De witte tijger

boek vrijdag 26 juni 2009

Aravind Adiga

Waar China het land is van het goedkoop speelgoed, zo wil het cliché, verhuist de softwarebusiness stelselmatig naar het Indiase Bangalore. In zijn op de longlist van de Booker Prize prijkende roman De witte tijger toont Aravind Adiga ons de realiteit achter het cliché en die is, zoals het een knappe satire betaamt, grappig en verontrustend tezelfdertijd.

“Uit respect voor de vrijheidsliefde van het Chinese volk, en vanuit de overtuiging dat de toekomst van de wereld in handen ligt van de gele mens en de bruine mens, nu onze voormalige meester, de blanke mens, zichzelf te gronde heeft gericht door flikkerij, mobiele telefonie en drugmisbruik, doe ik het aanbod u, geheel kosteloos, de waarheid over Bangalore te vertellen”. Aan het woord is Balram Halwai, een zelfstandig ondernemer met een goed lopend zaakje in het Indiase softwareparadijs Bangalore. Hij heeft gehoord dat de Chinese premier Wen Jiabao binnenkort een bezoek zal brengen aan zijn stad en omdat hij vreest dat de arme man door de autoriteiten een rad voor ogen gedraaid zal worden, schrijft hij hem alvast een brief waarin hij wars van alle retoriek over hoe slim de Indiërs wel zijn en hoe de Britten hen al hun uitvindingen ontstolen hebben een beeld wil schetsen van de hedendaagse Indiase maatschappij.

Balram is de verteller uit Aravind Adiga’s opmerkelijke debuutroman De witte tijger, en zijn verhaal leest als een merkwaardige successtory. Hij was immers niet in de wieg gelegd om het ver te schoppen in het leven. Bij zijn geboorte kreeg hij niet eens een echte naam. Zijn vader noemde hem Munna, wat jongen betekent, en waartegen zijn leraar op de lagere school in opstand kwam. Dat was geen naam, opperde deze, en daarom ‘doopte’ hij hem Balram, naar de rechterhand van Krishna. Niet dat vader het slecht meende met de jongen. Zijn hele leven was hij behandeld als een ezel en hij wou niet meer dan dat zijn zoon zou kunnen leven als een man, wat voor de kleine Munna betekende dat hij buschauffeur zou worden, want dat leek hem een hele stap voorwaarts ten opzichte van de riksja waar zijn vader iedere dag mee rondpeddelde. Maar zelfs dat leek aanvankelijk te hoog gegrepen voor de jongen. Ook al noemde de inspecteur hem voor de hele klas een witte tijger omdat hij net zo zeldzaam was als dat dier - hij kon immers als enige lezen - en stelde hij hem een beurs in het vooruitzicht, het traditionele kaste- en familiesysteem zou daar een stokje voor steken. Nicht Meera diende immers een bruidschat te hebben, en om die bij mekaar te scharrelen moesten alle krachten ingezet worden, dus ook die van Balram. Hij ging dus van school en begon voor een aalmoes steenkool in stukken te slaan.

Aan de hand van Balrams levensverhaal toont Adiga waar het in de Indiase maatschappij fout loopt, en dat blijkt zo ongeveer overal te zijn. Niet alleen werkt het officieel niet meer in stand gehouden maar in de praktijk nog steeds doorslaggevende kastensysteem iedere sociale mobiliteit tegen, het land blijkt toch vooral in de ban van de corruptie. Zo moet Balram machteloos toezien hoe zijn vader aan tbc sterft in een ziekenhuis - een lot wat hij met honderdduizenden van zijn landgenoten deelt trouwens - omdat er geen dokters aanwezig zijn. In India ‘koop’ je immers een job als arts in openbare dienst, waarna je je volledige tijd spendeert in je privépraktijk. Af en toe steek je dan je hoofd eens binnen in het ziekenhuis dat je fulltime betaalt om te merken dat er alwaar een patiënt gestorven is.

Maar het kan natuurlijk nog erger. “De drie grote ziekten van India,” schrijft Balram aan de Chinese premier, “zijn tyfus, cholera en verkiezingskoorts”, en hij voegt er sarcastisch aan toe: “Wij hebben dan wel geen riolering, drinkwater en olympische gouden medailles, maar wij hebben wél democratie”. In ‘het donker’, zoals Balram de lagere kasten noemt, is die democratie immers een farce. Iedereen blijkt er voor de Grote Socialist te stemmen. Hun stemmen zijn al lang voor de verkiezingsdatum verkocht en de stembiljetten ingevuld. De man haalt 2341 stemmen op 2341 en wanneer een stumper toch zo dom is om aan het stemhokje op te dagen, wordt hij door de mannen van de Grote Socialist vakkundig in elkaar geramd. “Ik ben de trouwste kiezer van India,” schrijft Balram fijntjes, “en ik heb nog nooit een stemhokje van binnen gezien”.

Aravind Adiga is een dertiger die in India geboren is, maar die zijn opleiding kreeg in Sydney en New York, waardoor hij perfect geplaatst is om de wanpraktijken die zijn land liever onvermeld laat aan het licht te brengen. Hij schrijft over economische onderwerpen in Time en de Financial Times en weet dus waar de financiële klepel hangt, en hoe invloedrijk die internationaal aan het worden is. Voor hem is India daardoor niet het land van wierookstokjes, fel gekleurde sari’s en specerijen, maar wel dat van de stank van op straat schijtende mensen, de pijnlijke naaktheid van in zwart industrieel afvalwater spelende kinderen en de bittere smaak van de realiteit. In die zin is De witte tijger te vergelijken met Gautam Malkani’s Londonstani, een ontluisterend portret van een gemeenschap die gewrongen zit tussen traditie en moderniteit en die op hetzelfde moment in verschillende tijdperken lijkt te leven. Malkani beschreef dit proces in de Indische wijken van Londen, Adiga doet het voor de achterbuurten van zijn eigen land, en beiden zetten zich daarmee af tegen zeemzoeterige en ‘veramerikaniseerde’ verre-oostenliteratuur zoals we die onder meer bij Khaled Hosseini en Jhumpa Lahiri te lezen krijgen.

Maar Balram weet aan de achterbuurten te ontsnappen, al doet hij dat ten koste van familie- en vriendschapsrelaties. Hij geeft zijn traditionele maatschappij op en stapt over naar de eenentwintigste eeuw wanneer hij een rijbewijs haalt en in dienst treedt van Ashok, een landheer die een tijdje in Amerika heeft gewoond. Hij rijdt nu in een heuse Honda en neemt stilaan de levenswijze van zijn meester over. Hij begint whisky te drinken, schaft zich een wit t-shirt aan met een embleempje erop, trekt zwarte schoenen aan, poetst zijn tanden met speciale pasta die de gevolgen van het paankauwen - rode tanden en aangetast tandvlees - wegneemt en stopt met opzichtig aan zijn kruis te krabben. Wanneer Ashoks vrouw Pinky Madam in een dronken bui een ‘donker’ kind overhoop rijdt gaat hij zelfs zover dit af te doen als een onbeduidend incident waar ze niet langer aan moet denken. Die donkeren zijn in feite toch geen mensen, beweert hij in een verbijsterende vlaag van zelfverloochening.

Wanneer de vrouw niet veel later terug naar Amerika verkast en Ashok in zijn achterlijk Indiaas gat laat stikken, wordt de symbiose tussen baas en knecht zo groot dat Balram in navolging van Ashok zelfs een “stijve snavel” krijgt waneer ze door de hoerenbuurt van Delhi rijden op zoek naar een prooi om deze in te steken. Het ligt dan ook voor de hand dat Balram uiteindelijk ook de genadeloze bezitshonger van Ashoks klasse zal overnemen, wat de vooraf aangekondigde dood van de baas en het zelfstandig ondernemerschap van de chauffeur teweeg zal brengen.

De witte tijger prijkt op de Booker Prize longlist voor het beste niet-Amerikaanse Engelstalige boek van het jaar. In de Britse pers en op ontelbaar veel blogs zijn daar al serieuze vraagtekens bij geplaatst. Wat ons betreft ten onrechte. Adiga’s roman ontmaskert immers op genadeloze wijze de pretenties van een land dat zichzelf tot ‘de grootste democratie ter wereld’ heeft gekroond maar in realiteit een kolos is wiens krachten aan corruptie en wanbeheer ten onder dreigen te gaan.


Recensie door Marnix Verplancke



Deze recensie verscheen eerst in ‘Uitgelezen’, de boekenbijdrage van De Morgen.



Aravind Adiga won uiteindelijk de Booker Prize 2008.

Aravind Adiga, De witte tijger, oorspronkelijke titel: ‘The White Tiger’, vertaald door Arjaan van Nimwegen, Amsterdam, De Bezige Bij, 2008, 279 p., €18,90.

Links
Mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be