Geen god dan God

boek vrijdag 14 oktober 2005

Reza Aslan

Geen god dan God is een goed geschreven en vlot te lezen boek waarmee de jonge Iraans-Amerikaanse auteur Reza Aslan zijn islamitische geloof uitlegt en verdedigt. Met dit debuut, dat al ruim voor uitkomen discussies tussen medestanders en critici uitlokte in de VS, hebben we een nieuwe snel rijzende komeet aan het firmament van auteurs na en naar aanleiding van 9/11. Het boek is een naïef pleidooi voor hervorming van de islam en voor ontstaan van islamitische democratieën.

De inhoud van het boek staat als volgt verwoord in de flaptekst van het boek. ‘De islam, het snelst groeiende geloof ter wereld, blijft voor velen een onbekende en bedreigende religie. Na 11 september 2001 willen steeds meer mensen weten wat dit eeuwenoude geloof precies inhoudt. Is het een oorlogszuchtige of vredelievende religie? Waarin verschilt Allah van de God van de christenen en de joden? En kan een islamitische staat gebaseerd zijn op democratische waarden?

Godsdienstgeleerde Reza Aslan verwierf internationale bekendheid door de duidelijke en gepassioneerde manier waarop hij deze en andere vragen beantwoordt. In Geen god dan God gaat hij in op de theorie van de 'botsing der beschavingen' die ten grondslag ligt aan de vaak vertroebelde blik op de islam, en toont hij op heldere en begrijpelijke wijze de complexiteit én schoonheid van deze religie. Aslan legt uit hoe egalitair Mohammeds oorspronkelijke ideeën in feite waren, en hoe die visie vandaag de dag de basis vormt voor vooruitstrevende islamitische groeperingen. Ook laat hij zien hoe moslims in de schaduw van het Europees kolonialisme verschillende strategieën ontwikkelden om traditionele regels en voorschriften te verzoenen met de economische en politieke realiteit van de moderne wereld. Kan het islamitisch geloof van de Profeet gecombineerd worden met de idealen van democratie en mensenrechten? Met Geen god dan God schreef Reza Aslan een overtuigende en prachtig geschreven analyse.’

Dat Reza Aslan vergelijkende godsdienstwetenschap studeerde en een universitaire schrijfcursus volgde is goed merkbaar. Met Geen god dan God schreef hij geen studie voor deskundige insiders, maar een duidelijk en informatief verhaal, waarin hij met een eigen zienswijze komt over oorsprong en ontwikkeling van de islam. En waarin hij een pleidooi houdt voor een toekomst waarin zich een pluralistische (niet seculiere) islamitische democratie kan ontwikkelen. En juist bij dit pleidooi komen er voor een westerse geïnteresseerde niet gelovige velerlei vragen. Daarover zodadelijk. Aslan heeft zijn verhaal knap opgebouwd. Hij begint met historische schetsen over het Arabië van de zesde eeuw (die de Nederlandse vertaler onbegrijpelijk foutief als zesde eeuw voor Christus betitelt), over de Arabische stammen en de verschillende joodse en christelijke gemeenschappen, waarover flink wat bekend is. Dan beschrijft hij de wording van de profeet Mohammed, diens biografie, de perikelen rond zijn opvolging en hoe zijn volgelingen en aanhangers omgingen met zijn erfenis. Waar dit goed past doorspekt hij zijn historisch verhaal met thematische kwesties, zoals het vastleggen van de koran, het ontstaan van diverse islamitische rechtsscholen, de strijd tussen traditionalisten en rationalisten in de interpretatie van de koran. Daarbij gevoegd enige autobiografische reiservaringen á la V.S. Naipaul of Robert D. Kaplan en men heeft een boek in handen dat zich, zoals gezegd vlot laat lezen en behoorlijk veel informatie overdraagt. Dikwijls moest ik denken aan boeken van Karen Armstrong. Veel, meer dan hij eigenlijk toegeeft, lijkt Aslan verschuldigd te zijn aan Karen Armstrong. In de literatuurlijst vermeldt hij haar biografie van Mohammed niet, maar op blz. 134 vermeldt hij ‘haar prachtige biografie van de Profeet’ en in een interview op internet beveelt hij haar Islam, a brief History aan.

Dat het geen wetenschappelijke studie, maar een apologie van een gelovige betreft, blijkt onder andere eruit dat Aslan op meerder plaatsen als vanzelfsprekend vermeldt dat de koran Gods geopenbaarde woord is. Daar wordt niet aan getwijfeld. Daaraan mág een moslim ook niet twijfelen of zelfs maar over discussiëren, wil hij door andere moslims serieus genomen worden. Een niet-godsdienstig lezer als ondergetekende valt dit direct op. Interessant is zijn hoofdstuk over de strijd om de uitleg van de koran tussen de traditionalisten, die alles willen vasthouden zoals het oorspronkelijk was, en de rationalisten die bij de uitleg rekening willen houden met plaats en tijdgebonden aspecten en aanpassing van de uitleg willen aan andere plaatsen en andere tijden. De traditionalisten hebben die strijd steeds gewonnen. En daarbij hebben de oelama (de schrift- en rechtsgeleerden) het gewonnen van de oemma (het gelovige volk). Op zeer veel plaatsen is ook duidelijk dat dit een boek is van een Iraniër en aanhanger van de sji’itische richting van de islam. Zo is er in dit boek veel méér dan gewoonlijk aandacht voor de sji’itische kant van het verhaal over de gang van zaken bij de keuze van de eerste kaliefen (opvolgers van Mohammed). Verder is er enige aandacht voor de Iraanse revolutie en de stichting van de Islamitische Republiek Iran. Naast een hoofdstuk over de sji’itische richting, heeft hij een aardig hoofdstuk over de soefi-bewegingen. Daarna behandelt hij de reactie van moslims op het kolonialisme en bespreekt de opkomst van de moslimbroeders en al-Qaeda.

En dan bij lezing van het laatste en belangrijkste hoofdstuk over islamitische hervormingen kan de lezer (die zich begint af te vragen voor wie dit boek bedoeld is?) geleidelijk vatten waar het de schrijver eigenlijk om gaat: hij bepleit - anders dan de extreme islamisten - maar nét als zij geïnspireerd door degenen die in de negentiende eeuw de islamitische renaissance begonnen - op een rustige, minder fanatieke manier om de samenleving in te richten naar het leven ten tijde van de profeet Mohammed in Medina. Maar eigenlijk (al zegt hij dat niet zo direct) houdt hij een pleidooi voor een hervorming van zijn oude vaderland Iran (en Pakistan en dergelijke) in een islamitische (niet seculiere) democratie, waarin ruimte is voor pluriformiteit, erkenning van (islamitische) mensenrechten,…. In het algemeen bepleit hij ‘de islamitische democratie’. Aslan draagt met zijn boek bouwstenen aan voor zo’n hervorming of reformatie van de islam. Hij zegt nergens: modernisering van de islam. Hem interesseert het minder om bij te dragen aan oplossing van vragen als: hoe moslims kunnen leven in een westerse, seculiere (niet religieuze) omgeving. Moslim zijn in het Westen is niet zijn thema. Hem interesseert ‘de islamitische democratie’ die hij wil vormgeven naar de eerste moslimgemeenschap in Medina, welke hij voorstelt als een ideaal waardoor moderne moslims geïnspireerd kunnen raken. Hij stelt: ‘De islam kent een lange traditie van religieus pluralisme’, waarbij hij verwijst naar Mohammeds erkenning van joden en christenen als beschermde bevolkingsgroepen (dzimmi’s). Maar welke apartheid en vernedering dezen moesten ondergaan, behandelt hij niet. Hij beweert: ‘De islam is een religie van de diversiteit, en dat is altijd zo geweest.’ En hij verwijst naar de sji’a en het soefisme. Alsof er niet altijd strijd tussen soena en sji’a en vervolging door beiden van soefi’s is geweest. Opmerkelijk is verder dat hij alleen deze en geen andere oriënteringen noemt: niet de Ismaëlieten, niet de Alevieten, niet de Ahmadiyya Moslim Gemeenschap. Kortom, hij kiest en sluit uit. Ergens beweert hij dat de overgrote meerderheid van de moslims best openstaat voor een pluriforme en tolerante samenleving, maar dat moet dan wel, waar de moslims in de meerderheid zijn, een islamitische democratie zijn, vormgegeven naar islamitische waarden. Heel makkelijk schrijft hij ‘dat de islam in diepste wezen een gemeenschappelijke religie is, maakt het noodzakelijk dat bij elk mensenrechtenbeleid de bescherming van de gemeenschap voort de autonomie van het individu gaat.’ Waar hebben we dit meer gehoord? Wel wil hij dat allerlei ethische kwesties en morele geboden ‘aansluiten bij de wensen van de gemeenschap’, maar hij heeft daarbij niet de gemengde gemeenschap, maar de moslimgemeenschap voor ogen. Geen enkele maatschappij is echter uniform islamitisch. Hebben de belijders van andere godsdiensten of filosofische overtuigingen niet evenzeer het recht als volwaardige burgers behandeld te worden? Het statuut van dhimmi is in onze tijd volstrekt onaanvaardbaar (Zo meent ook de Tunesische Mohamed Talbi in diens Plaidoyer).

Zelf zou Aslan Khomeini’s ‘voogdij van de jurist’ accepteren, als dat maar geen controle zou worden. Meestal, en ik denk juister, wordt Khomeini's centrale theorie weergegeven als: ‘heerschappij van de jurist’. Hoe zou dat ooit met werkelijke democratie verbonden kunnen worden? Reza Aslan vraagt nogal naïeve, goedgelovige lezers. En ik blijf mij erover verbazen dat dit boek met zoveel pushing wordt gepubliceerd. Het is een onderhoudende en informatieve uitgave. Maar wat hebben westerlingen - zowel moslims, andersgelovigen en ongelovigen - goed beschouwd eigenlijk aan de hoofdboodschap van dit boek?


Recensie door Stan Verdult

Reza Aslan, Geen god dan God. Oorsprong, ontwikkeling en toekomst van de islam, De Bezige Bij, 2005, 383 blz.

Links
mailto:c.m.verdult@hetnet.nl
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be