Het aanzien van de politiek

boek vrijdag 15 januari 2010

Remieg Aerts

Uit het onderzoek European Trusted Brands van Reader’s Digest in 2009 blijkt dat slechts 12 procent van de Nederlanders vertrouwen heeft in politici. Brandweerlui, vliegtuigpiloten, verpleegkundigen, artsen en apothekers scoren daarentegen bijzonder hoog. Politici zouden zelfs minder vertrouwd worden dan reisagenten, financiële adviseurs en autoverkopers die vroeger altijd achteraan bengelden. Deze cijfers lijken me overtrokken, maar de trend is wel duidelijk. Het imago van de politiek heeft de voorbije jaren klappen gekregen. Nogal wat burgers geloven niet dat politici het goed voorhebben met hun bekommernissen en met het land. Ze keren zich massaal af van de traditionele partijen (christen-democraten, liberalen en sociaal-democraten) en kiezen met steeds meer voor populisten. Alleen D’66 lijkt hier geen hinder van te ondervinden, integendeel. Volgens de peilingen zouden de sociaalliberalen met hun redelijke en pragmatische oplossingen een grote stap voorwaarts zetten. Maar het punt blijft dat meer mensen dan ooit voorheen de politiek niet langer serieus lijken te nemen. Over dit verschijnsel schreef Remieg Aerts, een hoogleraar politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit van Nijmegen, het opvallende boekje Het aanzien van de politiek.

Politici genoten in het verleden aanzienlijk meer aanzien, maar ook toen bestond er al heel wat kritiek op de politieke machthebbers. De auteur verwijst naar het Britse rijk in de zeventiende eeuw toen het parlement nog grotendeels in handen was van de adel en vermogende burgers, een situatie die trouwens tot diep in de negentiende eeuw bleef bestaan. Pas met de opkomst van democratische bewegingen rond 1760 zwol de kritiek op het politieke bedrijf aan. De monarchie en de aristocratie werden voorgesteld als ‘een poel van immoraliteit, waaraan op den duur ook geen legitimiteit meer toekwam’, schrijft Aerts. Hij verwijst naar de voorstelling van de Britse koning George III als een ‘vraatachtige sul’. Een van de voornaamste critici was Thomas Paine die in zijn pamfletten Common Sense en Rights of Man van leer trok tegen de erfelijke monarchie die er kon voor zorgen dat er zelfs idioten aan de macht kwamen (George III was trouwens zwakzinnig). Paine was een grote voorstander van de representatieve democratie dat aan de grondslag lag van het Amerikaanse politieke systeem.

De representatieve democratie werd in de loop van de negentiende eeuw in zowat alle westerse en Latijns Amerikaanse landen ingevoerd. Het zorgde voor de vorming van politieke partijen en een voortdurend debat tussen meerderheid en oppositie, twee elementen die volgens de auteur de ruimte schiepen voor ‘de scherpe, vuile en tactische strijdmethoden en aan de georganiseerde partijschap die de politiek haar kwalijke imago gegeven hebben’. Dat was gezien het systeem ook onvermijdelijk. De opkomst van socialistische partijen en later het algemeen stemrecht zorgde ervoor dat de volksvertegenwoordiging van karakter veranderde. Ook de middeninkomens kregen een plaats in het parlement, maar Aerts wijst er terecht op dat de verkozenen nog heel lang een aureool van macht en gezag behielden.

De omslag gebeurde volgens hem in de loop van de jaren zestig met de ontzuiling en de ontkerkelijking. De autoriteit van gevestigde machten werd in vraag gesteld en de politiek werd al snel informeler. In de jaren tachtig kreeg het aanzien een verdere knauw door de ideologie van de markt. ‘Het prestige van de markt, de manager en de bedrijfsmatige aanpak overvleugelde dat van de publieke sector volkomen’, schrijft Aerts, alhoewel er juist in die periode nog bijzonder sterke politieke leiders waren. Wat men ook over hen mag denken, politici als François Mitterand, Helmut Kohl, Margareth Tatcher, Frits Bolkestein en Wim Kok, straalden veel gezag en vertrouwen uit.

Er gebeurde wel iets anders. De houding van de burgers tegenover de overheid, en dus tegenover de politiek, veranderde. Burgers gingen zich steeds meer opstellen als klanten en consumenten. Daarmee evolueerde de politiek van een soort leidraad naar een louter uitvoerend systeem. En toen die niet volledig en snel genoeg kon tegemoet komen aan de verzuchtingen van de burgers, groeide de fameuze kloof tussen burgers en politiek, en tot een verdere neergang van het aanzien van de politiek. Volgens de auteur ligt een grote verantwoordelijkheid voor deze evolutie bij de media die teveel bezig zouden zijn met hun ‘marktaandeel’ en te weinig oog zouden hebben voor het ‘bewaken van de democratie’. Waarbij politici zich ertoe lenen om op te draven in allerlei spelprogramma’s wat hun gezag opnieuw niet ten goede kwam. Aerts stelt dat politici moeten luisteren, maar daarom nog niet gehoorzamen naar de publieke opinie, wat er volgens hem enigszins bizar op neerkomt dat ze eigenlijk een soort acteurs zouden moeten zijn. ‘Gezag is vaak noodzakelijk om binnen een verdeelde samenleving doorbraken te forceren, of om met het oog op de toekomst impopulair beleid te voeren’, aldus de auteur. Dat klopt, maar juist die houding wordt door populisten zo verguisd en voorgesteld als ‘niet willen luisteren naar de gewone man in de straat’, en blijkbaar met succes. Feit is immers dat heel wat kiezers die klagen over de kloof met de politiek juist aansturen op de korte termijn politiek die vaak zo nefast is. Maar uiteindelijk is het natuurlijk aan verantwoordelijke politici om de kwalijke kanten van het populisme duidelijk te maken en tegen de stroom in een lange termijnvisie verdedigen. Dat is geen gemakkelijke weg, maar wel de enige die opnieuw vertrouwen aan de burgers kan geven.

Het aanzien van de politiek ademt een zeker pessimisme uit. Alsof de afbrokkeling van het gezag van onze volksvertegenwoordigers onomkeerbaar is. Dat klopt niet. In zijn boek De geopolitiek van emotie heeft Dominique Moïsi goed aangetoond dat Barack Obama erin geslaagd is om de sfeer van angst en onzekerheid in de Verenigde Staten te doen omslaan in hoop en vertrouwen. Daarvoor deed Obama enkel en alleen beroep op iets wat te vaak vergeten wordt in het politieke bedrijf: de kracht van een overtuiging!


Recensie door Dirk Verhofstadt

Remieg Aerts, Het aanzien van de politiek, Uitgeverij Bert Bakker, 2009, 140 p., ISBN 9789035134553

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be