Overleven na de Goelag

boek vrijdag 23 maart 2007

Nanci Adler

Net als nazi-Duitsland kende de Sovjet-Unie een groot aantal kampen en gevangenissen waar miljoenen mensen werden vastgehouden. Het systeem kreeg de benaming Goelag, een acroniem van de Russische benaming Glavnoe Upravlenie Lagerei dat kan vertaald worden als Hoofddirectoraat voor Correctie Werkkampen en Kolonies. In tegenstelling tot diverse Duitse concentratiekampen waren de Sovjetkampen geen vernietigingscentra, maar werden ze gebruikt om de industrialisatie van de Sovjet-Unie te versnellen. Het zware werk, de slechte levensomstandigheden en de gebrekkige voeding kostte echter het leven aan talloze mensen. In haar boek Goelag, een geschiedenis toonde Anne Applebaum aan dat er ook werd gefolterd en vermoord, maar in eerste instantie primeerde toch hun economisch nut. De slachtoffers waren naast gewone misdadigers, mensen die verdacht werden van ‘anti-revolutionaire’ praktijken, trotskisme en kosmopolitisme. Tijdens de Grote Terreur werden talloze koelakken en intellectuelen gedeporteerd. Maar ook Finnen, Polen en Balten vulden de kampen. Zelfs heel wat Russen die krijgsgevangenen van de Duitsers waren geweest, werden opgepakt en naar Siberië gestuurd. Applebaum schat dat er tussen 1929 en 1953, het jaar van de dood van Stalin, zo’n 18 miljoen mensen in gevangenschap raakten, waarvan er 2,75 miljoen stierven.

Maar wat gebeurde er met diegenen die hun gevangenschap in de kampen wel overleefden? In haar boek Overleven na de Goelag gaat Nanci Adler, een senior onderzoeker aan het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam, in op de ervaringen en het lot van Stalins slachtoffers na hun kamptijd. Daarbij baseerde ze zich op uitgebreide interviews, memoires, officiële documenten en ontsloten archieven. Ze beschrijft wat overlevenden doormaakten bij hun terugkeer naar de samenleving, hoe functionarissen hen hielpen of dwarsboomden, en met welke problemen ze te maken kregen vanaf de jaren vijftig tot nu. Het boek geeft een onthutsend beeld van de willekeur en de terreur die tal van Sovjets in de vorige eeuw aan den lijve hebben ondervonden. Maar echt verontrustend is dat voor deze mensen nog geen enkele officiële poging werd ondernomen om de confrontatie met het sovjetverleden aan te gaan. Voor hen werden er geen waarheids- of verzoeningscommissies opgericht, geen gerechtelijke processen in gang gezet, geen onderzoek naar de onmiskenbare misdaden die de staat tegen hen pleegden, zoals dat in democratieën van toepassing is als een vorm van gerechtigheid en erkenning van de mensenrechten. Voor de misdaden die tallozen ondergingen in de Goelag werd de Communistische Partij in de Sovjet-Unie strafrechtelijk noch moreel veroordeeld.

‘De Goelag is een ongewenst deel van het publieke bewustzijn geweest en is dat nog steeds’, aldus Nanci Adler. Nochtans zijn de miljoenen doden en vooral zij die het overleefden het bewijs van een krankzinnig systeem dat doelbewust werd toegepast om de sovjetstaat te handhaven. Alhoewel er ook onder de tsaren al kleine dwangarbeidkolonies bestonden, was het Lenin die in 1918 een decreet uitvaardigde waarin werkkampen werden gewettigd. Op basis van het beruchte artikel 58 waarin ‘contrarevolutionaire misdaden’ werden opgesomd, werden zo miljoenen mensen opgepakt en gedeporteerd. Oorspronkelijk waren dat vooral Witten, socialisten, anarchisten en priesters. Later ook tegenstanders van de collectivisering van de landbouw, de koelakken, de intellectuelen en andere vermeende tegenstanders. De terreur kende een hoogtepunt in de jaren 1937-1938, met vaak partijkaders en militairen als slachtoffers, maar ook gewone burgers, arbeiders en boeren. Later ook ganse nationale groepen, krijgsgevangenen en tenslotte ook ‘kosmopolieten’, vooral joodse intelligentsia.

Tal van Westerse intellectuelen die sympathiseerden met het Sovjetsysteem waren geschokt door de openlijke aanval Chroesjtsjov op het Twintigste Partijcongres over de misdaden van Stalin. Velen onder hen, zoals Jean Paul Sartre, zagen dit als een aberratie van één man, namelijk Stalin zelf. Ze werden verblind door Chroesjtsjov die tussen 1953 en 1958 meer dan 4 miljoen gevangenen vrijliet, alhoewel intussen een nieuwe golf van arrestaties plaatsgreep van zogenaamde ‘parasieten’, doorgaans schrijvers en dichters die zich te kritisch uitlieten over het systeem. Ook onder Brezjnev werden nog tal van mensen opgepakt. De auteur zoomt in haar boek vooral in op de periodes van destalinisering en het lot van de herintrede van de miljoenen overlevenden van de Goelag in de sovjetsamenleving. De eerste golf van terugkeer van gevangenen gebeurde tussen 1947 en 1953. De overlevenden kregen niet echt hun vrijheid terug maar moesten toen in ballingschap leven in bepaalde, aangeduide gebieden, waar het leven soms harder was dan in de kampen zelf. Als vermeende ‘vijanden van het volk’ werden ze door de plaatselijke bevolking gemeden, kregen geen huisvesting, geen werk en geen hereniging met de familie. Ook een zogenaamde rehabilitatie betekende niet dat men terug kon naar de stad of geboorteplaats.

Hoe perfide het hele systeem was blijkt uit het feit dat ook de familieleden werden aangepakt wegens hun relatie met de ‘vijanden van het volk’. De auteur beschrijft hoe de overheid de familiebanden met gevangenen systematisch ontmoedigden. Echtgenotes van slachtoffers die zich lieten scheiden kregen daarvoor zelfs een aanmoedigingspremie. Vrouwen die dat niet deden werden op hun beurt verbannen. Vaak werden kinderen van gevangen en geëxecuteerde ‘vijanden van het volk’ op hun beurt opgepakt. Ook werden mensen aangezet om hun buren, vrienden en familieleden aan te geven. Een gekend voorbeeld is dat van de dertienjarige Pavlik Morozov die zijn vader aangaf en hiervoor geëerd werd. Na de dood van Stalin werden tal van hervormingen doorgevoerd en werden de verordeningen ten aanzien van de gevangenen en bannelingen versoepeld, maar in de praktijk legden lokale functionarissen dit vaak naast zich neer. ‘Het bureaucratische middenkader dat geïndoctrineerd was volgens het oude systeem van onderdrukking, verzette zich tegen verandering’, aldus de auteur. Tegelijk ontwikkelde de staat een nieuwe vorm van terreur, namelijk het gebruik van de psychiatrie voor strafdoeleinden. De grote amnestiemaatregel onder Chroesjtsjov zorgde voor een ander gigantisch probleem. Zo waren de huizen en gronden van de oorspronkelijke bezitters intussen bezet door anderen.

Nanci Adler wijst op de paradox dat veel overlevenden die jarenlang in de meest erbarmelijke omstandigheden van hun vrijheid waren beroofd, nog steeds hun vertrouwen uitspraken in het systeem. Zij zagen elke vorm van rehabilitatie als een vorm van grootmoedige vergeving door het moederland. Maar uit diverse getuigenissen, zoals bij de schrijver Iosif Bogoraz, blijkt dat die houding niet werd gemotiveerd door een verlangen om de partij steunen ‘alswel door een angst voor de consequenties van het niet aanvragen van hernieuwing van zijn lidmaatschap’. Dat sommige overlevenden van de Goelag ware communisten bleven klopt, maar uit een zin van Khava Volovich blijkt hoezeer anderen, net als veel overlevenden van de Holocaust, hun lijdensweg wilden bekendmaken. ‘Ooit, lang geleden, toen ik naakt naast het lijk van een meisje stond bij wie een nummer op haar rug getatoeërd was en dat door de bewakers was vermoord, zwoer ik dat ik op een dag de mensen daarover zou vertellen.’ Daartegenover stond dat veel sovjetburgers de vermeende ‘vijanden van het volk’ bleven beschouwen als personen die hun straf effectief verdiend hadden. Het gevolg was dat vrijgelaten Goelag-gevangenen en gerehabiliteerden zich in een permanente instabiele toestand bevonden en als paria’s behandeld werden door hun medeburgers.

De periode van destalinisering die na de dood van Stalin op gang kwam, zorgde ervoor dat men over de kampen publiek begon te spreken en te schrijven. De publicatie van Ivan Denisovitsj van Alexander Solzjenitsyn in 1963 zorgde evenwel voor beroering bij de conservatieven. Ze beseften dat de bekendmaking van het bestaan van de kampen zou leiden tot een ontmaskering van het hele systeem van terreur, zodat in 1964 de censuur opnieuw werd aangescherpt en verschillende schrijvers waaronder Sinyavsky en Daniel werden veroordeeld. ‘De morele fundamenten en de legitimiteit van de staat zouden ondermijnd worden als zou worden toegegeven dat deze voormalige “vijanden van het volk” eigenlijk onschuldige slachtoffers van onderdrukking door de staat waren’, zo schrijft Nanci Adler. In deze ene zin ligt het hele drama van de terreur bloot waarin de Sovjets hun burgers sinds de Oktoberrevolutie geleid hadden. Andrej Sacharov, wiens voorouders slachtoffers waren van de terreur, stelde dat het sovjetsysteem nooit het respect voor het individu heeft geleerd dat noodzakelijk was om een beschaafde maatschappij en een rechtsstaat te stichten.

Het boek van Nanci Adler geeft goed aan dat het sovjetsysteem zich enkel kon handhaven door mensen te onderdrukken, door angst te verspreiden, maar ook door ongepaste ideeën te weren. Om haar stabiliteit te verzekeren kon de overheid de verantwoordelijkheid voor de vele misdaden van het sovjetsysteem niet erkennen. Op die manier zat het systeem tot voor kort in een vicieuze cirkel. Erkenning van de misdaden van het systeem zou neerkomen op een fundamentele kritiek op het systeem zelf. De grote leugen moest dus kost wat kost in stand gehouden zorden en dat is in de praktijk ook jarenlang gelukt. Na Gorbatsjov beloofde Jeltsin volledige openheid, maar ook dat lukte niet. Tot in 1988 steeds meer massagraven werden ontdekt en de problematiek van de gedporteerde volksgroepen aan de orde kwam. Organisaties als Memorial en Vozvrasjtsjenie trokken aan de kar om de waarheid aan het licht te brengen. Een van de taken van het Memorial is ‘het bevorderen van de openbaarmaking van de waarheid met betrekking tot het historisch verleden en het bestendigen van de nagedachtenis van de slachtoffers van politieke onderdrukking die wordt uitgevoerd door totalitaire regimes’. Dankzij het Memorial werd in 1990 het Gedenkteken voor de slachtoffers van de Goelag opgericht op het Loebjankaplein in Moskou vlakbij het hoofdkantoor van de voormalige KGB.

Volgens Nanci Adler zou de vroegere Sovjetstaat ‘duidelijk moeten maken dat het land vanaf 1917 onder een misdadig regime heeft geleden. Zij zou moeten verklaren dat Lenin een moordenaar was en Stalin een massamoordenaar’. In feite zou de Communistische Partij verboden moeten worden omdat ze een criminele organisatie was. Nanci Adler wijst er terecht op dat negentigjarige nazi’s nog steeds worden vervolgd en veroordeeld omdat misdaden tegen de menselijkheid niet verjaren. Waarom is dat in Rusland niet zo? En ze eindigt haar boek met een veelzeggende anekdote. Zo legde de huidige Russische president Poetin onlangs een krans op het graf van Andropov. ‘Onder dit voormalige hoofd van de KGB werd de opstand in Hongarije in 1956 bloedig de kop ingedrukt en werd het opsluiten van dissidenten in inrichtingen begonnen en verfijnd.’ Dit boek legt niet alleen uit hoe vreselijk de Goelag was voor talloze mensen, maar ook en vooral dat het een essentieel onderdeel vormde voor de onderdrukking van miljoenen burgers. Wat nodig is, is een internationaal tribunaal (een soort Neurenbergproces) met onafhankelijke rechters die kunnen oordelen over de aard van het stalinisme en om de aansprakelijkheid van de instigator (Stalin) en zijn uitvoerders (de Russische Eichmanns) aan de kaak te stellen en postuum te veroordelen. Zoals de auteur schrijft, betekende de uitvoering van een misdadig bevel niet dat iemand van zijn verantwoordelijheid werd ontslaan. Dit principe werd terecht toegepast op nazicriminelen. Er is geen reden waarom het niet zou worden toegepast op stalinistische moordenaars.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Nanci Adler, Overleven na de Goelag, Contact, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be