Het verhaal van een leven

boek vrijdag 10 juni 2005

Aharon Appelfeld

Ruim zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog verschijnen nog steeds nieuwe boeken over Hitler, het nazisme en de holocaust. Doorgaans zijn het biografieën of overzichtswerken die een bepaalde figuur of gebeurtenis bespreken. Minder frequent, maar vaak beklijvender zijn de autobiografieën van de overlevenden zoals die van Primo Levi, Jean Améry, Imre Kertész, Gyorgy Konrad en Béla Zsolt. In diezelfde zin verscheen onlangs de Nederlandstalige versie van Het verhaal van een leven van de Israëlische schrijver Aharon Applefeld die voordien naam maakte als romancier met zijn boeken Badenheim 1939, Tzili en Om elke zonde. In zijn autobiografie keert Appelfeld naar zijn kindertijd in een klein dorpje in de Oekraïne waar hij beschermd opgroeide in een kleine gemeenschap, als kind van verlichte, geassimileerde joden. Op zevenjarige leeftijd eindigt zijn jeugd als zijn moeder wordt vermoord door de nazi’s en hij samen met zijn vader wordt gedeporteerd naar een concentratiekamp. Aharon weet uit het kamp te ontsnappen en dwaalt om te overleven drie jaar lang door de uitgestrekte bossen. Hij wordt opgenomen in het Rode Leger, dient in veldkeukens en komt vervolgens in Italië terecht. In 1946 bereikt hij tenslotte Palestina waar hij een nieuw leven opbouwt.

Aharon Appelfeld schreef dit boek pas in 1999, ruim een halve eeuw na de feiten en beseft dat hij zich niet alles gedetailleerd kan herinneren. Dat hoeft ook niet te verwonderen want toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was de auteur nauwelijks zeven jaar oud. Het boek is dan ook een zoektocht in zijn geheugen waarbij hij stilstaat bij bepaalde – vaak zintuiglijke – indrukken die hem zijn bijgebleven, zoals een smaak, een geur, een geluid of een stemming. Telkens wanneer het koud is en er een harde wind staat, keert hij zo terug naar het getto, het kamp of de bossen waar hij jarenlang rondzwierf. Als hij blij of bedroefd is, openbaart zich het gezicht van zijn moeder die aan het begin van de oorlog vermoord werd. Hij droomt over honger en dorst. De auteur vertelt het allemaal heel poëtisch en dromerig. ‘Soms is de geur van een gerecht, vocht in mijn schoenen of plotseling lawaai voldoende om me tot diep in de oorlog terug te voeren’, zo schrijft Aharon Appelfeld. Naarmate hij meer grip lijkt te krijgen op zijn geheugen wordt de toon droefgeestiger, somberder en bijwijlen ondragelijk hard.

De auteur heeft alleen het eerste schooljaar meegemaakt. Samen met een andere jongen was hij het enige joodse kind in een klas van veertig leerlingen. Het plaatste hem onmiddellijk in een kwetsbare positie en hij kreeg vaak schoppen te verduren. Op het einde van het schooljaar begon de Tweede Wereldoorlog en werd hij aan de hand van zijn vader meegesleept over de Oekraïense vlaktes, een tocht die twee maanden duurde, maar waarin de auteur zich naar eigen zeggen al vijftig jaar in voortsleept. Hij geraakte gescheiden van zijn vader en vluchtte in de bossen waar hij jarenlang verbleef. Het was een periode waarin hij de voorkeur gaf ‘aan het gezelschap van levenloze objecten en van dieren. Bij mensen weet je nooit waar je aan toe bent’. Na de oorlog bleef hij alleen, verbleef eerst in een doorgangskamp - waar hij zag hoe kinderen, vaak wezen, op een schandelijke manier werden misbruikt en uitgebuit - en daarna in Palestina om er ‘te bouwen en gebouwd te worden’. Hij zat twee jaar in de jeugdbeweging, ging naar de landbouwschool en belandde uiteindelijk in het leger. Daar kwam hij in contact met andere kinderen en overlevenden van de shoah en begon te lezen.

Aharon Appelfeld ging nadien studeren aan de Hebreeuwse universiteit, kreeg er ondermeer les van Martin Buber, Gershom Scholem, Ernst Simon en Yechezkel Kaufmann, en las er de werken van Kafka en Camus. Hij geraakte in de ban van Samuel Agnon die hem aanmoedigde om zelf te schrijven. ‘Over grote misstanden mag je niet fluisterend spreken’, aldus Agnon. Een keerpunt in zijn leven vormde alvast de Jom Kippoeroorlog die niet alleen bij hem, maar bij heel wat jongeren de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog herleven. Velen onder hen maakten zich kwaad op hun ouders omdat die hen niet verteld hadden over de shoah. Aharon Appelfeld merkt scherp op dat de overlevenden van de shoah al die jaren voor een dilemma stonden. Namelijk of ze moesten doorgaan te leven met de herinnering aan de shoah of het drama achter zich laten, de handen uit de mouwen steken en een nieuw leven beginnen. ‘Ze wilden hun kinderen de herinnering aan het leed en de schaamte besparen; ze wilden hen als vrije mensen in de wereld opvoeden, zonder dat ellendige erfgoed’, aldus de auteur.

Het meest aangrijpende deel is zijn ervaring met de club Het Nieuwe Leven die in 1950 werd opgericht door een aantal overlevenden van de shoah en waarin Aharon Appelfeld actief was. Zo schreef hij een reeks boeken en ook gedichten. De reacties daarop vanwege de clubleden geeft een goed beeld van de verscheurdheid waarmee de overlevenden te maken hadden. Volgens sommigen mocht men over de shoah geen poëzie schrijven (overeenkomstig het standpunt van de Duitse sociaal filosoof Theodor Adorno), volgens anderen kon dat wel en moedigden hem aan. De leden brachten eerst hun kinderen mee, maar toen die opgroeiden kwamen ze niet langer. In de jaren zestig draaide het nog goed, maar in de jaren zeventig daalde de belangstelling. Tegen het einde van de jaren tachtig waren er nog maar weinig leden van het eerste uur en uiteindelijk werd de club gesloten. Het is duidelijk dat de auteur heimwee heeft naar de jaren van het clubleven. Misschien is het wel daarom dat hij pas op het einde van de jaren negentig deze tekst op papier zette. Om te kunnen blijven getuigen van een krankzinnige periode waarin joden werden uitgeroeid omdat ze als jood geboren werden.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Aharon Appelfeld, Het verhaal van een leven, Ambo, 2005

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be