Babes in tomorrowland

boek vrijdag 08 juni 2012

Nicholas Sammond

We mogen ons dan wel over vele groepen een beeld vormen, volwassenen, ouderen, gepensioneerden maar er is toch een essentieel verschil met kinderen. Aangezien die niet in staat zijn om mee in dialoog te treden over de zin en onzin van hun opvoeding zal de ouder-kind relatie in belangrijke mate bepaald worden door het kindbeeld. Voor Walt Disney zijn nature en nurture geen semi-autonome creaties maar constructen die ontspruiten en mee vorm geven aan een sociaal weefsel door discursieve formaties. Gekoppeld aan de maatschappelijke fantasie een menselijkere ontologie te creëren voor de volgende generatie ging het kind een cruciale rol spelen in de reïficatie van deze droom die Walt Disney mee vorm zou geven. Hoewel delicaat en onbetrouwbaar, het kind werd gezien als een aanpasbare homunculus van toekomstige sociale relaties.

Het kind dat als maatschappelijk construct nog maar net bevrijd was van het juk van de 19e eeuwse vroegkapitalistische productiekrachten kwam uit van wetenschappelijk onderzoek naar voor als het product van een manipuleerbare omgeving. In een context waar de cinema net haar intrede begon te doen leek het decentraliserende effect van de film, dat de massacultuur in de opvoeding bracht, dan ook een belangrijke kracht waar omzichtig moest mee omgesprongen worden. Slechts 21% van de jongeren gingen meer met de ouders naar de cinema dan zonder. Vragen om een sterke nationale censuurcommissie in te richten werden echter afgeketst. Ouders en ook kinderen moesten een geïnformeerde keuze kunnen maken. Walt Disney richtte zijn publicitaire peilen dan ook op de ouders: de efficiëntie van zijn bedrijf dat onafhankelijk was van wispelturige acteurs belichaamde de Amerikaanse droom en leverde bovendien een product af dat geschikt was voor kinderen op weg naar volwassenheid. Een pad dat gesymboliseerd werd in het sprookje van Pinoccio. Eens tot leven gewekt was het nog geen echt kind. Daarvoor moest het de vele obstakels overwinnen die tegenkwam onderweg naar school, waar het publieke het private binnentrad, en in staat zijn bewust te kiezen voor het goede. Slechts dan zou het een écht kind worden.

Zo evoceerden ze een ideaal beeld van het kind waaraan ook de armere families en migranten moesten voldoen. Groepen die een potentiële dreiging vormden voor de blanke, protestantse heersende klasse. Roosevelt sprak in 1907: “We shall never achieve true greatness… unless we are American in heart and soul, in spirit and purpose, keenly alive to the responsibility implied in the very name of American”. In het kort: immigranten moesten genaturaliseerd worden en hun ‘cultuur van de armoede’ afleren. De kinderen waren in permanent gevaar het slachtoffer te worden van de cultuur van hun ouders. De jonge geesten de lasten van ‘zelfmanagement’ bijbrengen moest hun redden en die opdracht zou als een mijlpaal tussen hen en hun ouders staan. Enkel als iemand in staat zou zijn zichzelf te managen zou men de kansen verhogen dat men later niet gemanaged zou worden door een ander.

De behavioristische bril – met haar adagio van zachte maar strikte controle – waardoor men de opvoeding bekeek, werd na de tweede wereldoorlog als te autoritair bevonden en er werd luidop gevraagd wat nu eigenlijk een normaal kind was. Het gestandaardiseerde kind ‘weegt bij geboorte exact 3,4 kilo en is van de tip van het sluike zwarte haar tot de bodem van de gekrulde roze voet exact 52 cm lang… het is een kind dat tot het zes is de rechterhand niet kan onderscheiden van de linker maar die nadien nooit meer een fout maakt in die richting’. Dit generische, standaard Amerikaans kind vervangen door een meer genuanceerd, menselijk beeld, lag ergens tussen een statistische fictie en een marketing gimmick van Grace Adams. Ze argumenteerde voor een meer gepersonaliseerd en individueel model van opvoeden. Deze terugkeer naar de genetica was niet bedoeld als een herinvestering in eugenetica maar als een oproep naar de ouders om de sterktes en de beperkingen van hun kind te aanvaarden als uitdrukkingen van hun unieke karakter en niet als een falen om binnen de uitgetekende tolerantiegrenzen te blijven. Het nieuwe kindbeeld was minder reflexief en meer instinctief dan haar discursieve voorganger.

Normaal zijn was nog steeds belangrijk maar de betekenis van normaliteit was aan het veranderen. Die verschuiving stond centraal in een discussie over de aard van de Amerikaanse cultuur en zelfs van cultuur in het algemeen. Het denken werd verschoven van de onmiddellijke invloed van ouders tegenover een moeilijk te controleren organisme, tot het besef dat deze ouders zelf ook deel waren van een groter geheel. De koude oorlog werd dan ook niet voorgesteld als een klassieke strijd tussen grootmachten maar als een fundamentele keuze tussen culturen waarbij het voortbestaan van de menselijke soort op het spel stond. In een groeiende naoorlogse massamarkt was het voor de gezinnen noodzakelijk om te herkennen welk product van die massaproducten in lijn waren met een inherent Amerikaanse cultuur. Psychologisch werden twee essentiële kwaliteiten vooropgesteld: ‘slecht aangepast’ en ‘aangepast’ sociaal gedrag. Inherent was het kind noch goed, noch slecht. Wel was het constant in gevaar en moest een goede opvoeding garanderen dat het kind opgroeit tot een ‘autonoom persoon’ die het best gedefinieerd wordt door de ontkenning van twee tegengestelden: het is geen conformist maar ook geen rebel.

Disney leverde de middelen om de Amerikaanse cultuur te herkennen. Al in de jaren 30 had hij mensen op pad gestuurd om dieren te gaan filmen in hun natuurlijke habitat. De studies van hun gedrag moesten helpen bij het maken van hun tekenfilms en nu diende het materiaal voor het maken van natuurdocumentaires. Hun True-Life Adventures stelden de natuur voor als was het een mensengemeenschap. Een beheerste stem suggereert vol vertrouwen perfect te begrijpen wat er gebeurt en elk avontuur wordt een les voor de kijker. In Winter Wonderland ontsnappen de lemmings aan de dreiging van overbevolking door zich massaal van een klif in de Atlantische oceaan te gooien. Enkel de paar individuen die de massa niet volgen overleven en garanderen zo het voortbestaan van de soort. Door de lens van de ‘naturalistische’ cameraman – een term die wetenschappelijkheid suggereerde zonder te hard over te komen – was de natuur ‘red in toot and claw’ maar verre van anarchistisch.

Ook de klassieke genderrollen werden bevestigd gezien in de natuur. In Seal Island werd joviaal over de jonge vrouwelijke robben gesuggereerd dat “perhaps they’re just playing ‘hard to get’ – taking their time – looking over the prospects, having a final fling or single blessedness. Eventually however… they must make their choice, for better or for worse.” Eens ‘getrouwd’ kwamen ze in een polygaam arrangement dat Disney een ‘harem’ noemde. Het exotisme dat de term suggereerde, perkte Disney in door het voor te stellen als een soort van meervoudige monogamie waarin de vrouwelijke robben zich gedragen als huisvrouwen die toevallig een man delen. Na het huwelijk zouden ze ook gewoon in de dagdagelijkse beslommeringen vallen zoals ijveren voor een hogere status en hun mannen aanmanen meer te doen in het huishouden.

Onderzoek in de jaren 50 ontkende de injectienaald theorie van media waarbij kinderen passieve ontvangers zijn van de boodschap. Maar waar andere filmgiganten de kaart van de glitter en de glamour trokken, bleef voor Disney het imago van robuuste en betrouwbare filmproducent de koers bepalen. De publieke ruimte en vrije tijd bleven gelden als locaties waar de beschaving verloren of gevonden wordt. Het kind wordt steeds meer erkend als een actieve betekenisgever, een alternatieve epistemologie maar dan wel in een veranderd wereldbeeld waarin ‘cultuur’, zoals David Lloyd en Paul Thomas stellen, ‘geen discursieve formatie is in tegenstelling aan de maatschappij maar eerder een geheel aan instellingen binnen de maatschappij op het snijpunt met de overheid. De eigenlijke vorming van de culturele ruimte vergt… haar actualisering in pedagogische instellingen wiens functie het is om het individuele van de gemeenschap tot onderwerp van de overheid te maken. Die naturalisering van de vaak gewelddadige producten van de burgers overlapt met het universeel historisch narratief van de evolutie van de mensheid van dier of wilde tot geculturaliseerd wezen.’ De ironie wil dat in een dergelijke paradigma autonomie als een sociale constructie wordt beschouwd waarin we gedwongen worden tot de fatalistische aanvaarding van het toevallig karakter van sociale verandering, van haar onderwerping aan een pervasieve kapitalistische ontologie.

‘Nature’, ‘culture’ en ‘the child’ blijven volgens de auteur echter open voor ondervraging en lokale interpretatie. Foucaultiaans als hij begon, eindigt de auteur met de vraag waarom ‘nature’ en ‘nurture’ als oppositie worden voorgesteld en wie die oppositie kan dienen. In het geval van mediaproducenten zoals Walt Disney, omvat dit dat we ze niet moeten bekijken als onafhankelijke actoren waar zij geen deel van uitmaken, maar als ontspruitend uit en toevoegend aan dat weefsel als (zeer krachtige) eenheden in de circulatie van sociale en discursieve formaties. Bovendien, als we met Lloyd en Thomas aannemen dat het onderwerp van ideologie niet gevormd wordt door haar ‘volledigheid’ maar in de verplaatsing van haar vele mogelijkheden kunnen we ook aannemen dat die uitdrukkingen vorm krijgen door keuze. Een gedachteproces dat we misschien moeten volgen, al was het enkel voor de kinderen.


Recensie door Jelmen Haaze

Nicholas Sammond, Babes in tomorrowland, Duke University Press, 2005

Links
mailto:jelmen.haaze@gmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be