De aanval op de natiestaat

boek

Thierry Baudet

De thema's nationalisme en natiestaat zijn terug van weggeweest. Politici, intellectuelen en academici houden zich tegenwoordig minder bezig met het veel geciteerde credo ''le nationalisme c'est la guerre'' van de voormalige Franse premier Francois Mitterand, en worstelen meer met vraagstukken over nationaliteit, identiteit en eigenheid en natiestaat en soevereiniteit. Het is de vraag hoe deze nieuwe tendens moet worden geduid? Is het, zoals de Nederlandse historicus H.W. von der Dunk die begin jaren negentig al dezelfde tendens die nu opkomt bespeurde, een reactie op de toegenomen internationalisering van de politiek, de Europeisering en nivellering van de levensstijl en de grootschaligheid op economisch en technologisch gebied? Is het zoeken naar beschutting tegen de immer doorrazende globalisering? Is het de angst om al het bestaande kwijt te raken? Of zijn natiestaat en een vorm van nationalisme simpelweg noodzakelijk voor het voortbestaan van de democratie en de rechtsstaat?

Die laatste vraag staat centraal in het boek De aanval op de natiestaat van de Thierry Baudet. In zijn boek stelt Baudet, die op dit thema recent gepromoveerd is aan de Universiteit van Leiden, dat rechtsstaat en democratie inderdaad bedreigt worden door de aanval op de natiestaat, ''het grootste project van de naaoorlogse elite'' zoals hij het met een zeker complottheorie-gehalte formuleert. (Europees) supranationalisme en multiculturalisme, veroorzaakt door massa-immigratie, hebben geleid tot een gevaarlijke situatie. Beide ontwikkelingen hebben namelijk de grenzen, zowel juridisch, politiek als historisch, zodanig doen vervagen dat de staatssoevereiniteit is uitgehold. Zonder grenzen kunnen democratie en rechtstaat niet voortbestaan. Grenzen zijn immers het middel om rechtsgebieden af te bakenen en daarmee jurisdictie, en dus (juridische) soevereniteit, te claimen. ''Supranationalisme heeft'', schrijft Baudet, ''instellingen de macht [verschaft] om door nationale grenzen heen te breken en zo territoriale rechtsmacht van een staat te overstemmen. Het multiculturalisme op haar beurt heeft vervolgens de grenzen van de natiestaat ontkracht en daarmee de collectieve identiteit binnen die grenzen verzwakt. Daarnaast stimuleert het minderheden om bijvoorbeeld een beroep te doen op regels, meestal gewoonterecht, die niet binnen de natiestaat gelden. Zo wordt de territoriale jurisdictie uitgehold.

Naast dit gevaar wijst Baudet op de dreiging die het supranationalisme vormt voor de democratie en de rechtsstaat. De democratie, allereerst, kan volgens Baudet niet bestaan zonder een volk, zonder een collectief 'wij'. Een 'vertegenwoordigende' regering is op die manier immers een nietszeggende term. Een optelsom van individuen of een samenstelling van ''aparte klassen'' kan per definitie niet samengaan met een democratie; zonder volk, geen vertegenwoordiging van het volk, of, zoals Paul Scheffer schreef in zijn boek Het land van aankomst (2007): ''zonder wij gaat het niet.''

Ook de rechtsstaat kan niet zonder demos kan bestaan. ''Niet alleen moet de rechter die de wet toepast en uitlegt worden erkend als de rechtmatige instantie door beide partijen bij een conflict'' , betoogt Baudet, ''belangrijker nog, [is dat] de inhoud van de wet zelf niet veel meer dan gestolde cultuur is.'' Op het supranationale niveau ontbreekt het de rechters aan sociale autoriteit en daarmee is haar rechtspraak niet legitiem. Supranationale rechtspraak is volgens Baudet dus naar haar aard in strijd met de idee van de rechtsstaat op nationaal niveau. Natiestaat en rechtsstaat zijn onlosmakelijk en de hoeders van de eerste zijn, als je Baudets redenering doortrekt, ook de beschermheren van de laatste. Iemand als Geert Wilders, voorman van de Partij voor de Vrijheid (PVV), heeft dus, volgens Baudet, eigenlijk het beste voor met de rechtsstaat als hij de integriteit van de rechterlijke macht ter discussie stelt, de Europese Unie affakkelt en een pleidooi houdt voor afschaffing van artikel 1 van de Grondwet, waarin het gelijkheidsbeginsel is vastgelegd.

Baudet stut zijn argumentatie door dieper in te gaan op de organisaties die het huidige supranationalisme belichamen. Zo herhaalt hij zijn (vrij gebrekkige) kritiek uit de NRC in 2010 op het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Het EHRM neemt beslissingen op supranationaal niveau op basis van universele waarden of uit economische ratio, stelt Baudet. Uitspraken worden gebaseerd op het uitgangspunt dat ''elk beschaaf land of mens het ermee eens zou zijn''. Hiermee trekt het Hof een enorme rechtsmacht naar zich toe die schadelijk, oftewel soevereiniteit inperkend, is voor de nationale rechtsgebieden. Met deze kritiek op de liberale universele waarden sluit Baudet zich aan bij de conservatieve denker Alisdair MacIntyre die betoogt dat ''there is no morality as such; morality is always the morality of a particular community.''

Baudet toont eruditie en gevoel voor samenhang - in andere hoofdstukken gaat dat hem minder goed af - in zijn bespreking van de oorsprong van de moderne staat. De behandeling van vroege politieke theoretici als Bodin (ondanks zijn rampzalige manier van schrijven een pionier in de politieke theorie), Althusius, Grotius, Emer de Vattel en Thomas Hobbes voorzien De aanval op de natiestaat van een noodzakelijk fundament. Bovendien is Baudet's analyse van de staat als opmaat van de nationale soevereiniteit essentieel voor de kern van zijn betoog. Het is namelijk van groot belang om onderscheid te maken tussen de termen 'natie' en 'staat'. Beiden worden soms door elkaar gebruikt en zijn zodoende bron van wijdverbreide verwarring. Zo maakt Baudet een onderscheid tussen drie benaderingen van de term natie. Ten eerste is er het Verlichte universalisme, dat volgens veel historici het begin van de moderne natiestaat inluidde. Monarchie werd vervangen door volkssoevereiniteit en de burgers, les citoyens, eisten in de daaropvolgende decennia hun positie als de leidende stand op. Uit de opstand tegen de monarchen, een in essentie emancipatoire ontwikkeling die vooral was gestoeld op de nieuwe door de Verlichtingsdenkers ontwikkelde vooruitgangsfilosofie, werd een gevoel van verbondenheid aan de natie, en niet meer aan bijvoorbeeld een absoluut vorst, geboren. Regionale binding, die toen sterker heerste, zwakte langzaam af.

Een belangrijke tweede vorm van nationalisme die vervolgens zijn intrede deed, is het romantisch-particularisme. Deze stroming omvat het natiegevoel dat krachtig werd vormgegeven door de Duitse theoloog en filosoof Johann Gottfried Herder en, in mindere mate, door Johann Gottlieb Fichte, volgens Isaiah Berlin de vader van de romantiek. Het individuele volkskarakter en de nationale ziel werden onderdeel van het Duitse natie-idee. Dit uitte zich in volksliederen, de verheerlijking van de eigen taal en de verering van eigen tradities en gewoontes. Blut und Boden nationalisme kent echter een zwarter imago dan het universalistische nationalisme van de (radicale) Verlichting en historici trekken vanaf deze uiting van de romantiek vaak de lijn door naar het nationaal-socialisme van nazi-Duitsland en ook het fascisme van Mussolini in het ItaliŽ van de jaren dertig. Voor veel mensen heeft het woord nationalisme dan ook een vieze bijsmaak en is het onlosmakelijk verbonden met de ongenadige destructie die de twintigste eeuw voortbracht.

Baudet ziet dit echter anders. Hij komt, tot slot, tot een benadering van het nationalisme waar hij zelf een voorstander van is, te weten een ''open maar voorwaardelijke benadering'' die in wezen tolerantie voorstaat. Integratie en uiteindelijke volledige assimilatie staan hierin centraal. Baudet pleit voor een zogenaamd multicultureel nationalisme en een soeverein kosmopolitisme waarin de natiestaat, die zowel territoriaal als 'ingebeeld' - zie de zogenaamde imagined communities van de Amerikaanse antropoloog Benedict Anderson) dient te bestaan, als hart van het politieke bestel fungeert. Essentieel daarbij is dat er een Leitkultur is die de rechtsstaat en de democratie in de natiestaat moeten waarborgen. Naast dit analytische karakter is Baudets werk echter vooral polemisch. Zo beschuldigt hij liberale en linksgeoriŽnteerde denkers ervan te streven naar ''het installeren van een wereldregering'' en schiet hij op het Schengen-akkoord en de euro. Baudet valt dus net zoveel aan als hij verdedigt, zo niet meer.

De aanval op de natiestaat moet in essentie echter worden opvat als een aanklacht tegen relativisme en een moderne, a-historische vorm van liberalisme. Baudet gruwt van een wereld zonder verschillen en zonder grenzen, zonder afzonderlijke culturen, volkeren en tradities waarin niets heilig is. Wat dat betreft kan hij aansluiting vinden bij Bas Heijne die in zijn boek Moeten we van elkaar houden (2011) sterk ageert tegen extreem relativisme en concludeert dat de roep om eigenheid en geborgenheid in een geglobaliseerde wereld serieus moet worden genomen, of sterker, moet worden beschouwd als inherent aan het mens-zijn. Het verschil is dat Baudet concludeert dat een nieuwe vorm van nationalisme noodzakelijk is en pleit voor een eerherstel van de natiestaat, terwijl Heijne meer ziet in een herwaardering van het humanisme en een andere interpretatie wenst van de abstracte Verlichtingswaarden. Wellicht dat er in beide conclusies een kern van waarheid te vinden is, maar het is duidelijk is dat het debat nog lang niet is afgerond.


Recensie door Daniel Boomsma


Thierry Baudet, De aanval op de natiestaat, Uitgeverij Bert Bakker, juni 2012

Links
mailto:daniel_boomsma@hotmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be