De adamiet

boek vrijdag 01 april 2011

Piet De Moor

Zowat alle romanciers verwerken autobiografische elementen in hun boeken. Dat hoeft niet te verwonderen want hun verbeelding spoort met persoonlijke voorvallen die ze gretig aangrijpen om hun verhaal vorm te geven. Zo is het ook met De adamiet van de Vlaamse publicist en schrijver Piet De Moor die vooral bekendheid kreeg door zijn indrukwekkende Schemerland. Stemmen uit Midden-Europa waarin hij de impact van de Endlösung der Judenfrage beschreef. Die zorgde ervoor dat de historische joodse aanwezigheid en invloed op zowel het sociale, economische als culturele leven in deze regio verdween in de nevelen van de geschiedenis. Daarnaast publiceerde De Moor ook andere boeken zoals Een masker voor de macht. Ismail Kadare, schrijver in de dictatuur, De gelaarsde God. Stalin en de aura van de macht, Grimmig heden. Een polyfonie en zijn vlijmscherpe schotschrift Brieven aan mijn postbode, Will Tura en Peter Vandermeersch waarin hij ongezouten zijn kritiek ventileerde op het feit dat de media in Vlaanderen de maatschappelijke discussie steeds meer uit de weg gaan, en dit onder druk van de commercie, de verkoopcijfers en het toenemende totalitarisme in Vlaanderen. Daarbij demonstreerde hij keer op keer een grote literaire en stilistische kracht.

‘Ik ben een laatbloeier. Waarom? Omdat ik pas laat inzag dat ik niet de schrijver was die ik me lang geleden had ingebeeld te zijn, een beeld waarvan ik geen afstand wilde doen. Maar ik paste niet in dat schrijversimago dat ik voor en van mezelf ontworpen had. Ik stond voor een deur waarvan ik dacht dat ze vergrendeld was, en het duurde lang voor ik ontdekte dat ze moeiteloos openging. Mijn vooroordelen en mijn gebrek aan kennis keerden zich in al hun monsterachtigheid tegen mezelf’, zo schreef hij in Grimmig Heden. In 2008 stapte De Moor het ware schrijverschap in en debuteerde met zijn roman Hotel Silesia, een wat zwartgallig verhaal over een schrijver die met zijn vroegere geliefde op zoek gaat naar een nieuwe start, in Görlitz ergens ver weg in Duitsland dichtbij de Poolse grens. Daar komt hij zichzelf tegen en beseft hij dat hij zichzelf al die tijd wat heeft wijsgemaakt. Tegelijk geeft de auteur zich bloot en verwijst hij naar de krassen op zijn ziel die hij blijkbaar in de loop der jaren heeft opgedaan maar die hij diep in zijn onderbewuste verborgen hield. Hotel Silesia werd goed onthaald als ‘een mooi lyrisch verhaal over de liefde’, maar kreeg toch te weinig aandacht.

Onlangs verscheen De adamiet, zijn tweede roman waarin De Moor zijn literair talent opnieuw in de verf zet en zo een verdere en geslaagde stap zet in zijn schrijverschap. En weer gaat het om een autobiografische introspectie maar ditmaal veel dieper. De Moor geeft zich nu nog meer bloot. Het hoofdpersonage zit in café New York in Boedapest waar hij een lezing had moeten geven over de impact van de blindheid van Borges op het werk van de grote meester, maar hij zegt op het laatste ogenblik af. In plaats daarvan mijmert hij over Borges als maatstaf voor zijn eigen leven en dan vooral over zijn compleet mislukte jeugd. Adam was volgens het scheppingsverhaal in het bijbelboek Genesis de eerste mens. Iemand die blijkbaar geen jeugd kende maar onmiddellijk volwassen ter wereld kwam. In diezelfde zin haalt het hoofdpersonage hard uit naar zijn eigen vader die ‘me als een adamiet behandelde, want als Adam, de enige mens die volwassen is geboren en nooit werd opgevoed, werd ik behandeld van kindsbeen af’. Heel brutaal schrijft hij dat hij nooit van zijn vader gehouden heeft en dat hij op zijn sterfbed alleen maar treurt omdat het hem niet kan schelen dat zijn vader sterft.

De adamiet is één grote defenestratie met diegenen die een mens normaal het dichtste bij zijn: vader en moeder. Elke zin leest als een haatbetuiging tegen de ouders in bijtende, sarcastische, rancuneuze en cynische bewoordingen die de lezer ongemakkelijk maken. ‘Wat ouders opvoeding noemen, is niet anders dan schavot. Ze geven je te eten en te drinken en verwachten dat je in ruil vergeet hoezeer ze je hebben gekweld. (…) Van alles kreeg ik altijd de schuld, zoals kinderen altijd schuld krijgen van alles wat misloopt in het leven van hun ouders’. Blijkbaar moet er in dat leven van zijn ouders heel wat zijn misgelopen om zo ongemeen hard te oordelen. Mag je wel zo radicaal negatief over je ouders schrijven? Hebben zij tenslotte niet het leven geschonken aan de schuimbekkende zoon? En is die laatste niet gewoon een klaagdier die zijn eigen onvermogen afwentelt op de vader die al lang onder de zoden ligt?

Dat zijn ouders hem het leven schonken doet de auteur af als een vorm van bestiaal instinct. ‘Ze paarden stom, geurloos en geconcentreerd. Het ontbreken van genot was hun toppunt van lust’. En hij herinnert zich hoe zijn vader hem sloeg met zijn broeksriem. Hij haat zijn vader die hem vernederde en mishandelde tot de zoon een waas van woede voor zijn ogen kreeg. ‘Ja, ik werd blind van razernij’, alweer mijmerend over Borges blindheid. Waarop het hoofdpersonage verhaalt over het begin van zijn schrijversschap waarbij Goethe, Franz Kafka, Max Frisch, Sandor Maraď en Isaak Babel de revue passeren als waren ze zijn enige steun en toeverlaat gedurende al die jaren. Want in zijn ouderlijk huis leefde hij zonder enig houvast. De enige liefde die er bestond, ging uit naar zijn broer die al op jonge leeftijd stierf en ook daarover schrijft het hoofdpersonage totaal gevoelloos.

De adamiet is geen vrolijk boek maar staat vol literaire parels die de lezer meeslepen in de tragiek van het hoofdpersonage. Het is een afrekening met het verleden, maar ook met hemzelf. Ik vermoed dat De Moor deze roman niet echt vrijwillig heeft geschreven. Hij deed het ongetwijfeld met veel tegenzin of minstens met enige gęne omdat het hem terugdompelde in een tijd die hij zich liever niet meer herinnerde. Hij schreef het dus uit noodzaak. Als de amputatie van een ziek deel van zijn eigen lichaam teneinde het te behoeden van de volledige ondergang.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Piet De Moor, De adamiet, Van Gennep, 2010

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be