De verrijkte samenleving

boek vrijdag 20 december 2002

Bert Anciaux

Na zijn ontslag als minister van cultuur in juli 2002 is het maandenlang stel gebleven rond Bert Anciaux. Het woelwater van de Vlaamse politiek trok zich in alle sereniteit terug, maar insiders wisten dat er onder dat rustige oppervlak nieuwe ideeŽn, nieuwe plannen, nieuwe dromen aan het broeien waren. Reculer pour mieux sauter, zo leek zijn devies wel. Met dit boek zet Bert Anciaux een nieuwe en belangrijke stap in zijn politieke leven. Hij maakt die nieuwe start niet alleen, maar samen met alle leden van Spirit. Zo staat het te lezen op de achterkant van dit boekje, dat verder aangeeft dat hij 'gedreven en oprecht een antwoord zoekt op de vragen die ons anno 2002 bezighouden'. Anciaux toont zich hierin afwisselend als een dromer, een gedreven man en een emotionele huisvader. Zijn standpunten zijn soms radicaal, maar doorgaans voorspelbaar en in enkele gevallen zelfs tegenstrijdig.

Interessant is alvast zijn uitgangspunt dat rechts en conservatief voor hem synoniemen zijn, terwijl links en progressief dat niet zijn. "In het kartel dat SP.A en Spirit samen vormen, zal SP.A de linkse poot zijn en Spirit de progressieve." Dat is alvast een uitspraak die kan tellen. Ook verder zet hij zich af tegen de vaak dogmatische instelling van de socialisten en hun achterhaalde opstelling in de discussie tussen arbeid en kapitaal. Zelf noemt hij zich progressief. Progressieve politici denken zonder dogma's die hun handelen 'pragmatisch' richten op het doel dat ze willen bereiken en die ook belang hechten aan immateriŽle waarden. Dit klopt niet helemaal. Ook ethisch conservatieve politici hechten veel belang aan immateriŽle waarden en pragmatisme lijkt me niet de beste kwaliteit voor een progressief. Echte progressieven geloven in de moderniteit en willen veranderingen en vernieuwingen doorvoeren ten bate van de vrijheid en emancipatie van het individu. In de daaropvolgende bladzijden toont Anciaux zich eerder een communitarist die het individu vaak bij het handje wil houden en zo individuele rechten ondergeschikt maakt aan het gemeenschapsdenken.

Zo loopt Anciaux socialisten en conservatieven na in hun stelling dat de slinger van de samenleving helemaal naar de kant van het individualisme is uitgeslagen. Hij wil de klemtoon weer leggen op de wij-samenleving en op het 'collectieve denken'. Hierbij maakt hij de fout individualisme gelijk te stellen met egoÔsme. Individualisme heeft niets te maken met zelfzucht maar is een positieve kracht die het individu juist de mogelijkheid biedt solidair te zijn met anderen. Anciaux verwacht hiervoor meer van ingrepen van de overheid. Zo pleit hij onomwonden voor een 'begeleiding of opleiding van ouders' zodat ze op een verantwoorde manier omgaan met hun ouderlijke macht. Dit is een betwistbare vorm van inmenging in het privť-leven, want wie zal bepalen wat de inhoud van die opleiding zal zijn? Het geloof in regels om mensen beter te maken is gewoon een gevaarlijke gedachte.

Opvallend is zijn voorstel om erfenissen te beperken tot de eerste lijn en de erfenissprong. Daarbij stelt hij zich de vraag waarom oudere mensen zonder kinderen al hun spaarcentjes moeten blijven oppotten tot aan hun dood? Anciaux verwacht dat oudere mensen hierdoor tot meer consumptie zullen aangemoedigd worden. De logische consequentie van dit voorstel is dat erfenissen (behoudens eerste lijn) volledig toekomen aan de gemeenschap of alvast stevig belast zullen worden. Dit is niet alleen een zware aantasting van het eigendomsrecht maar zegt ook veel over het grote geloof van Anciaux in de herverdelende rechtvaardigheid van de overheid. Een lezing van de Public-choice theorie van Nobelprijswinnaar James Buchanan zou hem misschien tot nadenken stemmen.

In een hoofdstuk over internationale samenwerking haalt Anciaux terecht uit naar het gebrek aan democratisch draagvlak binnen de Europese Unie. Het Scandinavisch systeem waarbij ministers voor Europese topontmoetingen hun standpunt moeten verdedigen voor het nationale parlement kan inderdaad zorgen voor een breder draagvlak. Zijn voorstelling van het pleidooi van Patrick Dewael om de regio's een eigen stem te geven in Europa, als een manier om 'de regio's het statuut te geven van een negentiende-eeuwse staat', klopt helemaal niet. Het optrekken van het belang van de regio's is juist een stap in het dichten van de kloof tussen burger en Europese politiek. Verder is Anciaux bijzonder pessimistisch over de evolutie van Europa, hij noemt het zelfs een 'absolute ramp'. Voor hem zijn de verscheidenheid en de rijkdom aan culturen, de sociale verworvenheden en de ecologische prioriteiten de kern van 'zijn' Europa. Dat klinkt sympathiek, maar de kern van het Europese verhaal is juist de verwezenlijking van een verenigd Europa op een vreedzame manier en dit na meer dan 2.000 jaar strijd. Het is dus vooral een politiek project waarbij we de miljoenen mensen uit Centraal- en Oost-Europa eindelijk rust, stabiliteit, welvaart en vooral vrijheid kunnen geven. Indien we even pessimistisch waren geweest ten aanzien van Spanje, Portugal en Griekenland, dan zaten deze landen ook nu nog in de problemen. Hun opname in de Unie heeft gezorgd voor meer rijkdom, en dat moeten we ook realiseren voor de nieuwe kandidaat-lidstaten. Intussen moet via de Conventie een betere en meer democratische bestuursvorm worden uitgewerkt.

Ook inzake de wereldvrede bespeelt Anciaux de emotionele gevoelens. Zo ergert hij zich aan de weigering van de premier om een 'uiteindelijke militaire inzet' tegen Irak expliciet af te zweren, en wil hij dat het Belgisch leger zich omvormt tot een vreedzame burgerwacht. Klinkt sympathiek maar is in feite laf. BelgiŽ zou zich dan ontwapenen maar als er zich zware problemen voordoen zoals in JoegoslaviŽ of Rwanda wel roepen om militair tussen te komen bij conflicten. Dus wel de lusten maar niet de lasten wanneer het om de verdediging van de veiligheid en de bescherming van mensenrechten gaat. In geval Irak daadwerkelijk een gevaar zou betekenen voor de wereldvrede en zou beschikken over massale vernietigingswapens dan is elk democratisch land verplicht daar desnoods met geweld tegen in te gaan. Pacifisme mag niet verworden tot onverschilligheid. Net zoals daders van gruwelijke moorden, zoals de nazi's op de joden, zijn ook allen mee verantwoordelijk die er wel van wisten maar er niets aan deden. De stelling dat fundamentalistische terroristen zoals Bin Laden niet met bommen maar met samenwerkingsontwikkeling kunnen bedwongen worden getuigt hierbij van een grenzeloze naÔviteit.

In het hoofdstuk Over participatie van jongeren houdt Anciaux een vurig pleidooi voor de actieve welvaartstaat. Enerzijds houdt hij een vurig pleidooi voor een goed klimaat voor ondernemen, extra impulsen voor jonge starters, fiscaal aantrekkelijk maken van durfkapitaal en de afbouw van de administratieve overlast. Hopelijk kan hij de SP.A hiervan overtuigen want net in die partij zit de socialistische vakbond met een tegengestelde agenda. Blijkbaar beseft de auteur dat want in het hoofdstuk over Cultuur en participatie kant hij zich dan weer tegen de 'alles overheersende actieve welvaartstaat' en ziet hij in de plaats daarvan een 'actieve cultuurstaat'. Wie pleit voor full employment voor jongeren zal echter vooral aan jobcreatie moeten doen, ondermeer via flexibiliteit en verlaging van loonkosten. Zijn voorstel om werkloze jongeren een of twee keer per week een verantwoorde en zinvolle klus te laten opknappen lijkt me niet de ideale manier om mensen aan een vaste job te helpen. Laat ze om- en bijscholen en niet hun tijd verliezen in al dan niet verplichte diensten voor de 'overheid' die trouwens in oneerlijke concurrentie zullen komen ten aanzien van de private sector waarvan juist zoveel jobcreatie verwacht wordt. Wat ouderen betreft stelt Anciaux met klem dat mensen zullen moeten leren leven met het feit dat ze tot hun vijfenzestigste zullen moeten werken. Ook hier zal hij moeten optornen tegen de belangengroepen met wie hij indirect in kartel gaat. Zo stelt hij dat het middenveld wel belangrijk is maar dat ze niet moeten zetelen in het RIZIV, in de raad van bestuur van de NMBS of in een van de vele fondsen voor bestaanszekerheid. Op het vlak van de defederalisering van de sociale zekerheid blijft hij dan weer voorzichtig. Een opsplitsing van kinderbijslag en ziekteverzekering lijken hem nodig, dat van de pensioenen en werkloosheidsvergoedingen dan weer niet.

Dat Anciaux het belang van cultuur voor het maatschappelijk weefsel inziet kunnen we lezen in zijn bevlogen tekst hierover. Hij is (terecht) trots op de stijging van de middelen hiervoor en pleit ervoor nog meer geld te investeren in het sociaal-culturele veld als een dam tegen extreem-rechts. In zijn visie over de interculturele samenleving verzet hij zich tegen quota voor allochtonen op de werkvloer maar pleit hij er wel voor dat bedrijven en de overheid steeds de beste kandidaat kiezen. Dat een overheid dit via onafhankelijke examens kan doen lijkt evident, maar hoe men dit bij bedrijven kan opleggen, laat staan afdwingen, is niet zo duidelijk. Het lijkt Anciaux 'niet overdreven om van de allochtonen te vragen dat zij Nederlands leren'. Of dit ook een verplichting inhoudt is niet echt duidelijk. De snel-Belg-wet lijkt hem geen goede regeling en het migrantenstemrecht moet kunnen op alle echelons. Tenslotte pleit hij ook voor een quotastelsel voor personen die de Europese Unie en dus ons land binnen willen. Hoe dat stelsel er moet uitzien staat er niet.

Op het vlak van de veiligheid zet Anciaux zich af tegen de terughoudendheid in sommige progressieve kringen als het gaat om een harde aanpak van de criminaliteit. Maar in tegenstelling tot wat hij noemt de 'rechtse en conservatieve' benadering opteert hij toch eerder voor preventie dan voor repressie. Hieruit blijkt een dubbelzinnigheid waarmee hij zich opnieuw in het discours van die zogenaamde progressieve kringen plaatst. Een harde aanpak van de criminaliteit heeft weinig te maken met links en rechts. Het heeft juist te maken met het progressief mensbeeld van de moderniteit waarbij we ons moeten verzetten tegen elke aantasting van de menselijke integriteit en het persoonlijk bezit. Dŗt is in wezen een progressieve houding, namelijk het middel om te komen tot meer vrijheid. En dat staat haaks op de conservatieve houding die een sterke staat juist als een doel op zich ziet.

Doorheen het ganse boekje doet Anciaux voorstellen die moeten leiden tot meer rechtvaardigheid en menswaardigheid. Zo pleit hij voor meer geld voor onderwijs, cultuur, ouderenvoorzieningen, speelpleinen, openbaar vervoer, zorg, het gratis maken van de eerstelijns-gezondheidszorg en het creŽren van een fonds om mensen met betalingsproblemen een tweede kans te geven. Probleem is wel wie dit allemaal moet betalen? Hier en daar wil hij voorzieningen goedkoper of gratis maken voor mensen met een laag inkomen en duurder voor hogere inkomens. Tegelijk verzet hij zich tegen de liberale 'obsessie' over belastingsverlagingen. Tenslotte legt Anciaux uit waarom hij uiteindelijk voor een kartel met de SP.A gekozen heeft. Daarin meent hij de beste kansen te ontwaren voor het voeren van een progressief project dat zich richt tegen een conservatief project van individualisme en egocentrisme (opnieuw verwart hij hier beide begrippen). Toch waarschuwt hij de socialisten voor een verenging van hun ideologie tot een louter 'gratis'-verhaal. In zijn oproep richt Anciaux zich tevens tot de christelijke arbeidersbeweging en het middenveld in het algemeen.

Het boekje van Anciaux is duidelijk geschreven om het samengaan met de SP.A voor de overgebleven Spirit-leden aanvaardbaar te maken. Daarom wijst hij hier en daar ook duidelijk op de verschilpunten tussen beide partijen (zo pleit hij ook voor de directe democratie en referenda). Zijn zoektocht naar het cement tussen beide partijen is dan ook niet altijd overtuigend. Opvallend is ook dat hij zich vooral afzet tegen de liberalen. Over de christen-democratie is weinig of geen sprake.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Bert Anciaux, De verrijkte samenleving, Van Halewyck, 2002

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be