Historici hangen kantelmomenten in de geschiedenis graag op aan heldere jaartallen, ook al broeit de onderliggende (r)evolutie al decennia. Ik denk aan de val van het Romeinse Rijk (476), de ontdekking van Amerika (1492), de Franse revolutie (1789), de ondergang van het Ottomaanse Rijk (1918) of mei í68. Die voorliefde uit zich de laatste jaren ook in boektitels. Ik noem er maar enkele: 1759 (Paul Frentop), 1812 (Adam Zamoysli), 1914 (Dirk Vehofstadt/ Lyn Macdonald), 1933 (Philip Metcalfe), 1927 (Bill Bryson), 1945, (Ian Buruma, een meesterwerk), 1968 (Mark Kurlansky). En nu is er 1956. De wereld in opstand, van de Britse historicus Simon Hall.

1956? Dat jaar zei me op het eerste gezicht niet veel. Des de verfrissender is de eyeopener van Simon Hall. De auteur maakt zijn ondertitel helemaal waar. Overal is er oproer. In de Franse en Britse koloniŽn wordt gedemonstreerd en gevochten voor autonomie. Op 1 januari 1956 werd Soedan onafhankelijk van Engeland en later op het jaar was het de beurt aan Ghana onder de leiding van Kwame Nkrumah. Groot-BrittanniŽ zag daarmee zijn wereldwijde imperium beetje bij beetje verder verkruimelen Ė India was al eerder zelfstandig geworden. Ook in de Magreb roerde de autochtone bevolking zich. Terwijl Frankrijk nog enigszins zachtzinnig Marokko en TunesiŽ de vrije teugel gaf, ontvlamde in Algerije een bittere, bloedige strijd.

Frankrijk wilde per se Algerije als een vaste provincie van de Vierde Republiek behouden, ook al omdat er 1 miljoen pieds noirs woonden. Deze wilden hun geprivilegieerde positie ten opzichte van de moslimbevolking verdedigen en de Franse regering ging daar een fors eind in mee. Het leidde tot terrorisme (toen al!) door het FNL, de Algerijnse vrijheidsbeweging, en tot al even wrede contraterreur. Het was wachten op De Gaulle om aan deze slepende oorlog een einde te maken. Het conflict had naar schatting 18.000 dode Fransen gekost en 300.000 moslims.

Ook in Zuid-Afrika werden de duimschroeven aangedraaid, meer speciaal voor de zwarte bevolking. Strengere wetten moesten het apartheidssysteem totaal maken. Na protesten tegen de pasjeswetten werden in 1956 bij een razzia advocaat Nelson Mandela en 140 andere medestanders opgepakt en wegens hoogverraad voor de rechter gedaagd. De ironie wil dat deze massa-arrestatie de politiek diverse antiapartheidsactivisten uit heel het land, die elkaar vaak niet persoonlijk kenden, samenbracht, de onderlinge communicatie en strategische afstemming verbeterde, de interne solidariteit verhoogde en de strijdlust aanwakkerde. Het ANC is er groot door kunnen worden.

In het zuiden van de Verenigde Staten was de situatie van de Afro-Amerikaanse bevolking niet veel beter. Rosa Parks ontketende een landelijke rel toen ze in een bus weigerde op te staan voor een blanke passagier. De voorstanders van segregatie hadden het zo geregeld dat blanken vooraan in de bus mochten opstappen en zitten en zwarten achteraan. Het middengedeelte was voor blank ťn zwart, maar als alle zitplaatsen daar bezet waren, moest een zwarte opstaan voor elke nieuwe blanke passagier. De ophef ťn het proces dat daarvan het gevolg was werden het startsein voor een busboycot, waarin de toen nog jonge dominee Maarten Luther King in zijn rol als leider groeide.

Die busboycot bestond eruit dat zwarten zelf vervoer organiseerden en niet langer de bus namen tot de busmaatschappijen, puur uit financiŽle noodzaak, zich gedwongen zagen de segregatie op hun bussen te stoppen. Maarten Luther King was aanvankelijk niet afkerig van Ďeen beetje bloedvergieten,í aldus Simon Hall, maar geÔnspireerd door Gandhi ging hij al vrij snel over tot een geweldloze strategie, wat zijn tegenstanders alleen maar razender maakte. Ze pleegden onder meer een bomaanslag op zijn huis, maar het belette niet dat de burgerrechtenbeweging almaar meer momentum kreeg. In het Zuiden ging bijvoorbeeld ook de eerste zwarte naar een blanke school. Dat leidde tot felle schermutselingen met segregatie-aanhangers en de Ku Klux Klan, maar rechters konden, met de grondwet in de hand, niet anders dan de segregatie verwerpen.

In de Sovjet-Unie wilde Nikita Chroesjtsjov schoon schip maken, niet door nog meer terreur en repressie ŗ la Stalin, maar omgekeerd: door de misdaden van de ĎVader van het Volkí op te biechten op het Twintigste Partijcongres. Als hij op enige opluchting had gehoopt, vergiste hij zich deerlijk. De gevolgen waren desastreus. Zowel in de satellietstaten als bij communistische partijen in het Westen zaaide de Stalinbashing grote verwarring. Poolse en Hongaarse burgers riepen op straat om meer vrijheid. In Polen kwam daardoor de gedegradeerde liberale communist Gomulka weer aan de macht, al scheelde het een haar of de Sovjet-Unie was Polen binnengevallen.

Ook in Hongarije herrees de eveneens afgezette liberale communist Imre Nagy, maar hij was minder fortuinlijk dan Gomulka. Toen hij het verzet, dat nochtans luidkeels om zijn terugkeer geroepen had, niet onder controle kreeg, bezette de Sovjet-Unie brutaal Hongarije. Premier Nagy werd opgehangen en, ingepakt in dakleer, in een anoniem graf gegooid. Zoín 150.000 Hongaren vluchten naar het Westen. Het voorspelde weinig goeds voor het hele Oostblok, al mocht men in Oost-Duitsland voor het eerst weer hoge hoeden huren. Ander gevolg: de veroordeling van Stalins misdaden leidde tot een blijvende breuk met China.

Simon Hall maakt duidelijk dat deze nietsontziende machtsgreep van Chroesjtsjov indirect te maken had met een andersoortige, met name nationalistische opstand in Egypte, een land dat beste maatjes met de Sovjet-Unie was. Gamal Abdel Nasser, die na een coup in Egypte aan de macht gekomen was en in 1956 de eerste inheemse Egyptische leider in meer dan 2500 was, nationaliseerde in 1956 totaal onverwacht het Suezkanaal. Deze nationalisering werd vergeleken met Hitlers bezetting van het Rijnland. De Fransen en de Britten waren woest, ze zagen hun economische belangen in rook opgaan.

Ook IsraŽl zag Nasser liever ophoepelen. Nasser verbood IsraŽlische schepen in het Suezkanaal en steunde Palestijnse aanvallen vanuit de Gazastrook. Na een geheim onderonsje met IsraŽl, waarvan zelfs de V.S. niet van wisten, vielen ze in een getelefoneerde oorlog Egypte binnen. IsraŽl trok als afleidingsmanoeuvre de SinaÔ binnen en Britten en Fransen probeerde de havenstad Port Said in te nemen. Chroesjtsjov hierover: ĎAls we ons terugtrekken uit Hongarije, is dat een duw in de rug van de Amerikanen, Engelse en Fransen Ė de imperialisten. Zij zullen dit zien als een zwakheid van onze kant en doorgaan met hun offensief .. . Na Egypte volgt Hongarije.í Maar heel de wereld viel over het agressieve trio heen, inclusief Amerika.

Dat land dreigde zelfs de hele voorraad pond sterling te verkopen, zodat de Britten vernederd afdropen. De Engelsen en Fransen hadden dit kunnen weten, want ook hun koloniale vasthoudendheid hadden de Verenigde Staten nooit gesteund. Sindsdien vallen de Britse en Amerikaanse standpunten op buitenlands beleid volledig samen, zoals de oorlog in Irak nog heeft aangetoond. Uiteindelijk profiteerde alleen IsraŽl op korte termijn van deze blitzkrieg. Er werd langs de IsraŽlisch-Egyptische grens een VN-vredesmacht gestationeerd, die tien jaar vrede bracht. Maar op de lange termijn wachtte IsraŽl de wraak van de hele Arabische wereld en zo duurt het conflict tot vandaag voort.

De V.S. mochten dan in principe voor autonomie en zelfbestuur van alle landen zijn, minstens ťťn man heeft dat anders ervaren: de excentrieke advocaat en beroepsrevolutionair Fidel Castro. Eind 1956 vaart hij vanuit zijn verbanningsoord Mexico in een gammel tweemotorig plezierjacht richting Cuba. Het bootje biedt normaal plaats voor 20 mensen, maar nu zijn er 82 man aan boord, onder wie zijn broer Raul en Che Guevara, en tal van wapens. Ze overleven het ternauwernood op zee, maar aan land in Cuba wordt het zootje ongeregeld algauw ontdekt en gedecimeerd. Het mag een wonder heten dat Castro en zijn companeros er ooit in geslaagd zijn om het door Amerika gesteunde bewind van president Battista te verslaan.

Simon Hall heeft zijn boek knap opgebouwd. Hij begint met de busboycot in Montgomery maar hij maakt het verhaal niet meteen af. Hoofdstuk twee schakelt over naar de problemen van Frankrijk in zijn Noord-Afrikaanse kolonies en hoofdstuk 3 behandelt dan weer de geheime toespraak van Chroesjtsjov. Pas in hoofdstuk 4 beschrijft hij het vervolg van de strijd voor de burgerrechtenbeweging in Amerika. Die aanpak houdt de spanning erin Ė je wil echt weten hoe het afloopt met de busboycot en al de rest Ė en Hall maakt daardoor voortdurend kruisverbanden, niet alleen mentaal maar ook letterlijk. Wat de auteur helder laat zien, is: al die opstanden hangen met elkaar samen. Al die naar vrijheid snakkende mensen inspireren en beÔnvloeden bovendien elkaar.

Martin Luther King vatte 1956 in die zin nog het krachtigst samen: ĎHet onafhankelijkheidsstreven in Afrika, Hongarijes strijd op leven en dood tegen het communisme, en de enorme vastberadenheid waarmee zwarte Amerikanen ijveren voor gelijke burgerrechten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.í En voor ik het vergeet: Fats Domino veroorzaakte de allereerste rock-ín-rollrel, Bill Haley zaaide bij de brave burger onrusten verontwaardiging met de film Rock around the Clock en Elvis zong vervaarlijk heupschuddend Heartbreak Hotel, dat meteen nummer ťťn op de Amerikaanse en Britse hitparade werd. Ook cultureel begint het te gisten dus. De rest is geschiedenis. 1956 was een heftig jaar met zware gevolgen, zowel positief als negatief, het heeft een meeslepend boek opgeleverd.


Recensie door Leo de Haes

Simon Hall, 1956. De wereld in Opstand, Spectrum, 2016

Links
mailto:leo.de.haes@gmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be