De geschiedenis van de Kerkelijke Staat

boek vrijdag 11 maart 2005

Wim Akveld

De Kerkelijke Staat ontstond geleidelijk tussen de vierde en de zesde eeuw en bestond officieel van 754 tot 1870. Het is daarmee de oudste republiek in Europa. Toch werd die geschiedenis tot nu toe door niemand als geheel beschreven. BiografieŽn over de pausen zijn er wel. Wim Akveld, in 1997 al auteur van De Romeinse Curie, de geschiedenis van het bestuur van de wereldkerk, is een specialist ter zake.

De beginperiode wordt summier behandeld, de elf eeuwen vanaf 754 des te grondiger. In alle tijden blijkt hoe Italiaanse, Duitse, Franse, Spaanse, Portugese en zelfs Turkse machthebbers een bedreiging vormden voor de Pauselijke Staat of zich ermee moeiden. En ook dat de meeste pausen meer staatshoofd dan geestelijk leider waren. In de twaalfde en dertiende eeuw protesteerden Bernardus van Clairvaux en Dante, in de zestiende eeuw de reformatoren tegen wantoestanden als verrijking, corruptie, oorlogvoering en andere vormen van wangedrag. Akveld spaart zijn kritiek zelf ook niet op renaissancepausen als Alexander VI, Borgia of Leo X de Medici, die met een hofhouding van 683 man enorme kapitalen verslonden, meer dan 2.000 ambten te koop stelden, kunstenaars en historici sponsorden en het celibaat niet respecteerden. De Contrareformatie bracht hier verbetering in.

De uitstraling van Rome was altijd groter dan het aantal inwoners doet vermoeden. Zo leefden in de vroegere Romeinse hoofdstad 25.000 rond 1400 en 35.000 rond 1450. Hun voornaamste bestaansmiddel was toen de veefokkerij! In de zestiende eeuw waren er 50.000 inwoners, veel minder dan in VenetiŽ met 162.000, Londen met 185.000, Brugge met 200.000 of Parijs met 300.000. Andere activiteiten waren handel, textiel, bankwezen en gasthuizen voor soms 100.000 pelgrims en andere reizigers per jaar. Toch kreeg de stad tussen 1530 en 1769 slechts twee keizers op bezoek: Karel V en Jozef II. Rond 1600 bereikte de Kerkelijke Staat de omvang die hij twee eeuwen zou behouden. De paus was meer dan andere Italiaanse vorsten ook betrokken bij internationale congressen.

De Franse revolutionairen en Napoleon brachten het pausdom een eerste zware slag toe, door de heerlijke rechten, privileges en tienden af te schaffen en vele kerkelijke goederen te seculariseren. De paus moest de stad Avignon en veel kunstwerken afstaan. Het toerisme bloeide wel in de achttiende eeuw dankzij pelgrims en welgestelden die een ĎGrand Tourí ondernamen. De souvenirnijverheid ontstond: men verkocht afbeeldingen van kunstwerken, monumenten en kerken. In de negentiende eeuw kende de Kerkelijke Staat nog een laatste heropbloei met het Congres van Wenen. Daarna viel ze geleidelijk ten prooi aan het liberalisme en centripetale nationalisme van de Italianen. In 1870 bereikten zij hun doel met de verovering van Rome. Het pauselijke leger en het legertje van zoeaven, bestaande uit 3.000 Fransen, 1600 Belgen, 3.000 Nederlanders, 500 Canadezen, 300 Duitsers, 200 Ieren, slechts 30 uit het katholieke Oostenrijk en een paar Spanjaarden, moesten het onderspit delven. De nederlaag was voor paus Pius IX onverteerbaar.Verbitterd excommuniceerde hij de aanvallers in een encycliek. In 1871 verwierp hij ook de Garantiewet, waarin de Italiaanse regering hem onafhankelijkheid, onschendbaarheid, een jaargeld van 750.000 lire, het Vaticaan en enkele paleizen beloofde. Tevens verbood de kortzichtige paus alle katholieken in ItaliŽ om deel te nemen aan de regering of aan het politieke leven, zodat het bestuur uitgeleverd werd aan een minderheid van ongelovigen.

Akveld besluit met de volgende wijze woorden: alle kerkhistorici zijn het er nu over eens dat ItaliŽ, door de bezetting van de Kerkelijke staat, de Kerk bevrijd heeft van een last, waarvan zij zichzelf nooit had kunnen bevrijden. De auteur schreef een glashelder betoog, zeer accuraat en weinig anekdotisch. Hij kent de geschiedenis met alle data en feitjes, met alle wijken, plekjes en monumenten in Rome die hierbij een rol speelden. Ook de geschiedenis van de joden in Rome komt herhaaldelijk aan bod. Hij beweert heel bescheiden dat zijn boek bedoeld is voor geÔnteresseerde leken en niet voor kerkhistorici, maar van die leken wordt dan verwacht dat ze aardig wat Latijnse en Italiaanse begrippen verstaan en op de hoogte zijn van 11 tot 14 eeuwen Europese politieke, economische, sociale en culturele geschiedenis.


Recensie door Jef Abbeel

Wim Akveld, De geschiedenis van de Kerkelijke Staat, Bergboek, 2005, 350 blz.

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be