Kosmopolitisme

boek vrijdag 18 mei 2007

Kwame Anthony Appiah

Een van de meest besproken trends van de voorbije jaren is de globalisering, het onvermijdelijke proces van wereldwijde economische en culturele integratie. Sommigen keren zich tegen dit proces en pleiten voor nieuwe vormen van protectionisme en een grotere greep van de natiestaten zoals anti- en andersglobalisten. Anderen juichen die evolutie juist toe en beklemtonen de voordelen ervan. De realiteit is dat landen, volkeren en mensen steeds meer met elkaar in aanraking komen en relaties aangaan. Het is een onstuitbare evolutie die op zich losstaat van de moraal. Anders dan globalisering is kosmopolitisme een ethische houding. Het beklemtoont de verbondenheid van elk individu met de globale mensheid, een vorm van wereldburgerschap waarbij men de nadruk legt op de rechten van het individu en niet van een volk, natie of gemeenschap. In die zin staat het tegenover het cultuurrelativisme dat mensen ondergeschikt maakt aan groepen of gemeenschappen, en tegenover het monoculturalisme dat het behoud van de eigen cultuur voorop stelt. Het kosmopolitisme gaat uit van de idee dat iedereen vrij is in zijn of haar keuze. Het aanvaardt geen rechtvaardiging om tegen de rechten of de wil van het individu in te gaan met als excuus de bescherming van groepsrechten of de vrijwaring van de eigen cultuur.

Over dit onderwerp schreef de Brits-Ghanese filosoof Kwame Anthony Appiah het boek Kosmopolitisme waarin hij op zoek gaat naar een ethiek in een wereld van vreemden. Daarbij pleit hij voor een werkelijk humanistische kijk op nationalisme en cultuurbehoud. Appiah voert de lezer terug naar de vierde eeuw voor Christus, toen Griekse denkers een sceptische houding aannamen ten aanzien van tradities en gebruiken en voor het eerst het ideaalbeeld van de wereldburger opstelden. De essentie van het kosmopolitisme is dat we als mens verplichtingen hebben ten aanzien van anderen, ook diegenen die niet behoren tot onze naaste familie- of vriendenkring. In de loop van de geschiedenis stond het kosmopolitisme recht tegenover het nationalisme en patriottisme. De auteur verwijst naar de schrijver Leo Tolstoj die stelde ‘wil je een oorlog uitroeien, roei dan het patriottisme uit’. Waaruit hij afleidt dat landsgrenzen moreel irrelevant zijn. Niet voor niets haalden dictators als Hitler en Stalin uit naar de ‘ontwortelde kosmopolieten’ als diegenen die ‘de gezondheid van de natie en het volk ondermijnden’. Net als het liberalisme en het individualisme werd het kosmopolitisme door hen verworpen als decadent, gezagsondermijnend en volksvijandig.

Appiah heeft het in zijn boek over de ‘kosmopolitische besmetting’. Het is een afkeer voor elke vorm van absolutisme voor het zuivere. ‘Culturele zuiverheid is een oxymoron’, schrijft de auteur waarmee hij aangeeft dat het hier een stijlfiguur betreft waarbij twee woorden die elkaar in hun letterlijke betekenis tegenspreken, desondanks worden gecombineerd tot één begrip. Hier ligt het essentiële verschil tussen particularisme en kosmopolitisme. Dat laatste aanvaardt de diversiteit die vertrekt van het respect voor de mensen zelf. Het eerste gaat uit van een vermeende vorm van superioriteit die vertrekt van een substantieel verschil tussen de ‘eigen’ mens en de ‘ander’. In die zin is de slogan ‘eigen volk eerst’ een cruciaal voorbeeld van antikosmopolitisme. Deze slogan suggereert dat we als mens enkel een verplichting hebben tot diegenen die behoren tot onze historisch gevormde familie of gemeenschap. Tot mensen die omwille van omstandigheden in onze buurt of omgeving zijn opgegroeid, en dat we geen enkele plicht zouden hebben tegenover wie daar niet toe behoort. Voor de auteur is het duidelijk: we hebben als mens, als kosmopolieten, verplichtingen ten opzichte van vreemden. In zijn laatste en meest boeiende hoofdstuk bespreekt Appiah deze verplichtingen.

De auteur verwijst naar Adam Smith en zijn werk The Theory of Moral Sentiments waarin de beroemde filosoof verwees naar het feit dat mensen meer wakker zouden liggen van het verlies van hun pink, dan van de dood van honderd miljoen van zijn broeders in een ver land. ‘We kunnen niet op intieme voet staan met miljarden mensen; en daaruit volgt dat het kosmopolitische rechtvaardigheidsgevoel een onmogelijkheid is’. Het is een stelling die in de achttiende eeuw en tot enkele decennia geleden begrijpelijk leek. De toename van de informatie door satelliettelevisie en internet maakt echter dat we steeds meer betrokken raken met leed dat niet binnen ons gezichtsveld ligt. Net het besef van misstanden maakt dat we een grotere verantwoordelijkheid dragen tegenover wat gebeurt in de rest van de wereld. Dat betekent volgens de auteur niet dat we een ‘unieke’ verantwoordelijkheid hebben voor het leed in de rest van de wereld. Daarvoor moeten alle mensen in de wereld hun aandeel leveren. Essentieel is dat mensen hun verstand gebruiken om anderen te helpen, eerder dan hun hart.

De auteur wijst erop dat mensen in de rijkste landen meer kunnen doen voor de armen, maar tegelijk wijst hij op het feit dat de leiders van de landen dan het goede moeten doen. Waarbij hij zich keert tegen de regeringspolitiek van rijke landen die met hun protectionisme andere landen in armoede houden. Ook de leiders van de ontwikkelingslanden zelf moeten inspanningen leveren. Zo wijst de auteur, net als Nobelprijswinnaar voor Economie Amartya Sen, op het essentiële belang van een goed bestuur en goede instellingen voor een betere ontwikkeling van het land. Maar nogmaals, de mensen van de rijkste landen kunnen meer doen, en in feite gaat het om een peulschil. De auteur verwijst naar die andere econoom Jeffrey Sachs die berekende dat tegen een prijs van 150 miljard dollar de extreme armoede binnen twintig jaar kunnen uitroeien. Dat komt neer op 45 cent per inwoner van de Verenigde Staten, de Europese Unie, Canada en Japan, en dat is minder dan een derde van wat de gemiddelde Noor momenteel al betaalt. Een grotere bijdrage ten bate van de armen spoort met het kosmopolitisme dat gerust beschouwd kan worden als een ethisch surplus.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Kwame Anthony Appiah, Kosmopolitisme, Bert Bakker, 2007

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be