De Verlichting vandaag

boek vrijdag 19 oktober 2007

Ludo Abicht

De principes van de Verlichting staan ter discussie. Dat blijkt niet alleen uit de opmars van zorgwekkende vormen van irrationalisme, religieus fundamentalisme, etnisch nationalisme en wild kapitalisme, maar ook uit de kritiek van een intellectuele stroming die de Verlichting in een kwaad daglicht wil stellen. Een toonaangevende stem daarin is die van de Britse hoogleraar John Gray die met een beschuldigende vinger wijst naar de Verlichting als oorzaak van de grote tragedies van de vorige eeuw, het communisme en het nationaal-socialisme. Volgens de Joods-Britse historicus Jonathan Israel, auteur van Radicale Verlichting, is dit te gek voor woorden. Het autoritarisme van deze beide ideologieën stond immers haaks op alles waar de Verlichtingswaarden voor staan. De Verlichting verwachtte veel van de wetenschap maar haar essentiële idealen waren de tolerantie, de persoonlijke vrijheid en gelijkheid. En dat waren nu juist zaken die zowel communisten als nazi’s verachtten. Weliswaar gebruikten ze ‘moderne’ middelen maar dat heeft niets te maken met de moderniteit als uitvloeisel van de Verlichting. Wetenschap op zich is niet goed of slecht, belangrijker is wat we er als mensen mee doen. Over de geschiedenis en het actuele belang van de Verlichting schreef de Vlaamse filosoof en publicist Ludo Abicht het boek De Verlichting vandaag.

Abicht geeft eerst een overzicht van de inspiratoren van de Verlichting. Hij verwijst naar René Descartes, Spinoza, John Locke en Pierre Bayle. Die laatste was ervan overtuigd dat geloof en wetenschappelijke kennis onverenigbaar waren. ‘De kritiek op de godsdienst stond centraal in de Verlichting’, schrijft de auteur, en de moraal moest onafhankelijk bestaan van godsdienst. Maar al snel doken tegengestelde meningen op over hoe dit moest gerealiseerd worden en welke maatschappijvorm daartoe het best geschiktst was. Abicht verwijst naar Rousseau die met zijn concept van het sociaal contract en de primauteit van de algemene wil op de wil van het individu, duidelijk een andere weg insloeg dan Verlichtingsdenkers die de vrijheid van de mens centraal stelden. Volgens Bertrand Russell lag de idee van Rousseau’s algemene wil aan de basis van de totalitaire regimes in de twintigste eeuw. Merkwaardig genoeg besteedt Abicht weinig aandacht aan diegenen die het individu centraal plaatsten, zoals Immanuel Kant die met zijn ‘Sapere Aude’ wees op de unieke rechten en plichten van elk individu.

Kritiek op de Verlichting kwam er volgens Abicht van twee kanten. In de eerste plaats van conservatieven die vasthielden aan tradities en elke kritiek beschouwden als een ondermijning van het gezag van de godsdienst. Een eminente vertegenwoordiger was graaf Joseph-Marie de Maistre die de Verlichting verantwoordelijk stelde ‘voor het verval van religieuze en morele waarden’. In die zin verzette de katholieke overheid zich bijna twee eeuwen lang tegen de moderniteit. Tot vandaag plaatsen religies hun dogma’s en ‘absolute waarheden’ tegenover de moderniteit met haar intrinsieke twijfel en onzekerheid. Kritiek op de Verlichting kwam ook van links. In navolging van Rousseau kreeg het principe van de gelijkheid overhand op de vrijheid. Marx beschouwde de mens in de eerste plaats als een sociaal wezen en socialisten geloofden in de maakbaarheid van de mens en de samenleving. Het zou leiden tot gruwelijke vormen van onderdrukking waarin de mens, in weerwil van de categorische imperatief van Kant, niet langer beschouwd werd als een doel, maar als een middel. ‘Mensen zijn als mest op de velden van toekomst’, verklaarde Trotski, waarmee hij het individu degradeerde tot een ding ten bate van een (alsnog utopische) ideale samenleving.

Vandaag zijn de verworvenheden van de Verlichting nog geen gemeengoed, zo stelt Abicht terecht vast. Niet alleen religieuze fanatici zijn daar de oorzaak van, ook het cultuurrelativisme en het monoculturalisme spelen een nefaste rol. Het zijn maar enkelingen die opkomen voor een kosmopolitisch humanisme, een universeel seculiere moraal met liberale grondrechten die door eenieder aanvaard zouden moeten worden, zodat mensen met uiteenlopende politieke en religieuze opvattingen harmonieus kunnen samenleven. De waarden van de Verlichting blijven universeel geldig, en hebben bijgevolg niets te maken met een vorm van eurocentrisme zoals sommigen beweren. Wie opkomt voor het recht op zelfbeschikking van elk individu laat zich niet opsluiten in een geografische of geestelijke beperking. De vrijheid van elke mens om zelf zijn of haar levensplan in te vullen, is universeel en strookt met het Verlichtingsideaal. In die zin moeten we alle vormen van onrecht en ongelijke behandeling van mensen wereldwijd blijven bekampen, ook al zouden die al eeuwen deel uitmaken van culturele of religieuze tradities of gewoontes. De rechten van het individu belangrijker zijn dan groepsrechten.

De Verlichtingswaarden staan niet ten dienste van groepen, traditie of geloof, maar van de vrijheid en de plicht van elke mens. Totalitaire regimes gingen daar tegenin. Abicht verwijst naar invoering van de Sippenhaftung door de nazi’s, een systeem waarbij familieleden werden bestraft (iets wat ook onder Stalin gebeurde met de vrouwen van vermeende ‘volksverraders’). Die praktijk bestaat ook vandaag nog in orthodoxe gesloten gemeenschappen waar vaders of broers hun dochter of zuster vermoorden omdat ze ‘de eer van de familie’ zouden hebben geschonden. Of de monsterlijke houding van religieuze fanatici tegenover mensen die uit hun geloof willen stappen, een homoseksuele relatie aangaan of genitaal verminkt worden. Zo is elke vorm van cultuurrelativisme verwerpelijk en moeten we opkomen tot een vorm van kosmopolitisme, waarbij elke mens het recht heeft om zich te onttrekken aan de bestaande tradities en gewoontes. Ludo Abicht besluit met een pleidooi voor een actief pluralisme. Dat is een bizarre conclusie die een al te zwak antwoord biedt op bestaande misstanden die ingaan tegen de Verlichtingswaarden. Want zo blijven veel mensen die zich willen onttrekken aan onderdrukkende gebruiken en tradities, over aan hun miserabel lot. Actief pluralisme is een mistig containerbegrip dat voorbijgaat aan de essentie van het probleem. In feite moet de Verlichting verder de weg op die Kant zo goed had aangegeven maar die door anderen werd genegeerd: de mogelijkheid voor elke mens om zelf iets van zijn of haar leven te maken.

De Verlichting staat onder druk, daarom is het aangewezen om weer de cruciale doelstelling ervan uit te leggen. Dat doet Abicht onvoldoende. Het gaat niet zozeer om een strijd tegen een godsdienst als leidraad voor ons leven, maar om de bescherming en bevordering van de unieke rechten en plichten van elk individu. De ware kern van de Verlichting is het individualisme. Tegen religieuze dogma’s en tegen collectivistische oplossingen zoals het communisme en het fascisme. Natuurlijk kunnen collectieve acties ten goede komen van grote groepen mensen, zoals de sociale bescherming en menswaardige arbeidsvoorwaarden die dank zij vakbonden werden afgedwongen. Maar vaak hebben ze ook geleid tot verdrukking en conformisme. De mens, en alleen de mens staat centraal. In die zin is een sociaal en humaan liberalisme de enige optie voor wie gelooft in de waarden van de Verlichting.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Ludo Abicht, De Verlichting vandaag, Houtekiet, 2007, 200 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be