Brullende muis

boek maandag 05 november 2007

Jan Balliauw

België stond op het internationale toneel decennialang bekend als een grijze muis. Alleen onder de voormalige minister van Buitenlandse Zaken Henri Spaak liet ons land van zich horen. Zo zat hij de eerste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties voor in 1946 en was hij onder meer voorzitter van het comité van regeringsafgevaardigden dat het Verdrag van Rome uitwerkte in 1957. Bij het begin van de Koude Oorlog, hield hij op de tribune van de VN zijn beroemde rede ‘Nous avons peur’, waarin hij de algemene vrees van de westerse landen voor de machtshonger van de Sovjet-Unie uitdrukte. Hij was ook mee betrokken bij de oprichting van de Benelux en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Van 1957 tot 1961 bekleedde hij de belangrijke functie van secretaris-generaal van de NAVO. In de daaropvolgende decennia gedroeg ons land zich als een slaafse en kritiekloze bondgenoot van de westerse grootmachten, in het bijzonder van de Verenigde Staten. Wel vestigden tal van internationale instellingen hun hoofdzetel in Brussel. Het aantreden van de paarsgroene regering in 1999 betekende een breuk in de buitenlandse politiek van ons land. Onder impuls van premier Guy Verhofstadt, minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel en later Karel De Gucht trad België opnieuw op de voorgrond en werd het een van de meest kritische landen in tal van internationale dossiers.

Over deze opvallende koerswijziging schreef VRT-journalist Jan Balliauw het boek Brullende muis met als ondertitel De opstand van België tegen Amerika dat leest als een thriller. Aan de hand van gesprekken met de voornaamste betrokkenen geeft de auteur een unieke kijk op wat er zich tijdens deze woeligste periode in de Belgisch-Amerikaanse relaties achter de schermen heeft afgespeeld. Tegelijk geeft hij een goed beeld van de enorme impact van de aanslagen van 11 september 2001 en de gewijzigde Amerikaanse buitenlandpolitiek die geleid heeft tot de War on Terror, de strijd tegen de Taliban in Afghanistan en de omstreden oorlog in Irak. Gestuwd door de neoconservatieven binnen de Republikeinse Partij voerde de VS de voorbije jaren een beleid waarin het Amerikaanse belang primeert op enkele basisregels in de internationale politiek. Na de aanslagen werd het Amerikaanse credo ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’, waarbij de VS van haar westerse bondgenoten een onvoorwaardelijke steun verwachtte in haar plannen om de wereld ‘veiliger’ en ‘democratischer’ te maken. In de eerste weken en maanden gebeurde dat ook, maar langzaamaan brokkelde die steun af en kwam er kritiek op de ‘zending’ die Bush zichzelf toekende. België stond in die kritiek in de voorste gelederen.

Al in het paarsgroene regeerakkoord kon men de kiemen vinden van de nieuwe houding die ons land zou spelen op het internationale toneel, aldus Balliauw. De keuze voor een ethische diplomatie, voor multilateralisme, de terugkeer naar Centraal Afrika en vooral het principieel werken via internationale organisaties zoals de Verenigde Naties stonden daarin centraal. Daartegenover stond de nieuwe Amerikaanse houding die net het tegendeel beloofde: geen steun voor het Kyotoprotocol, geen deelname aan het Internationaal Strafhof in Den Haag en vooral een afkeer voor een multilaterale aanpak van internationale problemen. Zeker na 11 september koos Georges W. Bush zijn partners liever via bilaterale contacten zoals met de Britse premier Tony Blair, de Spaanse premier José Maria Aznar en zijn Italiaanse collega Silvio Berlusconi. Voor Guy Verhofstadt – die in juli 2001 voorzitter werd van de EU – was dit een doorn in het oog. Hij pleitte immers voor een sterkere Europese Unie die gezamenlijk zou optreden en onafhankelijker van de VS een eigen buitenlandse en defensiepolitiek zou voeren. ‘Een sterk Europa is niet meteen iets waar ze in Washington wild van worden’, schrijft de auteur. Dat wordt in het verloop van boek heel duidelijk.

Toen de NAVO na de aanslagen van 11 september het beruchte artikel 5 wou goedkeuren, dat stelt dat in geval van een aanval op een van de aangesloten staten, deze door de andere zal worden opgevat als een aanval op allemaal en dat alle landen zullen meehelpen om de aanvaller af te weren, bleef België het langst dwarsliggen. ‘We gingen de morele verbintenis aan mee te doen met het bombarderen van een land (Afghanistan) waarvan de inwoners niets te maken hadden met de aanslagen’, zo vertelt Johan Vande Lanotte. Uiteindelijk stemde ons land toch toe maar volgens Balliauw hadden de Amerikanen deze aarzeling goed opgemerkt. Uiteindelijk lieten de Amerikanen de aangeboden NAVO-hulp links liggen wat leidde tot een eerste barst in de trans-Atlantische verhoudingen. Toch wou de EU onder het voorzitterschap van België daadwerkelijk helpen in de strijd tegen de terreur en keurde tien dagen na de aanslagen tal van maatregelen goed zoals het Europees aanhoudingsmandaat en de opstelling van een lijst van terreurorganisaties. Hierdoor verbeterden de relaties en werd Verhofstadt als een van de weinige wereldleiders door Bush ontvangen na 9/11.

In de strijd tegen Afghanistan was de sympathie en steun voor de Amerikanen nog bijzonder groot. Het eerste keerpunt kwam er met de ‘State of the Union’ van Bush op 29 januari 2002. Daarin keerde hij zich tegen de ‘As van het Kwade’ – hij doelde hiermee op Irak, Iran en Noord-Korea – en pleitte voor het uitvoeren van preventieve aanvallen tegen landen die een potentiële bedreiging vormden voor de VS. Toen reeds bestond het plan om Irak binnen te vallen. Als argumentatie toonde men ‘bewijzen’ van banden tussen Saddam Hoessein en Al Qaeda en het bestaan van grote hoeveelheden massavernietigingswapens. Frankrijk, Duitsland en België, maar ook Rusland en China, waren niet overtuigd en eisten dat de Verenigde Naties hun goedkeuring zouden geven voor een dergelijke invasie. Er kwamen wapeninspecteurs die niets vonden maar de Amerikanen dreven hun wil door en smeedden een coalitie van landen die bereid waren de oorlog te steunen. De discussies in de Veiligheidsraad die rechtstreeks werden uitgezonden op televisie legden de diepe kloof bloot tussen de machtspolitiek van de Amerikanen en Britten enerzijds en de politiek van diplomatie van de Fransen anderzijds. Balliauw verwijst naar de gedreven speech van de Franse minister van Buitenlandse Zaken de Villepin die waarschuwde ‘laat ons niet vergeten dat na de overwinning, de vrede heropgebouwd moet worden (…) Niemand weet of de oorlogsoptie zal uitmonden in een zekerder, rechtvaardiger en stabielere wereld’. Profetische woorden, maar Amerika wou niet luisteren. Het leidde tot de afschuwelijke uitspraak van de Amerikaanse minister van defensie Rumsfeld over ‘het oude Europa’ waarmee hij Frankrijk en Duitsland bedoelde.

Intussen stapelden de betwistingen tussen België en de VS zich op. Binnen de NAVO ging België dwarsliggen om Turkije preventief bescherming te bieden voor mogelijke represailles door Irak. Het stortte de NAVO in de diepste crisis van haar bestaan. Uiteindelijk slaagde ons land erin om in de tekst nadrukkelijk te verwijzen naar de VN, iets wat de Amerikanen absoluut wilden verhinderen. Dagenlang werd de druk op België opgevoerd, ondermeer door bedrijfsleiders die vreesden voor minder Amerikaanse investeringen in ons land. ‘België hield zijn verzet tot grote verrassing van Washington zelfs vol, toen het niet meer kon rekenen op Franse steun in de NAVO-raad’, schrijft Balliauw. De spanningen liepen nog verder op toen Belgische regeringsleden dreigden om militaire transporten vanuit Antwerpen te verbieden en ons luchtruim te sluiten voor militaire vliegtuigen, maar dat kon men in de praktijk niet verhinderen omwille van een vroegere overeenkomst. De oorlog ging uiteindelijk toch door en al snel viel het regime van Saddam Hoessein, maar dan begon de miserie pas echt. De auteur wijst op de totaal foute maatregelen van de toenmalige speciale Amerikaanse gezant Paul Bremer in Irak. Zoals het afdanken van 50.000 leden van de Baath-partij uit overheidsdiensten waardoor ze plots de ergste vijanden van de Amerikanen werden, en de ontbinding van het Iraakse leger waardoor 300.000 soldaten op straat kwamen te staan zonder enig inkomen (maar ze hadden wel hun wapens nog).

De relaties tussen de VS en ons land bekoelden nog meer toen Verhofstadt zijn ambtsgenoten Chirac en Schröder in Brussel uitnodigde om een Europese defensiemacht uit te bouwen met een eigen hoofdkwartier. Aanvankelijk werd het initiatief afgedaan als een bagatel, maar een eerste initiatief in Congo bleek succesvol en uiteindelijk kreeg het initiatief de steun van alle EU-staten (weliswaar zonder een hoofdkwartier maar met een ‘kern’). De zwaarste confrontatie was die rond de genocidewet die bedoeld was om deelnemers aan massamoorden strafrechterlijk te kunnen vervolgen in België. Al snel werd de wet politiek misbruikt en kwamen er klachten binnen tegen de Israëlische premier Sharon, oud president Bush sr., Dick Cheney, Colin Powell, Tommy Franks en later tegen George Bush, Rumsfeld, Rice, Blair en zelfs tegen Louis Michel. De Amerikanen dreigden openlijk om het NAVO-hoofdkwartier te verplaatsen naar een ander land (Polen). Na de verkiezingen van 2003 verdween de genocidewet. Opvallend was hoezeer België en de VS onder de tweede regering van Verhofstadt en na de herverkiezing van Bush zich inspanden om de relaties te normaliseren. Zijn eerste buitenlandse trip bracht Bush naar Brussel waar hij een lang gesprek voerde met Verhofstadt. In uitspraken pleitte de Amerikaanse president zelfs voor een sterke Europese Unie. Meer nog, onder impuls van België kwam er een trans-Atlantisch forum waar de ministers van buitenlandse zaken elkaar informeel kunnen ontmoeten, waardoor men elkaar beter leert kennen en problemen kan bespreken, iets wat voor de oorlog in Irak onmogelijk was.

In zijn epiloog benadrukt Balliauw dat de ‘grijze muis’ tijdens de voorbije acht jaar een ‘brullende muis’ is geworden, en dat het ook heeft opgebracht. ‘Naar België wordt weer geluisterd, precies omdat het zoveel dwars gelegen heeft’, aldus de auteur, en ‘premier Verhofstadt ontwikkelde zich in de loop der jaren tot een visionair denker over de trans-Atlantische relaties’. Dat zijn eigengereidheid de oorzaak is waarom Verhofstadt uiteindelijk geen voorzitter werd van de Europese Unie schrijft Balliauw niet, maar wie dit boek leest beseft hoe beducht Bush en Blair waren om de Belgische premier die zo dwars lag op cruciale momenten, aan het hoofd te dulden van een Europese Unie die in kracht zou toenemen. Dat het finaal Barrosso is geworden, hoeft niet echt te verbazen. Enkele dagen voor de inval in Irak hielden Bush, Blair en Aznar oorlogsberaad op de Azoren. Hun gastheer was de Portugese premier Barrosso.


Recensie door Bruno Janssens

Jan Balliauw, Brullende muis, Houtekiet, 2007

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be