Grote vragen. De nieuwe eeuw tussen hoop en vrees

boek vrijdag 19 januari 2007

Bas Heijne

We hebben het nog nooit zo goed gehad. Dat is de realiteit voor de grote meerderheid van de bevolking in de Europese Unie. Toch bestaat er heel wat angst, onzekerheid en zelfs regelrechte xenofobie onder tal van inwoners. Dat heeft te maken met de enorme complexiteit van onze samenleving en de wereld. Elke dag berichten de media over de pijnpunten van de globalisering, het terrorisme, de immigratie, het religieus fundamentalisme, de spanningen tussen godsdienst en wetenschap, het broeikaseffect, het hyperconsumentisme, de neoliberale revolutie en andere zaken die mensen onrustig en wantrouwig maken. Het gevolg is dat velen onder hen kiezen voor een meer conservatieve houding, een verzet tegen elke verandering in hun levenspatroon en omgeving. Ze sluiten zich af voor de effecten van een wereld waarin fysieke en mentale grenzen vervagen en die ze als bedreigend ervaren. Net daarom is het belangrijk inzicht te krijgen in de grote veranderingen die we de voorbije jaren meemaken en die ons samenleven willens nillens beďnvloeden. De Nederlandse essayist Bas Heijne zocht negentien wetenschappers en denkers op en voerde met hen gesprekken over de netelige kwesties van onze tijd. Zijn boek Grote vragen brengt dan ook heel wat interessante inzichten aan het licht, maar ook twijfels en pijnlijke dilemma’s.

Bas Heijne is verbonden aan NRC Handelsblad en schreef de voorbije jaren over de meest uiteenlopende onderwerpen. Hij publiceerde romans en verhalenbundels, waarin hij een grote eruditie demonstreert op diverse terreinen van de kunst en filosofie. In Grote vragen spreekt Bas Heijne met vooraanstaande hedendaagse en spraakmakende denkers. Het resultaat is een boeiende momentopname in de stand van de wetenschap en de ethiek die goed de ondertitel De nieuwe eeuw tussen hoop en vrees weergeeft. Hij start met een boeiend gesprek met de Amerikaans joodse filosofe Susan Neiman die twee jaar terug ophef maakte met haar boek , waarin ze wilde aantonen dat het probleem van het kwaad noch behoort tot de ethiek, noch tot de metafysica, maar eerder de band tussen beide vormt. Daarmee geeft ze indirect aan dat de vraag naar de zin van het leven op zich niet te beantwoorden is, maar dat die zin door elke mens afzonderlijk moet veroverd worden. Interessant is haar visie op het religieus fanatisme dat aantrekkingskracht heeft omdat mensen anders zo weinig wordt aangeboden. ‘Dat komt doordat te veel intellectuelen zich hebben teruggetrokken uit de publieke arena’, aldus Neiman.

Als overtuigde kantiaanse poneert ze het belang van sterk omlijnde morele begrippen en keert ze zich tegen mensen als John Gray, Isaiah Berlin en Adorno die een karikatuur maken van de Verlichting. ‘Honderdvijftig jaar geleden is de slavernij afgeschaft. Vijfentwintig jaar geleden raakten westerse vrouwen hun ondergeschikte maatschappelijke positie kwijt. Frankrijk en Duitsland hebben elkaar eeuwen naar het leven gestaan, het was onvoorstelbaar dat er eens open grenzen tussen die twee landen zouden bestaan. Dat zijn reusachtige veranderingen, die in korte tijd tot stand zijn gekomen door de ideeën van de Verlichting.’ Ze verzet zich dan ook tegen elke vorm van fundamentalisme, niet alleen van Osama Bin Laden maar ook van George W. Bush die redevoeringen houdt die doorspekt zijn met de taal van de bijbel en niet toevallig het woord ‘kruistocht’ in de mond nam. Toch blijft Susan Neiman hoopvol.

Dat optimisme is niet besteed aan de beroemde astronoom en wetenschapsschrijver Martin Rees die in zijn boek Our Final CenturyHigh Tide, waarin de gevolgen van het broeikaseffect worden uitgelegd. Stijgende temperaturen, overstromingen en heviger orkanen zullen verwoestende effecten hebben. En toch schaart hij zich niet aan de kant van milieugroepen als Friends of the Earth die geloven in alternatieve energiebronnen. Lynas ziet het Kyotoakkoord als een druppel op een hete plaat en pleit voor een drastische inperking van ons energieverbruik.

Bas Heijne maakt een zijstap naar de problematiek van de dierenrechten en praat hierover met Felipe Fernandez-Armesto, een Spaans-Engelse historicus die tal van publicaties op zijn naam heeft staan. Hoe gaan we om met wezens die buiten onze morele gemeenschap vallen? Het is een probleem dat steeds meer filosofen aankaarten zoals Peter Singer, Paul Cliteur en Martha Nussbaum. De historicus ergert zich ook aan de stelling van de superioriteit van de westerse beschaving. Dat is misschien zo voor de laatste 200 jaar, maar daarvoor leefden we hier in duisternis. Waarna een discussie volgt met Jessica Stern over de impact van het geloof. In haar boek Terror in the Name of God wijst ze op de grote angst die wereldwijd bestaat, zowel bij fundamentalisten die hun wereldbeeld zien ondergaan als bij anderen die het gevaar van de terreur ondragelijk vinden. Daarom waarschuwt ze voor ‘de geestelijke ontwrichting die terreur teweeg kan brengen’ en pleit voor een grotere kloof tussen extremisten en gelovigen die niet gewelddadig zijn. Het is een kostbare gedachte die Bush en andere ‘kruisvaarders’ zouden moeten inzien alvorens ze zonder enige nuance beginnen in te hakken op moslims.

Dat neemt niet weg dat het islamisme, net als vroeger het fascisme en het communisme, zich heeft ontwikkeld tot een fel antiwesterse, antisemitische en xenofobe beweging. De Britse oorlogscorrespondent Jason Burke wijst op de noodzaak om de radicale islam goed aan te pakken, zoniet bestaat de kans dat massa’s gematigde moslims er zich zullen in herkennen. Dit sluit aan bij het discours van Ziauddin Sardar, een in Londen opgegroeide Pakistaan, die eerst heel gelovig was maar zich nu typeert als een ‘sceptische moslim’. Hij hamert erop dat men de islamitische wetgeving niet mag beschouwen als een opdracht van God, maar als mensenwerk. Ooit was hijzelf enthousiast over de Iraanse revolutie, tot hij zag dat dit ontaardde in een nieuwe vorm van totalitarisme. Raar genoeg is hij nu wel optimistisch. ‘Hoe meer gewelddaden de radicalen begaan, des te groter wordt de weerzin jegens hen onder gematigde moslims’. En ook de wetenschapper Robert Winston sluit zich hierbij aan. De inzet van elk fundamentalisme is een einde te maken aan elke vorm van twijfel, zo stelt hij. Maar net de twijfel is zo sterk aanwezig bij mensen, tot welke religie ze ook behoren.

In zijn gesprek met Timothy Garton Ash heeft Bas Heijne het over identiteit. Wat zijn we? Asch beschouwt zichzelf als Brits, Europees, westers en wereldburger, in de beste kantiaanse traditie. Maar is dit geloofwaardig? Als we Amartya Sen mogen geloven zeker wel. In zijn boek Identity and violence beschrijft Sen immers hoe mensen een mozaďek aan identiteiten in zich dragen die sterker is dan de door anderen opgelegde groepsidentiteit. Hebben we daarvoor een religie nodig? Volgens historicus Michael Burleigh wel en voor hem is de meest belangrijke taak van de nieuwe paus ‘het opnieuw evangeliseren van Europa’. Het is een van de weinige kortzichtige stemmen in dit boek. Iemand die nauwelijks beseft dat de globalisering onvermijdelijk is en zich wil terugtrekken in een christelijke vesting tegen de oprukkende islam, terwijl hij nochtans leeft in de Europese ruimte waar al meer dan 60 jaar vrede en welvaart heerst, net omdat men zich distantieerde van enige waarheidclaim.

Interessant is de stem van de Amerikaanse socioloog Richard Sennett die zich afzet tegen de heersende vrijemarktideologie. Hij wijst op de verontrustende terugkeer van monopolies zoals Microsoft, en daar heeft hij meer dan ooit gelijk. Ware liberalen verdragen geen monopolies, noch van de overheid, noch van de private sector. In die zin bestaat er trouwens geen echte vrije wereldhandel, maar een vorm van protectionisme van de rijke landen die hun markten afschermen voor anderen. En Sennetts stelling dat het kapitalisme zich buiten het publieke domein moet houden is grotendeels correct. Zaken als justitie, politie, onderwijs en sociale zekerheid kan je beter niet overlaten aan de spelregels van de vrije markt. Zoniet kweek je een moreel en economisch onaanvaardbare tweedeling in de samenleving tussen rijk en arm.

Toch eindigt Bas Heijne zijn intellectuele wereldreis bij een onverwoestbare optimist. De Franse socioloog en filosoof Gilles Lipovetsky beschrijft in zijn boek Le bonheur paradoxale onze hedendaagse consumptiemaatschappij en verwerpt de talloze criticasters ervan. Nog nooit is onze keuzevrijheid zo groot geweest, zo schrijft hij. Hij beseft de negatieve kanten van het consumentisme maar finaal is de enorme bewegingsvrijheid helemaal niet barbaars. Hij wijst erop hoe mensen, ook vandaag, zich blijven inzetten voor medemensen en geld schenken voor goede doelen. ‘Het alomtegenwoordige consumentisme heeft geen einde gemaakt aan het vermogen tot empathie’, schrijft Lipovetsky. En dat gebeurt niet omwille van religieuze bepalingen maar door de rede. Hij besluit dat consumenten bijzonder kritisch kunnen zijn en een rol spelen in de ethiek. Waarmee we terug zijn bij Kant die met zijn uitspraak ‘Sapere Aude’ onsterfelijk maakte. Elke mens kan zich verheffen tot iets goeds. Het hangt van hem of haarzelf af. De grote verdienste van Bas Heijne is dat hij die ogenschijnlijk ingewikkelde theorieën en ideeën van vooraanstaande denkers op een bevattelijke manier weet te vertalen. Dit boek geeft een antwoord op tal van vragen. Het geeft je een moreel houvast in deze woelige tijden tussen hoop en vrees.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Bas Heijne, Grote vragen. De nieuwe eeuw tussen hoop en vrees, Prometheus, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be