakken door te pleiten voor meer directe democratie, aldus de auteur, die zelfs niet gelooft dat de politiek sowieso een oplossing kan bieden. Daarvoor zijn de gevoelens van onvrede die bestaan te irrationeel en worden ze gevoed door de populaire media.

Dat brengt Bas Heijne tot een bijzonder scherp besluit. De voorbije decennia legden onze politieke en maatschappelijke leiders de nadruk legden op vrijheid en solidariteit. We moesten van elkaar houden, en dat lijkt me nog steeds de grote ambitie van de Verlichting. Maar sinds kort is het discours compleet veranderd en voelen mensen die zich om welke reden dan ook bedreigd voelen, dat we elkaar weer mogen haten. Dat is geen vrolijke gedachte in de wetenschap waartoe dergelijke visies in het verleden geleid hebben, maar is naar mijn oordeel wel juist. Niemand heeft dat zo klaar ingezien en omschreven als Bas Heijne. Daarom moet dit boek gelezen worden, niet uit nieuwsgierigheid, maar uit noodzaak.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Bas Heijne, Moeten we van elkaar houden?, De Bezige Bij, 2011

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be