Eťn maat en ťťn gewicht

boek vrijdag 22 november 2002

Ludo Abicht

Hoe is het conflict tussen IsraŽl en Palestina ontstaan? Waarom blijft dat conflict aanslepen? Moet het westen zich mengen in het IsraŽlisch-Palestijnse conflict? Welke oplossingen kunnen wij naar voren schuiven? De Antwerpse filosoof Ludo Abicht, die al eerder publiceerde over IsraŽl en Palestina, verhult in Eťn maat en ťťn gewicht niet dat het conflict in het Midden-Oosten moeilijk te begrijpen is. Het is een onontwarbaar kluwen waarin internationaal economische en militaire belangen en plaatselijke geschiedenis in elkaar gestrengeld zijn. Eťn maat en ťťn gewicht wil een geÔnformeerd, genuanceerd en geŽngageerd essay zijn. GeÔnformeerd door op zoek te gaan naar de diepe en taaie wortels van het conflict. Genuanceerd door aandachtig de argumenten en emoties van beide zijden in kaart te brengen. GeŽngageerd omdat Abicht partij kiest voor een echte en gewaarborgde Palestijnse autonomie, en hij niet medeplichtig wil worden aan de uitzichtloosheid van het conlict.

Het siert Ludo Abicht dat hij in deze moeilijke en polemische kwestie stelling durft te nemen. Daarbij laat hij zich niet leiden door vooroordelen of simplismen maar kiest hij voor de moeilijke weg van het inlevingsvermogen in het lijden van beide partijen in dit conflict. En dat inlevingsvermogen moet groot zijn wil men de wederzijdse haat ook maar een heel klein beetje begrijpen. In zijn inleiding wijst Abicht terecht op het feit dat het conflict in het Midden-Oosten raakt aan de kern van onze verhouding met de hele Arabische en islamitische wereld. Een dergelijk inzicht is in de huidige situatie essentieel. De aanslagen van 11 september, de dreigende oorlog tegen Irak, de opborrelende weerstand van westerlingen tegen de aanwezigheid van moslims in hun contreien, de vele boeken en televisieprogramma's die een nieuwe strijd voorspellen tussen diverse 'culturen', 'religies' of zelfs 'rassen' noodzaakt om over dit probleem, dat in de kern van al die controverse broedt, na te denken. Abicht slaagt erin om de talloze valkuilen van historisch schuldbesef en actuele wantoestanden te overstijgen en de wederzijdse ressentimenten met naam en toenaam op te sommen. Hiermee plaatst hij zich op een niveau dat weinig politici, intellectuelen en machtshebbers kunnen bereiken. Het is de positie van iemand die van op afstand toch heel betrokken blijkt bij datgene wat ons allen zou moeten bezig houden en die bewijst dat men met een kritisch inlevingsvermogen tot scherpe analyses in staat is.

Abicht vertrekt van de wonderlijke overleving van het jodendom als godsdienst en cultuur ondanks de eeuwenlange onderdrukking. Ondanks de christelijke mokerslagen wist het jodendom zijn identiteit te behouden. Zelfs het antisemitisme en de pseudo-wetenschappelijke rassentheoriŽn - die onder het naziregime leidde tot de existentiŽle angst van de totale vernietiging - hebben de joodse overlevingskracht niet gesmoord. Integendeel, uit zoveel bedreigende taal en daad, ontstond een zionistische kracht die tot op de dag van vandaag bijzonder vitaal blijkt. Onder druk van het antisemitisme bleek de oprichting van de joodse staat IsraŽl een evident antwoord. Nog voor de Tweede Wereldoorlog (in de nasleep van Theodor Herzl die reeds in 1896 zijn boek Der Judenstaat schreef) trokken honderdduizenden joden naar het Beloofde Land. Via het Joods Nationaal Fonds kochten ze Palestijnse grond op en eigenden zich steeds meer hun historische 'eigendom' toe. De Holocaust zorgde voor een beslissende morele schok en een internationale erkenning van de zionistische droom, waarbij men gemakshalve voorbij ging aan het feit dat bijna 70% van de bevolking Palestijns was en in het bezit van zowat 93% van de toenmalige grond.

Na de uitroeping van de IsraŽlische onafhankelijkheid in 1948 kwam het tot een treffen met de Arabische troepen. IsraŽl won en zowat 750.000 Palestijnen werden verdreven of gingen spontaan op de vlucht. Zij mochten nadien, ondanks resoluties van de Verenigde Naties, niet terugkeren. Ziehier de eerste zware struikelblok naar een oplossing in het Midden-Oosten. De 123.000 Palestijnen die toen niet op de vlucht sloegen, groeide intussen aan tot 1 miljoen en vormt thans zowat 20% van de actuele IsraŽlische bevolking. Zij zijn onderdanen van IsraŽl maar stellen het op het vlak van analfabetisme en kindersterfte minder goed dan hun joodse medeburgers. Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd de situatie voor de Palestijnen nog slechter. IsraŽl boekte toen gevoelige terreinwinst, maar hier ligt de tweede struikelblok voor het huidige probleem, nl. het statuut van de Bezette Gebieden dat zoveel emoties en gewelddaden veroorzaakt. In de nasleep van deze oorlog onstond ook een groeiende aanhang van orthodoxe joden die pleiten voor een 'Groot IsraŽl' waarin geen plaats is voor anderdenkenden en die via hun politiek van 'nederzettingen' zoveel mogelijk 'bijbelse grond' willen veroveren. Hun aanhang is groot en groeit nog voortdurend, ondermeer door de gruwelijke aanslagen van de Palestijnen.

Tegenover IsraŽl staan de Palestijnen die, gesteund door de VN-resoluties, de teruggave van hun land eisen. Eerst verenigden ze zich in de PLO van Yasser Arafat die een democratische en seculiere staat nastreefden, maar door de onwrikbare IsraŽlische houding, de pesterijen en het geweld dat ze daarbij tegen de Palestijnen gebruiken, krijgen extreme groepen als Hamas meer invloed. Zij teren op het groeiende ongenoegen van de bevolking en willen IsraŽl vernietigen teneinde een islamitische staat te kunnen instellen. De toenemende macht van de extreme fracties, zowel bij de joden als de arabieren, is een van de belangrijkste redenen waarom het moeilijk, zoniet onmogelijk blijkt om te komen tot een vreedzame oplossing. Nochtans groeide in IsraŽl in de jaren tachtig en negentig een belangrijke vredesbeweging onder de slogan 'land ruilen voor vrede'. Het leidde tot een eerste, zij het uiterst wazig en algemeen akkoord tussen Arafat en Rabin. Een verdrag dat weliswaar alle moeilijke problemen uit de weg ging, maar op zijn minst een eerste aanzet vormde voor verdergaande gesprekken en het opbouwen van het tot dan toe diep geschokt vertrouwen tussen beide volkeren. Op 4 november 1995, na een vredesbetoging, werd Rabin vermoord door Jigal Amir, een student van de extreem orthodoxe Bar-Ilan universiteit die het als zijn religieuze plicht zag om Rabin als medeplichtige in eigen rangen als een verrader te vermoorden.

Deze zaak gaf een impuls aan de beide extreme zijden. Extreem orthodoxe joden van Goesj Emoniem zien het als hun plicht om de Palestijnse 'Amalekieten' uit te roeien. Hamas en andere extreme Palestijnse groepen verzetten zich tegen vreedzame oplossingen en voeren de 'jihad', de heilige bevrijdingsoorlog tegen de joden. Beide streven ze een eenvoudige oplossing na, nl. de totale vernietiging van de ander. Elke aanslag, elke revanche, elke moord is voor hen een zweepslag om terug te slaan. Voor de enen om steeds nieuwe nederzettingen te bouwen en de Palestijnen militair te onderdrukken, voor de anderen om het bloed van gevallen slachtoffers te wreken. Zelfs het akkoord tussen Arafat en Rabin verdween in de vergeethoek. Volgens de rechtse Likoedpartij omdat Rabin 'onaanvaardbare toegevingen' had gedaan, volgens Hamas omdat Arafat zich had laten rollen en nog slechts 22% van het vroegere Britse mandaatgebied uit handen van de joden had kunnen houden.

Bij dit alles speelt de zwaargeladen historische geschiedenis van de joden een belangrijke rol. Voor de joden zijn de Palestijnen uit op de vernietiging van hun volk, een existentiŽle angst die sinds de Holocaust diep in de joodse geesten verankerd zit. Voor de Palestijnen is dat weer onbegrijpbaar, omdat ze zich niet schuldig voelen aan wat de joden overkwam in het Europa van de twintigste eeuw. Abicht merkt hierbij fijntjes op dat de joden in ballingschap het over het algemeen veel beter hebben gehad in islamitische landen dan in het christelijke Europa. Daarbij hebben de kruistochten meer dan we beseffen een spoor nagelaten in het islamitische denken over het westen. Vooral de joodse nederzettingen worden aldus geÔnterpreteerd als een verdere expansie en dus gedwongen verdrijving. Die nederzettingen zijn geen toevallige bouwsels van idealistische mensen, maar weloverwogen installaties met het oog op een 'eeuwige' verovering van het grondgebied.

Een derde twistpunt is het statuut van Oost-Jeruzalem, van oudsher de hoofdstad van Palestina. Ook hier zijn er voortdurend acties en tegenreacties van fundamentalisten. Joodse inwoners kunnen zich vestigen in Oost-Jeruzalem maar Palestijnen komen West-Jeruzalem niet in. Daar staat een snellere bevolkingsaangroei van Palestijnen tegenover en men begrijpt dat hier een tactisch spel wordt opgevoerd met als ultieme doel, de 'anderen' kwantitatief te overvleugelen. De ganse politiek van IsraŽl is er thans een van territoriale en economische inperking van de Palestijnen. Daar tegenover staan de afschuwelijke terreurdaden van Hamas die dood en vernieling zaaien onder de IsraŽlische burgers en die juist leiden tot verhevigde actie tegen de Palestijnen. In die zin zijn de joodse en islamitische nationalisten en fundamentalisten paradoxaal genoeg elkaars bondgenoten.

In zijn voorlaatste hoofdstuk heeft Ludo Abicht het over 'engagement' tegenover deze zaak. Hiermee bedoelt hij geenszins partijdigheid omdat dit steeds een vorm van irrationele volgzaamheid inhoudt, maar wel een diepmenselijke houding om partij te kiezen voor mensen in de hun zwakste positie. Hier doet Abicht de gedurfde uitspraak dat in het huidige conflict tussen IsraŽl en de Palestijnen, de laatsten de zwaksten zijn. Deze stellingname lijkt partijdig maar is dat bij nadere lezing van zijn argumentatie helemaal niet. Hij toont aan dat Hamas niet de ware natuur van de islam is en - net zomin als de kruistochten en de inquisitie 'wezenlijk christelijk' waren - de islam vertegenwoordigen. We moeten ophouden anderen te stigmatiseren. De collectieve strafexpedities van het IsraŽlische leger kunnen aldus net het tegenovergestelde bereiken dan wat ze tot doel hebben, nl. in plaats van 'terroristen' uit te schakelen kweken ze nieuwe strijders voor de 'goede zaak'. In essentie bezit volgens Abicht alleen IsraŽl over de macht (zowel militair als politiek) om de diepere oorzaken van dit moordende, ontmenselijkende wederzijdse geweld weg te nemen. Als finale oplossing ziet hij derhalve vier mogelijkheden. Ofwel deporteert IsraŽl alle Palestijnen uit de Bezette Gebieden maar dit zou een onvoorstelbare misdaad tegen de menselijkheid zijn. Ofwel annexeert IsraŽl gewoon de Bezette Gebieden maar dan gaat het een lange periode van gewelddaden in en zal het op langere termijn een soort 'apartheidspolitiek' moeten voeren wil ze in verkiezingen niet overklast worden door de meer kinderrijke Palestijnse gezinnen. Ofwel houdt men de hele Palestijnse bevolking in reusachtige kampen waar ze volledig afhankelijk zijn van het gezag van de IsraŽlische troepen, maar dan worden het nog meer dan vandaag kweekvijvers voor toekomstige zelfmoordenaars.

Tenslotte is er een andere oplossing. Geen ethisch goede of politiek correcte, maar gewoon een pragmatische. Namelijk de hervatting van de conferentie van Taba in januari 2000, nog gevoerd door Barak (maar die toen al besefte dat hij de verkiezingen tegen Sharon zou verliezen, misschien wel het beste moment voor een politicus om tot het uiterste te gaan). Hierin werden een aantal fundamentele bezorgdheden van de Palestijnen gekoppeld aan de eisen van IsraŽl voor veiligheid en zekerheid. Abicht beschrijft dit plan dat niet eenvoudig is maar inderdaad een subtiel evenwicht vormt tussen alle wensen en afkeren tussen de partijen in. Allicht is het momenteel te vroeg om dit plan opnieuw boven water te halen. Maar Abicht geeft op zijn minst een klein lichtpuntje in de absolute donkerte van deze kwestie. Zijn stelling is op zich reeds controversieel gezien de huidige gespannen verhoudingen maar verdient de nodige aandacht. Al was het maar omdat hij een begin van oplossing, in dit op het eerste zicht onmogelijke dossier, durft te suggereren. Elke bespreking van dit boek doet het tekort. Wie echt bekommerd is om de situatie in het Midden-Oosten en de wereldvrede moet de rijke en genuanceerde tekst van Abicht volledig lezen.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Ludo Abicht, Eťn maat en ťťn gewicht, Pelckmans, 2002

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be