Gulag. A history of the Soviet Camps

boek vrijdag 03 oktober 2003

Anne Applebaum

Over de concentratiekampen van de nazi's zijn hele bibliotheken vol geschreven, op de Russische (en Chinese) rustte schijnbaar lange tijd een taboe. We werden verondersteld dat het heropvoedingskampen waren en ook dat ze pas na Lenin ontstonden. En tijdens de Koude Oorlog hoorden we liever bij de revisionisten dan bij de conformisten of traditionalisten. De vele boeken die toch verschenen, oogstten niet altijd het verhoopte succes. Een voorbeeld: in 1963 vertaalde de Nederlandse communist Theun de Vries Een dag uit het leven van Ivan Denisovtsj, het eerste boek van Alexander Solzjenitsyn over de sovjetkampen. De Communistische Partij Nederland vond het een lasterlijk pamflet en liet de hele oplage vernietigen (DM, 16.07.03).

Wellicht oogst Anne Applebaum met haar boek Gulag. A history of the Soviet Camps meer succes. De tijdsgeest is veranderd en haar boek is intussen ook verschenen in het Nederlands onder de titel Goelag. Een Geschiedenis. Deze Amerikaanse historica was correspondente van The Economist in Oost-Europa. Na de val van de Sovjetunie mocht ze de kampen bezoeken, de archieven inkijken, memoires van goelaggevangenen lezen en overlevenden interviewen. Het resultaat is een degelijk werk, waar je een weekje lectuur aan hebt.

In deel 1 beschrijft ze de eerste Russische kampen; deze dateerden al van de 16° eeuw. Ze lagen in de noordelijke Witte Zee, op de ijskoude en barre Solovetsky archipel, ten westen van Archangelsk. Het waren strafkampen voor politieke tegenstanders van de tsaar. Solzjenitsyn ontleende hieraan zijn metafoor ‘archipel’. De eerste kampen van de bolsjewieken ontstonden al in 1920, als uitvloeisel van de Rode Terreur, op dezelfde plek waar de tsaar met zijn kampen begonnen was.

In 1926 begonnen de Sovjets met het systeem van ‘dwangarbeid als methode van heropvoeding’. Vanaf 1929 werden de kampen uitgebreid over de Oeral, in heel Siberië, naar de verste uithoeken, omdat men geen vrijwillige arbeiders vond om daar steenkool, gas, olie en bossen te ontginnen. In de praktijk bleven de meeste gevangenen ook na hun ‘vrijlating’ daar; het aspect ‘heropvoeding’ ging verloren. Opmerkelijk is dat al in 1926 een ontsnapte officier Malsagov in London het boek Island Hell publiceerde en in 1927 kon de Fransman Raymond Duguet het gedetailleerde boek Un bagne en Russie rouge/Een gevangenis in Rood Rusland schrijven over de verschrikkelijke ‘heropvoedingstechnieken’ in Solovetsky. Ook de Westerse kranten publiceerden geregeld artikelen over deze dwangarbeid. Een krachtprestatie was het manueel graven van het Belomorkanal of Witte Zee-kanaal, dat St.-Petersburg verbond met de Witte Zee-Barentszee-Noordelijke IJszee. Andere kanalen, steden zoals de Magnitogorsk en fabrieken volgden, vooral in de jaren 1937-1942 en 1945-1953.

Deel 2 behandelt omstandig het leven van de gevangenen: hun arrestatie, het vervoer, de diverse soorten straf en werk, de bewakers, vrouwen en kinderen, de overlevingsmethodes en ontsnappingspogingen. De gevangenen bestonden uit drie verschillende categorieën: 1) de vijanden van de staat of ‘niet-mensen’: bourgeois, aristocraten, geestelijken, handelaars, koelakken, socialisten en vele andere personen met afwijkende meningen; 2) willekeurige slachtoffers van de terreur: ook getrouwe medewerkers van Stalin; 3) volkeren uit veroverde gebieden (zoals Polen, Balten, Oekraïners en Roemenen), Russen die krijgsgevangenen van de Duitsers waren geweest, volkeren die ‘gecollaboreerd’ hadden (zoals de Tsjetsjenen, Volgaduitsers, Tataren); 4) joden. De kampen hadden meerdere functie. Ze dienden als straf, als heropvoedingssysteem maar ook als een economische functie, nl. de Sovjetunie moderniseren en aan meer grondstoffen helpen door dwangarbeid. De auteur stelt dat ontsnappen wel mogelijk was, maar de meesten werden verklikt (250 roebel voor de verklikker), bevroren, stierven van honger, of werden tijdens hun vlucht doodgeschoten. De bewakers en de kampcommandanten kregen zelf 5 tot 10 dagen gevangenis en loonverlies: ze pasten dus wel op. Applebaum (zelf joodse?) is bijzonder goed op de hoogte van het lot van de joden in de Sovjet-Unie.

Deel 3 beschrijft de Tweede Wereldoorlog, het massagraf van Katyn, het ontstaan van kampen in de Oostbloklanden, de groei van de kampen als industriële complexen, de acties tegen de joden, de dood van Stalin, de dooi (met meer vrijlatingen en de afbouw van sommige kampen), de dissidenten, de publicaties van Solzjenitsyn, Medvedev en anderen, de komst van Gorbatsjov, zijn amnestie voor alle politieke gevangenen (in 1986). Die amnestie was begrijpelijk: één grootvader van Gorbatsjov belandde in 1933 in een werkkamp, bij de andere werden in 1938 beide armen gebroken tijdens het folteren in de gevangenis. Een bijzonder gevolg van dit algemeen pardon was dat het latere Armenië, Litouwen en Oekraïne geleid werden door voormalige politieke gevangenen. Ander detail: in Siberië verblijven nog altijd Balten e.a., hoewel ze mogen terugkeren: ze weten niet waarheen, want hun vroegere bezittingen krijgen ze niet meer terug.

In haar epiloog betreurt Applebaum dat het huidige Rusland, 50 jaar na Stalin, nog geen begin maakte van een schuldbekentenis of monument voor de slachtoffers. 4,5 miljoen politieke gevangenen zijn inmiddels wel gerehabiliteerd, ze kregen een paar extra roebels en gratis tickets voor de bus, maar een ernstig onderzoek naar de wandaden van het verleden is niet aan de orde. De Russen voelen dat ze na het uiteenvallen van de USSR geen grootmacht meer zijn en ze hebben geen behoefte aan een onderzoek naar de duistere periode toen ze nog wel veel aanzien hadden.

Als we de Russische kampen vergelijken met die van de nazi's zijn er veel overeenkomsten, maar ook fundamentele verschillen. Enkele gelijkenissen: het uiterlijk met de kaalgeschoren hoofden en soms uitgemergelde lichamen; de slogans zoals ‘Werk in de Sovjetunie is eervol en roemrijk’ (in Auschwitz heette het ‘Arbeit macht frei’); de gevangenen zaten er meestal levenslang of tot aan hun bevrijding in 1945 of 1986; veel gevangenen hadden als enige ‘misdaad’ een afwijkende mening; onmenselijke fysische en fysieke omstandigheden, met in Siberië nog het schrale vriesweer erbij, leidden bij veel gevangenen tot ziekte, uitputting en dood; er waren genoeg overtuigde of opportunistische helpers om het systeem te doen functioneren; deze helpers werden vakkundig geïndoctrineerd en wijsgemaakt dat de gevangenen vijanden van de staat waren. De verschilpunten zijn grondiger: de Russische kampen waren niet uitgerust met gaskamers; de Russen hadden niet de bedoeling één bepaald ras uit te roeien; er zaten geen zogenaamde ‘Untermenschen’; zij hadden wel duizenden kampen in plaats van tientallen; en hun daders zijn niet gestraft (sommigen ontvingen nog een decoratie als held van de arbeid).

In de appendix peilt de auteur naar het aantal gevangenen (200.000 rond 1930; 2,5 miljoen rond 1950-1953) en het officieel aantal doden per jaar (tussen 8.000 en 352.000). Ze verklaart daarbij de uitschieters van 1933, 1938, 1942. Ze wijst er ook op dat er buiten de kampen nog meer doden vielen: als de geheime politie mensen wou doden, voerden ze massale executies uit in de bossen. Volgens de archieven waren er 786.098 politieke executies tussen 1934 en 1953. Globaal gezien is deze studie van Anne Applebaum momenteel de meest omvangrijke over de sovjetkampen. Haar voorgangers zoals Robert Conquest (The great terror, 1968) of Solzjenitsyn (Goelag Archipel, 1972) hadden geen toegang tot de archieven, de statistieken of de memoires van gevangenen. Applebaum raamt het totale aantal gevangenen op 18 miljoen, van wie er 2,75 miljoen stierven. Conquest, het Franse Livre noir du communisme (Nicolas Werth e.a.) en zelfs de Russische rehabilitatiecommissie onder leiding van Alexander Jakovlev spreken over meer dan 20 miljoen.

De schrijfstijl van Anne Applebaum is afstandelijk, zeker niet meeslepend. De geciteerde teksten en gedichten zijn wel emotioneel en mooi. Haar Engels is niet altijd eenvoudig, maar er nu ook een Nederlandstalige versie op de markt. Het boek bevat waardevolle foto’s, ze komen dikwijls uit Russische archieven en zijn dus mat en grauw. Het boek zelf tenslotte: het zit in een stevige kaft, het heeft een aangename bladspiegel en mooi papier. Het notenapparaat en de bibliografie maken indruk. Het woordenlijstje met Russische woorden is kort, maar onmisbaar. Het boek is waar voor zijn geld, zowel inhoudelijk als materieel.


Recensie door Jef Abbeel

Anne Applebaum, Gulag. A history of the Soviet Camps, Allen Lane/Penguin, 2003, 610 blz.
Anne Applebaum, Goelag. Een geschiedenis, Ambo, 2003

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be