L'…tat inachevť

boek vrijdag 23 december 2011

Ali Mezghani

L'Etat inachevť van de Tunesier Ali Mezghani, professor privaat recht aan de Sorbonne waar hij recht in de Arabische landen doceert, is wellicht de meest pertinente en omvattende bedenking over de inzet van de 'Arabische lente' en de beslissende gebeurtenissen in die landen. De vraag of de democratische droom die de Arabische wereld begeesterde werkelijkheid zal of kan worden, wordt steeds acuter. Voor de landen die de revolutie hebben meegemaakt - zoals trouwens voor alle andere - komt dat neer op de vraag naar het soort staat dat zij wensen en willen opbouwen, of de Arabische wereld een uitzondering zal blijven qua democratisering en welke de plaats is van godsdienst in de samenleving. De Arabische landen worden geconfronteerd met een normenconflict tussen de sharia en het recht, tussen het oude en het nieuwe recht. Voor de auteur percipiŽren de Arabische landen het recht uitsluitend via de religie onder de vorm van de sharia.

Dit onderwerp en meer algemeen de evolutie van het moslimrecht sinds de tijd van de profeet worden in het boek op zeer duidelijke wijze beschreven. De auteur geeft een heldere uitleg over het zgn. 'afsluiten van de 'ijtihad' of het denken, waardoor in de Xe eeuw een moslimorthodoxie werd gevestigd die naderhand praktisch overal verstarde en vergrendeld werd door allianties van de oelema met de machthebbers. De heiligverklaring van de tekst betekent immers ipso facto de onmogelijkheid om zijn 'geautoriseerde' commentaar nog in vraag te stellen. De hadith of handelingen en uitspraken van de profeet die verondersteld zijn die tekst te verklaren en uit te leggen, krijgen geleidelijk aan de voorrang op die tekst. Het vrije debat wordt voorgoed verbannen door de verplichte prevalentie van een consensus die zich voordoet als de overeenstemming van de gemeenschap der Ďjuist geÔnspireerdeí gelovigen maar die in feite uitgaat van een handvol 'geleerden'. Dit proces ontwikkelt zich voornamelijk in de discussie over de regel.

In die context neigt het recht tot de contaminatie van het hele religieus domein. Indien god alleen het diepste van de ziel van de gelovige kent, dan kunnen die gelovigen enkel door hun gedrag hun trouw bewijzen en bijdragen tot de verwezenlijking van gods wil op aarde. Maar dit betekent meteen op twee vlakken de teloorgang van de autonomie: het burgerlijk recht kan zich niet ontvoogden van het religieus gebod terwijl dit laatste van zijn kant ook geen ongehoorzaamheid kan gebieden. Wanneer het recht dat sinds de 'openbaring' wordt toegepast als goddelijk wordt aanzien is een normenconflict dat aanpassingen of wijzigingen genereert uiteraard ondankbaar, en blijft alles bij het oude. Drie ŗ vier eeuwen na de dood van de profeet was de Ďijtihadí volledig opgedoekt en bestond er geen levend autonoom denken meer. De moslims gaan zich van dan af voor het regelen van hun leven en het begrip van hun godsdiensttevreden stellen met de geschriften van de 'ouderen', die men zonder een stap verder te gaan, steeds opnieuw kopieert en interpreteert.

En zo socialiseert de Arabischislamitische samenleving haar verleden en de mensen die toen leefden. De samenleving en het recht die haar reguleert verstarren. Eeuw na eeuw worden de normen geput uit de voorbije context van de dagen van de openbaring. Wat men voorstelt als een onvoorwaardelijke eerbied voor de tekst, is in feite een totale en slaafse onderwerping aan de traditie, zoals die in de tiende en elfde eeuw verstarde na enkele tientallen jaren van discussies en debat van een rijkdom, ongekend in het Westen. De auteur stelt dat door het verdringen van de wetgevende ratio door de theologie, de Arabischislamitische staten zich de mogelijkheid hebben ontzegd om een sociaal contract uit te werken en de democratie in te voeren: daardoor zijn het onvoltooide staten gebleven. De verhouding tot het recht is het grote ongedachte van de Arabischislamitische staten. Maar dat betekent allerminst dat zij het recht niet zouden kennen, wel integendeel want het zijn wellicht de meest justitiŽle samenlevingen.

Dat recht is echter in geen enkel opzicht gescheiden van de andere gezagsstructuren. Het recht kan er enkel bestaan via de religie, verzamelplaats van geloof, moraal, zeden en wetten. Die samenlevingen onderhouden aldus een heel merkwaardige betrekking met de tijd. Het is een relatie die hun toekomst in het verleden plaatst, waar men ervan uitgaat dat een ideaal model heeft bestaan in de tijd van de profeet. En zo verzet de overheersende gedachte in islam zich tegen elke mogelijkheid om te historiseren. De wet geldt altijd en overal, de opdracht van de rechterspractici is beperkt tot het ontwaren in de teksten van de openbaring van de norm die zij bevatten. De autonome en scheppende rede werd vrij vlug vervangen door een geÔnstrumentaliseerde rede, besteed aan het louter begrip van de tekst en die het recht zijn menselijke en sociale dimensie ontzegt. Vermits het volk niet aan de grondslag van het recht ligt, heeft ook de idee van natie zich daar niet ingeburgerd.

Op het appel ontbreken dus de grote pijlers van de democratie: het sociaal contract met zijn gevolgen, de vrijheid en de ermee verknochte gelijkheid. Vanaf de elfde eeuw beginnen de samenlevingen zich echter meer en meer in vraag te stellen. Zij komen in contact met de Europese samenlevingen die vooruit zijn gegaan op het vlak van de mensenrechten, het recht en de uitbouw van de moderne staat. Het conflict tussen het oude en het moderne recht leidt dan tot oplossingen die verschillen naargelang plaats en tijd. Indien de Arabischislamitische samenlevingen na het beŽindigen van de revoluties bijvoorbeeld, de weg zouden inslaan van de ontwikkeling van democratische structuren en van de rechtstaat, dan veronderstelt dat volgens de auteur een aantal premissen die hij opsomt, verklaart en ontleedt.

De rechtstaat is een staat 'waarvan de macht gecontroleerd wordt' door middel van een grondwet die de scheiding der machten oplegt. Door die grondwet 'ontwikkelt de samenleving zich tot een politiek lichaam dat zich ontvoogd van de politieke macht.' Die staat lost problemen en meningsverschillen op vreedzame wijze op. 'De macht van de staat is juridisch, beperkt door het recht'. Rechtstaat betekent dus: 'normenhiŽrarchie, scheiding der machten, rechterlijke controle, burgerlijke gelijkheid, eerbied voor de grondrechten, civiele en politieke vrijheden', een democratische staat dus, waar 'de wet niet gelijk welke inhoud kan hebben'. Er kan geen rechtstaat bestaan zonder 'autonomie van de wet en wetgevende soevereiniteit van het volk'. Het volk is soeverein en eindbron van het recht. Het recht geniet een absolute onafhankelijkheid. Het leeft en past zich aan de context en de evolutie aan. De rechtstaat is de plaats 'waar spanningen opgelost worden door datgene waardoor de staat bestaat en zich kenbaar maakt'. Zo een staat is 'onafscheidbaar van het recht en dat recht is onmisbaar voor de grondrechten en de democratie.'

Is er plaats voor de sharia in zo een systeem? Uiteraard, neen. De enige rechtsbronnen die de sharia aanvaardt zijn immers de koran, de sunna, de consensus en de analogie. Daarbij zijn de twee laatste als loutere verwijzing naar de kennis van de ouderen dan nog eerder beperkt. In tegenstelling met de door extremisten van alle slag maar al te graag aangehaalde stelling van de principiŽle onverenigbaarheid tussen koranopenbaring en politieke autonomie, toont de auteur aan dat de onderwerping van het openbaar domein aan een verstarde opvatting over religieuze voorschriften, in de soennitische wereld ontwikkeld werd door eerder toevallige filosofische en juridische keuzes. En dit proces stamt zeker niet uit de tijd van de profeet en de grote voorouders (salaf) wier gezag men inroept als rechtvaardigingsgrond. Door zich af te schermen van de evoluties die de wereld heeft gekend hebben de Arabische staten zich in de onmogelijkheid gesteld de rechtstaat uit te bouwen en democratische regimes in te voeren. Dat is de betekenis van hun onvoltooidheid.

Het essay besluit dat waar het gaat om creatie van de democratische staat: 'de ware inzet van de Arabische revoluties bestaat in hun bekwaamheid tot verduidelijken van hun houding tegenover de moderniteit en tot herdefiniŽren van hun verhouding tot hun verleden'. In het licht van de overwinning van de islamitische Enhada-partij in TunesiŽ en wat er in Egypte kan verwacht worden, kan men over deze kwestie vandaag slechts tegenstrijdige prognoses maken. Niet verwonderlijk dus dat Ali Mezghani zelf zijn analyse van het recht in de Arabische staten als 'ontluisterend' bestempelt. De bitter kritische toon van het onderzoek zal de actuele beate mainstream zeker choqueren maar heeft de grote verdienste zout in de wonde te strooien zonder daarom in de valkuil van het essentialisme te vallen.


Recensie door Erik Willaert


Ali Mezghani, L'…tat inachevť-La question du droit dans les pays arabes, BibliothŤque des sciences humaines, …ditions Gallimard, 2011

Links
mailto:info@liberales.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be