Vijftig vragen over antisemitisme

boek vrijdag 13 mei 2005

Anne Frank Stichting

‘De geest van het antisemitisme is uit de fles’, zo verklaarde Robert Wistrich, professor hedendaagse Europese en Joodse geschiedenis aan de universiteit van Jeruzalem. De kans is groot dat hij gelijk heeft. Zowel in extreemrechtse kringen als bij radicale moslims worden de joden opnieuw afgeschilderd als de monsterlijke duivels. Op het internet staan heel wat websites en weblogs waarin het antisemitisme openlijk beleden wordt. Op tal van joodse begraafplaatsen zijn grafzerken besmeurd met een swastika of teksten als ‘Juden raus’, ‘Heil Hitler’ en ‘Wir sind Zurück’. Joodse monumenten en synagogen worden beklad met leuzen als ‘Weg met de Joden’. Tijdens betogingen tegen de oorlog in Irak scandeerden groepjes radicale moslims ‘Hamas, hamas, alle joden aan het gas’. Diezelfde leuze weerklonk op de tribunes tijdens diverse voetbalwedstrijden in Nederland. In de Gids voor Islamitische Opvoeding uitgegeven door uitgeverij Noer in Delft en dat vrij te koop is in België en Nederland, staat te lezen dat joden de ‘mensheid door listigheid en slechtheid’ bederven. In België werd een joodse jongen levensgevaarlijk verwond met een mes en in Frankrijk werd een joodse jongen neergestoken door een radicale moslim. Nog erger is het in tal van Arabische landen waar vertalingen van Mein Kamf en de vervalste Protocollen van de Wijzen van Zion publiek worden verkocht en de joden meer dan ooit worden verguisd.

Uit allerlei studies blijkt intussen hoe slecht het is gesteld met de kennis van de recente geschiedenis in ons onderwijs. Tal van scholieren, zelfs universiteitsstudenten, zijn niet in staat om Hitler, het nazisme en het antisemitisme exact te duiden. Bij een uitzending van het televisieprogramma Terzake over de zestigste verjaardag van de bevrijding van Auschwitz antwoordde een laatstejaars scholier dat er in dat kamp wel honderd, misschien wel tweehonderd doden vielen. Voor heel wat jongeren is Hitler wat Napoleon was voor onze grootouders. Toch is het niet overal kommer en kwel. Ondanks het feit dat de Britse prins Harry verkleed in een nazi-uniform met bijhorende swastika naar een verjaardagsfeestje trok, hebben de Britse scholieren een redelijke feitelijke kennis over de twee wereldoorlogen. Jaarlijks bezoeken vele tienduizenden Britse scholieren de slagvelden rond Ieper en de ‘Holocaust Exhebition’ in het Imperial War Museum in Londen. In Vlaanderen blijft die kennis intussen afhankelijk van de inzet van de betrokken leerkracht geschiedenis. Enkele jaren terug stelde de toenmalige minister-president Patrick Dewael voor om een Holocaustmuseum te bouwen in Mechelen maar die plannen geraakten onder de huidige Vlaamse regering op de achtergrond. Om het gebrek aan feitenkennis te compenseren publiceerde de Anne Frank Stichting onlangs het boek Vijftig vragen over antisemitisme. Het biedt duidelijke en voor iedereen begrijpbare antwoorden op de meest elementaire vragen die mensen zich stellen over het jodendom en bevat daarnaast een reeks treffende foto’s en bijkomende achtergrondinformatie.

Antisemitisme is geen recent verschijnsel. Het christendom en het jodendom zijn de afgelopen tweeduizend jaar vooral religieuze concurrenten van elkaar geweest. Maar met de toenemende macht van de katholieke kerk zaten de joden al snel in de verdrukking en waren ze het voorwerp van vooroordelen, minachting, jaloezie en xenofobie. Het belangrijkste ‘argument’ die men van katholieke zijde aanhaalde was het feit dat de joden ‘God’ vermoord hadden. In de evangelies van Johannes en Mattheüs wordt dat impliciet vermeld. Daarnaast speelde ook geld een belangrijke rol. In tegenstelling tot andere godsdiensten die hun gelovigen niet toestonden rente uit geldleningen te winnen was dat voor de joden wel toegestaan. Voor joden was het immers wenselijk rijk te zijn terwijl christenen werd aanbevolen arm te blijven. Voor de eersten was het een middel om God beter te dienen en de armen te helpen, voor de anderen was munt slaan uit geld immoreel en moest men zoveel mogelijk aan de kerk geven waardoor het genade opbracht voor de schenker. Over de relatie tussen het joodse volk en de wereld van het geld schreef de Franse auteur Jacques Attali een monumentaal werk onder de titel De joden, de wereld en het geld.

In 1215 bepaalden de pausen en bisschoppen reeds dat joden een merkteken moesten dragen in de vorm van een hoed of een geel kenteken op hun kledij. Sindsdien werden de joden, vooral onder het christendom, beschouwd als vijandig, minderwaardig en vooral gevaarlijk voor het ‘eigen volk’. Het boek bevat dan ook tal van illustraties van westerse en christelijke gezagsdragers die wezen op het ‘joodse’ gevaar. Ondermeer een foto van paus Pius IX, een van de meest anti-joodse pausen die de joden ‘honden’ noemde. Minder bekend is ook het feit dat tot diep in de negentiende eeuw de joden binnen de pauselijke staat een geel merkteken moesten dragen en dat de rassenwetten van de Italiaanse fascisten en de Neurenberger rassenwetten van de nazi’s, waarmee de joden in Italië en Duitsland van hun burgerrechten waren beroofd, deels gemodelleerd waren op maatregelen die de katholieke kerk ten aanzien van joden al eeuwenlang in de praktijk had gebracht. Het is pas sinds het Tweede Vaticaans Concilie, zowat veertig jaar geleden, dat de katholieke kerk haar houding heeft bijgestuurd en onder paus Johannes Paulus II namens de kerk schuld heeft beleden.

Niet alleen de katholieke kerk maakte zich schuldig aan antisemitisme. De kerkhervormer Maarten Luther publiceerde een fel anti-joods pamflet onder de titel Von den Juden und ihren Lügen (Over de joden en hun leugens). Niet te verwonderen dat Adolf Hitler in zijn boek Mein Kampf Luther roemt als een groot man, een reus. Toch wijzen de auteurs terecht op het feit dat de lutherse kerken in de Scandinavische landen nauwelijks een antisemitische traditie kenden. Binnen de islamitische wereld stond men doorgaans veel toleranter tegenover de joden, alhoewel diverse verzen van de Koran de joden veroordelen. Het felle antisemitisme onder moslims is van latere datum en loopt zowat samen met de vorming en oprichting van de staat Israël. In het boek staat alvast een veelzeggende foto van de grootmoefti van Jeruzalem die in november 1943 een moslimeenheid van de Waffen-SS in Bosnië inspecteert. Hij slaagde er in om de emigratie van talloze Hongaarse, Roemeense, Bulgaarse en Italiaanse joden naar Palestina tegen te houden en droeg daarmee bij tot hun ondergang.

De auteurs gaan ook de meer gevoelige vragen niet uit de weg. Zo behandelt het de uniciteit van de sjoah, het verband tussen zionisme en antisemitisme, het conflict tussen Israël en de Palestijnen en de vraag of kritiek op Israël antisemitisch gedrag is. Het verschil tussen de sjoah en andere volkerenmoorden is de technisch en bureaucratisch uitgewerkte methode waarop de nazi’s te werk gingen om zich van de joden te ontdoen. In het recente boek Auschwitz van Laurence Rees wordt die methode tot in zijn meest gruwelijke details beschreven. In die zin kan men inderdaad zeggen dat de sjoah in vergelijking met andere genociden enkele unieke kenmerken heeft, maar niet uniek is in alle opzichten. Kritiek op Israël en politieke beslissingen van de Israëlische regering zijn natuurlijk niet automatisch antisemitisch. Binnen Israël zelf is er heel wat kritiek op het gevoerde beleid zoals het geval is in elke democratie. Maar de auteurs wijzen er wel op dat in de praktijk veel hedendaags antizionisme naadloos overgaat in antisemitisme.

De London Jewisch Chronicle schreef in 2003 in een redactioneel commentaar dat antisemitisme ‘een lichte slaper’ is die gemakkelijk weer kan worden opgewekt. Dit lijkt me terecht zeker als we heden ten dage zien hoeveel antisemitische aanslagen gepleegd worden. Zowel bij extreemrechtse groepen als bij radicale moslimkringen, zowel in de islamitische wereld als in Europa, worden de joden weer met de vinger gewezen. Daarbij komt het gevaar van de onwetendheid bij steeds meer jongeren over wat er amper zestig jaar geleden wereldwijd bekend raakte, de vernietigingskampen van de nazi’s. Wat gebeurd is, mag nooit worden vergeten. In die zin is het noodzakelijk dat men de scholieren van vandaag en morgen meer dan ooit onderwijst over de sjoah en over de oorzaken van het antisemitisme. Zo moet ook de Vlaamse regering zo snel mogelijk werk maken van het geplande Holocaustmuseum in Mechelen. Er zijn natuurlijk ook andere behoeften en prioriteiten waarmee een regering rekening moet houden. Maar de door alle politieke partijen zo hoog geprezen ‘verdraagzaamheid’ is zonder twijfel één van de belangrijkste prioriteiten voor onze samenleving. Dit boek, niet alleen inhoudelijk maar ook vormelijk door het interessante beeldmateriaal, levert daar een belangrijke bijdrage toe.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Anne Frank Stichting, Vijftig vragen over antisemitisme, Boom, 2005

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be