Afschaffing van de slavernij

boek

Mart-Jan De Jong en Yael Wodnitzky

‘Niets is pijnlijker dan krenking van de menselijke waardigheid; niets vernederender dan slavernij. Menselijke waardigheid en vrijheid zijn ons van nature aangeboren. Laat ons die dan verdedigen of met waardigheid sterven,’ zo schreef Cicero ongeveer 50 jaar voor het begin van onze tijdrekening. Het was een van de meest controversiële uitspraken uit die tijd (en daarna), want de slavernij vormde een sterk ingeburgerde traditie die al zo oud was als de mensheid zelf, die in zowat alle culturen en streken bestond, en pas een goede 150 jaar geleden stapsgewijze werd afgeschaft en verboden. In hun, op het eerste zicht veelbelovende boek, Afschaffing van de slavernij gaan de Nederlandse emeritus hoogleraar Mart-Jan De Jong en filosofe Yael Wodnitzky op zoek naar de sociale, politieke en culturele factoren die een einde maakten aan dit mensonterende gebruik, en naar de personen en bewegingen die dit hebben mogelijk gemaakt. Want, zo schrijven de auteurs, ‘dat de slavernij in de hele wereld officieel is afgeschaft, is een wonder, een hoopgevend wonder’. Inderdaad enkel ‘officieel’, want nog tal van mensen, vooral vrouwen, leven vandaag nog steeds in feitelijke slavernij.

Het boek begint met een overzicht van de slavernij zo’n tienduizend jaar geleden tot het in 2007 in Mauretanië als laatste land strafbaar werd gesteld. Oude beschavingen, oude godsdiensten, maar ook relatief nieuwe godsdiensten zoals het jodendom, het christendom en de islam kenden het systeem en lieten het toe. Sterker nog, ook godsdiensten verdedigden het systeem als rechtvaardig en in overeenstemming met de menselijke natuur: je was ofwel slaaf of je was geen slaaf. In sommige ‘beschavingen’ konden slaven zich weliswaar opwerken, een hoge status bekomen en zich in sommige gevallen zelfs vrijkopen, maar de overgrote meerderheid van de slaven leefden in de meest erbarmelijke omstandigheden en konden er niet uit ontsnappen. Kinderen van een slavin werden automatisch ook slaaf, en soldaten en burgers van een volk dat door een ander werd verslagen, kregen doorgaans plots het statuut van slaaf. Met de ontdekking van de nieuwe wereld gingen jagers in Afrika zelfs doelbewust op jacht naar zwarten om ze als slaven te verkopen en te verschepen naar Arabië of Amerika.

De auteurs citeren uit het Oude Testament van het jodendom en de Koran van de islam om duidelijk te maken dat deze twee geopenbaarde godsdiensten weinig naastenliefde betoonden ten aanzien van de slaven, en mee aan de grondslag lagen van de instandhouding van dit gruwelijke systeem. En ook het hindoeïsme wordt terecht aangehaald als een godsdienst die de slavernij bevorderde. Eigenaardig genoeg houden ze het Nieuwe Testament van het christendom buiten schot en wordt de tekst op dat vlak flink tendentieus. In dit deel van de Bijbel zou de slavernij volgens de auteurs niet worden verdedigd. Integendeel ze verwijzen naar fragmenten uit Korinthiërs en Galaten waarin Christus elke mens, slaaf of vrij, man of vrouw als gelijk beschouwde, en dat dit mee aan de basis lag van de latere afschaffing van de slavernij. Ze halen ook katholieke geestelijken en zelfs pausen aan die deze praktijk sterk zouden hebben afgekeurd, maar helaas, die zouden geen gehoor hebben gekregen. En dan komt als klap op de vuurpijl dat het woord ‘slaaf’ door een foutieve vertaling van het woord ‘dienstknecht’ erin terecht was gekomen. ‘Het woord “slaaf” bestond niet in het Hebreeuws,’ zeggen ze. Er zou dus in het Nieuwe Testament geen sprake zijn van slavernij.

Dit klopt niet. Ten eerste werden de teksten van het Nieuwe Testament geschreven in het Grieks. Daarin gebruikte men het woord ‘doulos’ het vaste woord voor ‘slaaf’, en dus niet ‘dienstknecht’. Ten tweede is er de tekst uit Efeziërs 6,5-9: ‘Slaven, gehoorzaam uw aardse meester zoals u Christus gehoorzaamt, met ontzag, respect en oprechtheid.’ Ten derde waren de zogenaamde pauselijke bullen tegen de slavernij helemaal niet gericht tegen de slavernij zoals de auteurs beweren. Zo bestaan er tal van uitspraken van pausen die de slavernij hebben aangemoedigd. De auteurs verwijzen naar paus Paulus III die inderdaad vond dat indianen ‘mensen’ waren, maar in 1545 toch het recht beklemtoonde dat men slaven mocht houden. De priester Bartholomeo de las Casas stelde de indianen vrij van slavernij, maar juist die beslissing leidde tot de vreselijke handel in zwarte slaven uit Afrika. Paus Leo XIII citeerde in 1888 Augustinus’ visie op de slavernij als iets door Gods geschapen. ‘De staat van slavernij moet terecht worden opgevat als een straf voor de zondaar.’ Ook de kerkvaders dachten daar zo over. Thomas Van Aquino aanvaardde de slavernij en verdedigde het Romeinse principe ‘partus sequitur ventrem’: als de moeder slavin is, heeft het kind hetzelfde statuut.

Daarbij heeft geen enkele paus, ook niet de door de auteurs vermelde pausen, een jager of verkoper van slaven geëxcommuniceerd. De slavernij werd dus niet afgeschaft dankzij het christendom, maar juist ondanks. In werkelijkheid heeft de katholieke kerk de slavernij pas finaal verworpen tijdens Vaticanum II in 1965. De auteurs proberen nog de rol van de Quakers, een groep ondogmatische gelovers, voor hun kar te spannen, maar ook dat overtuigt niet. Zo laten ze bijvoorbeeld Thomas Paine onvermeld, weliswaar een kind van Quakers, maar die zich aansloot bij de eerste abolitionistische vereniging in Amerika en die zich in zijn boek The Age of Reason juist keerde tegen het christendom en zijn Quakers-leden die de slavernij in meerderheid bleven verdedigen. De Quaker Benjamin Lay werd zelfs uit de gemeenschap gestoten omwille van zijn standpunten tegen de slavernij. Heel wat pausen, bisschoppen, kloosterorden, waaronder de Jezuïeten, hadden slaven tot in de 18de en sommigen zelfs tot in de 19de eeuw, net zoals protestanten. Het is niet waar dat de paus en anderen tegen de slavernij waren: ze waren er in de praktijk actieve verdedigers van.

Veel christenen maakten slaven wijs dat ze hun vrijheid later zouden terugkrijgen, namelijk in het hiernamaals. Het klopt dus niet dat christenen de eerste abolitionisten waren, dat waren de eerste Verlichtingdenkers zoals Charles de Montesquieu, Thomas Paine en Markies de Condorcet. Tal van abolitionistische bewegingen werden juist opgericht tegen de wil van de geestelijkheid in, die bleef vasthouden aan Bijbelse bepalingen dat er meesters en slaven waren en daarin gesteund werden door pausen en bisschoppen. Het is stuitend dat de auteurs verwijzen naar het zogenaamde verzet van paus Pius VII tegen de slavernij na de nederlaag van Napoleon. Dat wordt historisch beschouwd als een strategische zet om zijn Kerkelijke Staat te herwinnen en had niets van doen met een principieel verzet tegen de slavernij. Het was trouwens Pius VII die de Index en de inquisitie herstelde en de joden verplichtte om opnieuw in getto’s te gaan wonen, iets wat voordien was afgeschaft. Het is onder invloed van de Verlichting dat er een einde kwam aan de slavernij, eerst in het revolutionaire Frankrijk, later in Engeland en nog later, na een burgeroorlog, in de VS.

Natuurlijk zijn er geestelijken, priesters en dominees geweest die zich keerden tegen de slavernij, maar dat deden ze niet met de steun, maar met tegenkanting van hun oversten. Niet religie heeft mensen afgewend van de slavernij, maar de rede, de kantiaanse verlichte gedachte dat alle mensen gelijkwaardig zijn. In hun laatste zin stellen de auteurs dat de strijd tegen de slavernij spoort met die van vrouwenonderdrukking. Dat klopt. Maar opnieuw zouden ze eens de ‘heilige boeken’ moeten lezen en zich afvragen waarom vrouwen zo achtergesteld worden. Het zijn religies die vrouwen, minderwaardig achten. Juist het zo bewonderde christendom van de auteurs heeft mee gezorgd voor antisemitisme en misogynie waarvan we vandaag nog steeds de gevolgen kennen. En ja, de radicale islam is nu nog erger. Maar dat is geen excuus voor een godsdienst die eeuwenlang bepaalde mensen, slaven en vrouwen, als minderwaardig heeft beschouwd en (wat vrouwen betreft) nog steeds beschouwt.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Mart-Jan De Jong en Yael Wodnitzky, Afschaffing van de slavernij, Garant, 2014

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be