Hollandse nieuwe

boek vrijdag 09 mei 2003

Eddaoudi Ali

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 laait de discussie over het samenleven tussen westerlingen en moslims hoog op. In tal van boeken probeert men de oorzaken van de multiculturele samenleving uit te leggen. In zijn werk Wat is er misgegaan? stelt Bernard Lewis dat de islam zelf een groot deel van de verantwoordelijkheid draagt. Eenzelfde stelling werd ingenomen door de vermoorde Nederlandse politicus Pim Fortuyn. Hun analyses zijn (en waren) bijzonder scherp en kritisch. Maar hoe kijken de moslims zelf naar deze problematiek? De Nederlandse moslimauteur Ali Eddaouidi schreef het boek Hollandse nieuwe. Drie generaties Marrokanen aan het woord, waarin hij tien verschillende Marokkaanse mannen en vrouwen in Nederland aan het woord laat. Het zijn tien personen uit alle lagen van de bevolking: sommigen zijn bijzonder succesvol, anderen zijn in het criminele circuit terechtgekomen. Ze vertellen openhartig over het leven in Marokko, het wennen aan de Nederlandse cultuur, gezinshereniging, onderhuidse discriminatie, hun visie op Nederland en Nederlanders, het huwelijk, generatieconflicten, hun familieleven en hun dromen.

Het boek leest als een trein. De diverse levensverhalen stemmen overeen met de kritiek die we in andere werken tegenkomen, zoals de dominante rol van de islam op het dagelijks leven, de strakke hiërarchische familiestructuur, de onderdanige rol van de vrouw, de troebele verhouding tussen Kerk en Staat en de rol van tradities op het individu. Maar de verhalen verklaren waarom dit zo is en waarom veel moslims, zowel mannen als vrouwen, dit niet als storend ervaren. In veel getuigenissen verwijten moslims de Nederlanders een gebrek aan inlevingsvermogen. En wie de getuigenissen leest moet toegeven dat de aanpassing van deze mensen aan ‘onze’ cultuur veel groter is dan het begrip dat velen van ons betonen tegenover hun cultuur. De meeste geïnterviewden kwamen uit achtergestelde gebieden in Marokko, waar ze ongeletterd bleven en binnen een gesloten gemeenschap onderworpen waren aan traditionele gewoontes.

Dat de overgang naar een open, tolerante, maar ook meer individualistisch ingestelde samenleving zo moeilijk verliep hoeft dan ook niet te verwonderen. Veel eigentijds ongenoegen is dan ook te vinden in onbegrip, intolerantie en regelrecht racisme van westerlingen die zich ‘bedreigd’ voelen door de aanwas aan vreemdelingen. Dat neemt niet weg dat de kern van het probleem doorgaans de islam en zijn vaak voorbijgestreefde gebruiken zelf is. Maar we mogen en kunnen niet verwachten dat de evolutie naar meer tolerantie, wederzijds respect en vooral secularisatie gebeurt in een tijdspanne die maar een fractie is van de tijd die we sinds de Renaissance en Verlichting in het Westen hebben doorgemaakt over zowat vier eeuwen heen. Eigenlijk kunnen we de situatie waarin veel moslims zich nu bevinden zelfs vergelijken met de situatie waarin Vlamingen en Nederlanders zich 50 jaar geleden bevonden. Ook hier waren er toen grote gezinnen met veel kinderen die luisterden naar de pastoor in de parochie, de onderwijzer in de klas en de man in het gezin. De godsdienst, katholiek en protestants, had toen ook een grote impact op het dagelijks leven, de omgangsvormen, de seksuele verhoudingen. Meisjes en jongens gingen naar aparte scholen, godsdienstige gebruiken hadden een grotere impact en de vrouw bleef doorgaan aan de haard en zorgde voor het huishouden.

Een groot deel van de huidige Marokkaanse immigranten kijkt met trots en nostalgie terug op het belang van de familie in hun gemeenschap. De familie is voor hen meer dan ouders en kinderen, maar behelst de volledige groep aan ooms, tantes, neven, nichten, kinderen en kleinkinderen. Gezinnen met tien of meer kinderen vormen er geen uitzondering. Deze houding staat in schril contrast met de situatie in Nederland waar individualisme zo belangrijk is en ouders bewust kiezen voor kleine gezinnen met één of twee kinderen. Het belang van de familie is in Nederland minder belangrijk. Uit de getuigenissen blijkt dat Marokkaanse jongeren dit ook snel oppikken. Vooral ouderen klagen over het feit dat hun kinderen en kleinkinderen de ‘Nederlandse’ mentaliteit hebben overgenomen. Meer nog, ze hebben er schrik van. Ze vrezen om op hun oude dag alleen te komen staan en drukken daarom bijzonder sterk op de culturele traditie van hulpverlening binnen de familie. Vanuit die vrees, maar ook omwille van het oordeel van hun landgenoten, houden ze vast aan tradities.

Aischa is 16 jaar oud en reeds goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving. Elke zomer gaat ze op vakantie naar Marokko. Daar wordt ze overstelpt door aanzoeken om te trouwen. Maar ze beseft dat dit niet uit liefde is maar uit een vorm van eigenbelang van jongens die een verblijfsvergunning trachten te bekomen. Daarom wil ze een leuke man uit Nederland, die de Nederlandse taal en cultuur kent. Mustafa is 24 jaar en diep gelovig. Zijn visie is anders. Hij voelt zich als moslim in de steek gelaten. Zo verwerpt hij elke vorm van samenleven met vrouwen voor het huwelijk, zijn gemengde danspartijen verwerpelijk, en mogen vrouwen niet in gezelschap zijn met onbekenden. Hij is bereid om een aantal vrijheden in te leveren omwille van zijn geloof. Zo zijn hoofddoeken en lange, alles verhullende kleding een must teneinde lustgevoelens bij mannen in te perken.

De 24-jarige Fatiha gaat in tegen de klassieke opvatting over de plaats van de vrouw. Normaal moeten moslima’s vroeg trouwen, kinderen krijgen en daarna als huisvrouw thuis blijven. Studeren wordt beschouwd als verloren tijd en veel ouders trachten ze dan ook snel van school weg te halen. Moslimmeisjes worden ook weggehouden van sportclubs en verenigingen. Toch is er een (positieve) evolutie merkbaar. Fatiha zette door en ging tegen de wil van haar ouders verder studeren. Voor haar is dat het vrijkaartje naar meer vrijheid. Dat het vroeger moeilijker was blijkt uit het verhaal van de 53-jarige Fatma. Zij zit als huisvrouw de ganse dag opgesloten in haar eigen huis. Ze heeft het bijzonder moeilijk om buiten te komen omdat ze de taal niet beheerst en durft niet naar de taalles omdat ze dan misschien wel onder mannen moet komen. De traditionele hierarchie tussen man en vrouw speelt in de moslimwereld een belangrijke rol. Van vrouwen wordt verwacht dat ze thuis blijven en zorgen voor de man. Westerlingen zien dit als een vorm van discriminatie en minachting voor de vrouw, een situatie die heel wat westerse vrouwen ook gekend hebben en in een aantal gevallen nog kennen. Dit inzicht is belangrijk, want zo wordt de strijd voor de emancipatie van de vrouw een soort universele strijd die, los van welke religie of traditie ook, finaal gericht is op de autonomie van het individu.

Sommige politici en partijen zetten zich af tegen vreemdelingen omdat ze 'ons werk afpakken' en 'profiteren van onze sociale zekerheid'. Ze vergeten dat in de jaren zestig en zeventig de overheid actief op zoek was naar gastarbeiders. Ze verwijten ook dat vreemdelingen hun geld niet zozeer in eigen land investeren maar toesturen naar familie in hun geboorteland. Dit is niet helemaal correct en behoeft nuancering. heel wat immigranten trachten zich wel te verbeteren en investeren hier in hun woning, zaak of gewoon in materiële positie. En het geld dat naar het thuisland wordt gestuurd komt ten goede aan mensen die het met heel wat minder moeten stellen dan wij. In het verhaal van Achmed wordt duidelijk dat Marokko zich dank zij die steun snel gemoderniseerd heeft en dat de situatie daar voor heel wat mensen verbeterd is. Er wordt volop gebouwd, er is electriciteit en water, het onderwijs is beter en ook nieuwe technologieën doen er hun intrede. Het leidt er ook toe dat mensen ter plaatse meer kansen krijgen en dat de druk om naar het Westen te komen enigzins afneemt.

Opvallend in alle getuigenissen is het feit dat de Nederlanders (en ook de Vlamingen) in de loop van de voorbije dertig jaar zo veranderd zijn. Er is meer discriminatie en ook allochtonen voelen aan dat de criminaliteit gevoelig gestegen is. Doorheen de gesprekken voel je hoe bekommerd ouders zijn dat hun kinderen op het slechte pad zouden komen. Dat wijten ze grotendeels aan de Nederlandse omgangsvormen. Die zijn voor veel Marokkanen te zacht. Vooral jongeren kunnen terugvallen op allerlei goedbedoelde instellingen en voorzieningen maar het leidt wel tot een ontvluchting van eigen verantwoordelijkheid. In feite pleiten veel Marokkaanse ouders zelf voor een hardere aanpak. Dit is een belangrijke vingerwijzing naar al wie veel (teveel) hoop stelt in straathoekwerkers, opvangcentra en integratieprojecten. “Marokkanen moet je hard aanpakken, pas dan luisteren ze”, zo zegt Achmed. Het is waarschijnlijk een van de redenen waarom het politieke discours van Pim Fortuyn ook zoveel aanhang kreeg bij allochtonen.

De meeste Marokkanen hebben ook geen zin om terug te keren. Dat heeft in de eerste plaats te maken met het gebrek aan toekomstperspectieven in hun geboorteland. Maar ook met het besef dat daar niet alles loopt zoals het hoort. In tegenstelling tot het wat koele maar efficiënte Nederland zien ze een Marokkaans systeem dat gebukt gaat onder corruptie en machtsmisbruik. Veel gezinnen die op vakantie gaan naar hun thuisland ergeren zich aan het feit dat je douaniers een ‘fooi’ moet geven om ongestoord het land binnen te kunnen. Ook de impact van de islam en de traditionele gebruiken vallen hen zwaar. Veel moslims in Nederland storen zich aan de al te rigiede interpretatie van de Koran. Ze hopen dat de islam een meer eigentijdse koers gaat varen. Zo stelt Jamna in haar getuigenis dat ze niet langer blindelings achter de imam staat. Ze klaagt over het feit dat de imam geen Nederlands spreekt maar Arabisch terwijl driekwart van de Marokkanen in Nederland geen klassiek Arabisch spreekt of schrijft.

De getuigenissen van de diverse Nederlandse Marokkanen zijn interessant om een beeld te krijgen van de problemen waarmee allochtonen te maken hebben. Eddaoudi wil komaf maken met de eenzijdige kijk op de moslims en hun houding tegenover vrouwen. Het is niet zo dat Marokkanen hun kinderen massaal uithuwelijken. Hij spreekt liever van gearrangeerde huwelijken waarbij de beide partners hun toestemming moeten geven. Toch overtuigt hij niet. Uit de getuigenissen blijkt immers hoezeer de familie en de traditie de vrouw tot een ‘blind’ huwelijk aanzetten. In feite is alles terug te voeren tot de vraag of voor-huwelijkse betrekkingen aanvaardbaar zijn. Voor de meeste Nederlanders is dit niet langer een probleem, maar 50 jaar geleden was dit ook hier niet zo evident. In feite botsen hier twee waarden: de culturele traditie van de maagdelijkheid enerzijds en de individuele vrijheid van mannen en vrouwen anderzijds. Wie de mens als een vrij en redelijk wezen ziet zal zich uiteindelijk moeten neerleggen bij het feit dat mensen daar zelf over beslissen, ongeacht het oordeel (of de veroordeling) door de familie en omgeving. Ook seksuele vrijheid is een vorm van vrijheid. En daar zijn veel moslima’s nog niet aan toe.

Ali Eddaoudi besluit met de opmerking dat moslims, joden en christenen dichter bij elkaar staan dan ze zelf beseffen. Ik wil het graag geloven maar de vele conflicten in de wereld tussen aanhangers van diverse godsdiensten doet mij twijfelen aan de tolerante kracht die ervan uitgaat. Mensen van verschillende godsdiensten blijken moeilijk met elkaar te kunnen samenleven, vooral als ze hun ‘absolute waarheden’ als essentieel naar voor schuiven. Het lijkt me verstandiger dat mensen hun geloofsovertuiging volledig binnen de private sfeer houden en zich onderwerpen aan een soort universele seculiere moraal, zoals voorzien door de Nederlandse filosoof Paul Cliteur. Alleen op die manier kunnen aanhangers van God, Jaweh en Allah vreedzaam met elkaar samenleven. Het lijkt raar, maar juist het ongeloof, kan leiden tot een beter samenleven van gelovigen.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Ali Eddaoudi, Hollandse Nieuwe, Ad. Donker, 2000

Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be