In de ideeëngeschiedenis krijgt de eerste helft van de negentiende eeuw ten opzichte van de tweede helft over het algemeen een wat onevenredig grote hoeveelheid aandacht. De periode tot en met 1840 wordt over het algemeen beschouwd als een aaneenschakeling van noviteiten en de ontvouwing van nieuwe ideologieën. De reactie op de Franse Revolutie krijgt op allerlei gebieden de wind mee. De sturm und drang van de romantiek laat zich in Europa voelen. Nieuwe revoluties volgen elkaar snel op. Toch is het een misvatting om de eerste helft van de negentiende eeuw als zodanig te beschouwen, in ieder geval in filosofisch opzicht. Althans, dat is de stellige overtuiging van Frederick Beiser, dé autoriteit op het gebied van de Duitse filosofie en professor aan de New Yorkse Syracuse University. De tweede helft van de negentiende eeuw is “één van meest creatieve en revolutionaire periodes van de moderne filosofie”.

Het bekende verhaal van de negentiende eeuw luidt ongeveer als volgt: in de eerste helft van de negentiende eeuw maakt Europa, en het nog niet geboren Duitsland, een revolutionair-romantische transformatie door. Daarop volgt een reactie. Maar dat is slechts een deel van het verhaal. Voor zowel After Hegel als Weltschmerz: Pessimism in German Philosophy, Beiser’s meest recent verschenen studies, is die constatering het vertrekpunt. 1840 is een cruciaal jaar. Dat jaar omvat een begin en een eind. Het markeert het einde van de oude Hegeliaanse filosofie, het fundament van het klassieke Duitse idealisme dat zo oneindig krachtig leek, en het ontstaan van een crisis in de filosofie. Nieuw concepten moesten nog vorm krijgen, terwijl de oude hadden afgedaan. 1840 luidt daarmee ook een nieuw begin in.

Het einde van de dominantie van de filosofie van Hegel, liet ruimte voor nieuwe gedachtestromingen. Nieuwe filosofische controverses ontstonden, over het materialisme bijvoorbeeld. Het pijnlijke losscheuren van het Christendom voltrok zich, via Feuerbach, Stirner, Büchner, Schopenhauer en Nietzsche. Daarmee leek de lange ‘pantheismusstreit’, de poging om rede en geloof te verenigen, nietszeggend geworden. Het neo-kantianisme won rond 1860 veel aanhangers. De moderne logica, met Frege als voorloper, ontwikkelde zich. En het “historismus” vormde zich in het kielzog van Von Savigny en Leopold von Ranke. Wie de ontwikkelingen in de tweede helft van de negentiende eeuw zo op een rij zet, kan niet anders dan het revolutionaire karakter ervan erkennen Bovendien raken de filosofische schisma’s nog steeds aan onze tijd, misschien nog wel meer dan de talloze stromingen uit de eerste helft van de negentiende eeuw.

En dan was er de opmerkelijke opgang van het filosofisch pessimisme, door Beiser beschreven in zijn Weltschmerz: Pessimism in Germany philosophy. Rond 1860 was men “geobsedeerd” met de vraag: is het leven het waard te leven met zoveel kwaad en lijden in de wereld? En op die vraag volgde doorgaans een diep beleefd negatief antwoord: nee, dat is het niet. Dat antwoord was “even simpel als schokkend”, schrijft Beiser. “Niet-zijn is beter dan zijn, de dood is beter dan het leven.” Óók die gedachte – één die we vandaag nog nauwelijks in herinnering brengen – kreeg dus een plaats in de rijke geschiedenis van Westerse ideeën. Waar Hegel nog schreef over en streefde naar “in die Welt zu hause sein”, werd de filosofische ‘stemming’ nu zwartgallig. “De donkere wolk van het pessimisme hing over Duitsland”, schrijft Beiser. Maar met die wolk, arriveerde ook een nieuwe wind.

Want waar de filosofie na Hegel in een crisis was vervallen, bracht het filosofisch pessimisme, waar Schopenhauer de drijvende kracht achter was, paradoxaal genoeg een nieuwe levendigheid. De vraag naar de waarde van het leven mocht dat om een negatief antwoord kunnen rekenen, hij werd in ieder geval gesteld. En die vraag werd niet alleen in de universiteiten op filosofische wijze gesteld. Het was ook een breed beleefde ‘ervaring’ onder de middenklasse. De Duitsers spraken van Weltschmerz, dat onvertaalbare woord dat de tand des tijds goed over doorstaan. Men had het over de negatieve Zeitgeist – nog zo’n woord dat de tijd overleefd heeft – een moeilijk te definiëren term, die vaak leek te verwijzen naar allerhande vraagstukken waar geen direct antwoord op was te geven. Zo lag er de Sozialfrage (later in Nederland de ‘sociale quaestie’ genoemd) of het probleem van de nieuwe onderklasse wier leefomstandigheden slecht waren maar waar geen éénduidige oplossing voor gevonden leek te kunnen worden.

Toch had de Weltschmerz geen economische drijvende kracht of oorsprong maar een filosofische. De preoccupatie met het pessimisme, vloeide voort uit de schijnbaar onweerlegbare filosofische redenering van Schopenhauer in Die Welt als Wille und Vorstellung. Wat dat betreft geldt nog immer Heinrich Heine’s opmerking: “Dieses merkt Euch, Ihr stolzen Männer der That. Ihr seit nichts als unbewusste Handlanger der Gedankenmänner, die oft in bemühtigster Stille Euch all Eu’r Thun auf’s bestimmteste vorgezeichnet haben.” Schopenhauer redeneerde als volgt: de aard van een mensenleven is zo miserabel dat niet-zijn verkiesbaar is boven zijn. Beginnende bij de klassieke filosofie stelt hij dat de essentie van mensen het ‘willen’ en ‘streven’ is, dat zijn uiting vindt in verlangens en behoeftes. De pijn van het bestaan ontstaat als die verlangens niet bevredigd worden, als het streben op mislukking uitloopt. Teleurgesteld en uitgeput keren mensen zich af van hun verlangens, en vervallen in verveling, om vervolgens opnieuw te ‘willen’ en te ‘streven’.

Toch is het pessimisme niet te begrijpen via de systematische filosofie van Schopenhauer alleen. Daarin zit ook meteen Beister’s grote bezwaar: de studie van de tweede helft van de negentiende eeuw is te nauw geworden, niet alleen als het om pessimisme als filosofische stroming gaat. Met regelmaat spreekt Beiser van “restricted visions”, “historical limits”, “shortcomings”, “gaps in history” en “single-minded focus” om aan te geven dat de geschiedenis niet als één verhaal moet worden beschouwd, of als een soort canon gepresenteerd dient te worden, maar als een geheel aan verhalen. Daarbij kan er niet worden gerangschikt of gezocht te worden naar een alles verbindende rode draad. Die draad is er niet, en op z’n best zijn er meerdere draden, die krikras door elkaar lopen.


Recensie door Daniël Boomsma

Frederick C. Beiser, Weltschmerz: Pessimism in German Philosophy, 1860-1900, Oxford University Press, 2016. Frederick C. Beiser, After Hegel: German Philosophy, 1840-1900, Princeton University Press, 2016.

Links
mailto:Daniel_Boomsma@hotmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be