Alphaville

boek vrijdag 18 mei 2012

Michael Codella & Bruce Bennett

Het Amerikaans Engels heeft heel wat leenwoorden te danken aan de taal van de Europese immigranten, waarbij we dan vooral aan het Yiddisch denken natuurlijk, of aan het Gaelic dat de Ieren spraken. Ook de Noord-Italianen droegen hun steentje bij aan de internationalisering van het Amerikaans, en zelfs uit Sicilië kwamen er twee heel specifieke woorden: maffia en vendetta. Michael Codella haalt dit veelbetekenende feit aan om te illustreren welke carrièremogelijkheden je een halve eeuw geleden in New York had wanneer je van Sicilianen afstamde. Net zoals de vaders van zijn schoolvriendjes uit het Brooklynse Canarsie waar hij opgroeide, koos je voor de misdaad of voor de bestrijding ervan. Een gulden middenweg was er niet, toch niet als je het wou navertellen.

Codella koos voor de politie en in Alphaville brengt hij het verhaal van zijn professionele leven, dat zijn hoogtepunt bereikte eind jaren tachtig, toen hij in burger actief was in de Lower East Side van Manhattan, de wereldhoofdstad van de heroïnehandel, waar op iedere straathoek openlijk gedeald werd en je je in achterafsteegjes een weg diende te banen tussen hopen afschuwelijk stinkende stront, veroorzaakt door de laxatieven die gebruikt werden om de heroïne te versnijden. Codella werd een harde, die zich soms op het randje van de wettelijkheid begaf en slechts één doel had: de top van de heroïnehandel aanpakken in de persoon van Davey Blue Eyes, de schimmige man die volgens zijn ‘boekhouder’ per dag een omzet van 140.000 dollar draaide en niets liever deed dan zijn rivalen hoogstpersoonlijk met een scherpschuttersgeweer omleggen.

In Alphaville wordt het verhaal van de jacht op Davey onder meer afgewisseld met dat over de jeugd van Codella zelf, toen hij nog alle kanten op kon en die ook allemaal wou uitproberen. Zijn grootvader werkte tijdens de drooglegging voor Joe Masseria, een befaamde maffialeider van de oude stempel die la patria hoog in zijn vaandel droeg en dus alleen met Sicilianen wou werken, wat uiteindelijk ook zijn ondergang zou betekenen aangezien zijn rivalen Bugsy Siegel en Lucky Luciano het kosmopolitischer zagen en ook Ieren, zwarten en Joden inschakelden. Bovendien wisten zij na het einde van de drooglegging een nieuwe markt aan te boren: drugs, waar de ouderwetse Sicilianen angstvallig voor uit de weg gingen.

Met het voorbeeld van zijn opa in gedachten begon Codella als tiener samen met een stel vrienden lokale pooiers te bestelen, wat een lucratieve bezigheid was tot op het moment dat deze zich verenigden en er een paar kogels doorheen de voordeur van hun auto werden geschoten. Ja, opgroeien in Canarsie was dikke lol, ervoeren zijn kompanen ook op een vrijdagavond toen ze in de pizzeria van ene Bruno zoveel keet schopten dat de uitbater hen meermaals - en steeds kwader - kwam vragen om zijn zaak te verlaten. Codella merkte dat dit niet goed zou aflopen en vertrok, terwijl de anderen de dikke Italiaan een bolwassing gaven met zijn eigen baseballbat, er nauw op toeziend hem niet echt pijn te doen. Maar zo had Bruno het niet begrepen. Hij bleek tot de top van de maffia te behoren en zorgde ervoor dat drie van de vier jongens voor langere tijd het ziekenhuis werden ingeslagen terwijl de vierde - hij wist ook niet waaraan hij zoveel geluk te danken had - alleen maar zijn Corvette in vlammen zag opgaan.

Wie zo is opgegroeid kan tegen een stootje en is klaar voor Manhattan zou je denken, maar in Alphabet City, de buurt rond Avenue D en 4th Street waar Alphaville zich afspeelt, ging het er eind jaren tachtig nog een graadje warmer aan toe. De baseballbats waren van staal en er werd zo hard mee op schedels ingebeukt dat de ogen tot aan de overkant van de straat sprongen. De Lower East Side was de gewelddadigste buurt van Amerika, waar tienduizenden Zuid-Amerikaanse migranten probeerden hogerop te klimmen op de maatschappelijke ladder en iedere ochtend wanneer ze naar het werk gingen zich in de hal van hun flatgebouw door een zee junks dienden te wurmen als speelden ze in een zombie-film. Nee, weet Codella overtuigend aan te tonen, niet de armoede was de oorzaak van alle geweld en ellende, maar wel de heroïne.

Al moet gezegd dat de sociale huisvesting rond Avenue D ook niet vrijuit ging, iets waarvan Codella alles weet aangezien hij zijn carrière begon in de politieafdeling die zich exclusief bezighoudt met het patrouilleren in dat soort woonblokken. Het was uitkijken voor naalden en vliegende flessen, schrijft hij, en iedere hoek verborg een nieuwe verrassing, was het geen moord, dan was het wellicht een verkrachting. De stad New York bouwde in 1934 zijn eerste met overheidsgeld gefinancierde sociale woningen: een ruim, kleinschalig project dat mensen in staat moest stellen er na een paar jaar weer te vertrekken. Sociale huisvesting werd toen nog gezien als een zetje naar een betere toekomst. Na de oorlog kwam deze dienst echter in handen van ene Robert Moses, die niet meer wou dan de kanslozen huisvesten, en dit voor onbepaalde tijd. Er werden woontorens gebouwd die na een paar jaar al begonnen te verkrotten en waaruit mensen nooit meer weg raakten. Introduceer daar heroïne en je krijgt een bijzonder explosieve situatie waarbij de doden als bosjes vallen.

En Codella geeft daar een paar schrijnende voorbeelden van, zaken die hij persoonlijk heeft meegemaakt. Zo vertelt hij het verhaal van Boo, een straathoertje dat anderhalf miljoen dollar won met de loterij en meteen een Ducati kocht voor haar liefje. Niet veel later bleek ze AIDS te hebben en wanneer ze hem dat vertelde, reed hij volle snelheid op een rij tegenliggers in. Boo overleefde hem nog anderhalf jaar. En dat van Raphael, die prematuur geboren was en daarbij te veel zuurstof had gekregen. Aangezet door een paar advocaten spande zijn moeder een proces in tegen het ziekenhuis, dat ze na veel getouwtrek won. Raphael, inmiddels al een tiener, kreeg een miljoen dollar, en op de dag dat de cheque in de bus viel ging hij er terwijl zijn moeder uit werken was meteen mee naar de bank. Hij incasseerde het volledige bedrag, speelde er een tijdje mee op zijn slaapkamer en nam toen een aantal biljetten mee naar buiten om ze aan zijn vrienden te tonen. Het is dar dat Codella hem opmerkte, mee terug nam naar binnen en bezwoer de deur op slot te houden tot zijn moeder thuiskwam. Wat hij blijkbaar niet gedaan had, want toen de vrouw bovenaan de trap kwam stond de deur van haar flat open. Raphael had twee kogels in het hoofd en al het geld was verdwenen.

Alphaville is echter meer dan het gewelddadige relaas van een politiecarrière in de hel van New York, het is ook een bijzonder informatief boek. Zo doet Codella bijvoorbeeld ook de geschiedenis van de heroïne uit de doeken, een goedje dat door Heinrich Dresser voor Bayer uit morfine bereid werd omdat dit anesthesieproduct te verslavend geacht werd. Heroïne kwam in 1898 op de markt als hoestwereld middel en tegen 1905 kon men niet langer om de uiterst verslavende bijwerkingen ervan heen. Negen jaar later werd het gebruik ervan door de Amerikaanse overheid sterk aan banden gelegd en nog eens een decennium later werd het gewoon verboden, waarna Lucky Luciano er mee aan de haal ging en Dresser zich op het ontwikkelen van de aspirine gooide. Aanvankelijk lijken Codella en zijn partner Gio weinig vat te krijgen op Davey Blue Eyes, ook al worden ze razend populair bij de niet-junks van de Lower East Side en maakt een graffitikunstenaar zelfs een immens portret van hen op een lege muur.

Daar komt echter verandering in wanneer ze steeds vaker tot arrestaties van zijn straattroepen kunnen overgaan, waarbij inbeslagname een belangrijk wapen wordt. Wanneer ze een nietsnut in een dikke BMW zien rondtoeren, beginnen ze een babbeltje en vragen hem met welk geld hij die auto heeft gekocht. Daar heeft hij natuurlijk geen antwoord op, waarna de kar in beslag genomen en verkocht wordt en de opbrengst verdeeld wordt onder een paar verschillende politiediensten. En dat volledig legaal, zoals Codella benadrukt. Davey kan er echter niet mee lachen. Niet alleen zien hij en zijn kompanen zich verplicht om voortaan auto’s te gaan leasen, ze vinden bovendien dat er zo stilaan maar eens een einde moet komen aan de fratsen van Mike en Gio. Ze gaan rond de tafel zitten en loven 50.000 dollar uit voor degene die de agenten een kopje kleiner kan maken.

En toch blijkt de wet onaantastbaar voor Codella. Ook al geeft hij zich wel eens over aan uitlokking om een notoire dealer te strikken, het op een akkoordje gooien met de drugsmaffia doet hij nooit. Hij weet aan welke kant hij staat en wat er daarbij van hem verwacht wordt, ook al kan er daar zo nu en dan wel wat improvisatie bij komen kijken. Wanneer de chef bijvoorbeeld meldt dat er de laatste tijd te weinig dieven gevat worden, past hij zijn strategie aan. Twee junks die vechten om een zakje dope arresteert hij niet op basis van drugsbezit, maar hij overhaalt de een om klacht in te dienen tegen de ander omdat die zijn heroïne heeft gestolen. Alweer eentje voor de statistieken.


Recensie door Marnix Verplancke

Deze tekst verscheen eerst in de boekenbijlage van De Morgen

Michael Codella & Bruce Bennett, Alphaville, Sidgwick & Jackson, 2011, 304 p., £11,99.

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be