1913

boek

Floran Illies

Toen kunstschilder Ernst Ludwig Kirchner in de zomer van 1913 op een Noord-Duits waddeneiland verbleef, werd hij iedere dag geconfronteerd met een reusachtig scheepswrak dat net voor de kust in zee lag. Hij schreef erover in zijn brieven, maar op de meer dan honderd tekeningen en schilderijen die hij toen maakte is het nergens te bespeuren. Voor Caspar David Friedrich, de koning van de romantische schilderkunst, was zo’n setting een eeuw eerder wellicht een natte droom geweest, maar niet zo voor Kirchner dus, die al een tijd zijn buik vol had van tussen ijsschotsen brekende sloepen, vervallen kerkjes in de sneeuw en een eenzame dennenboom op een Alpenflank.

1913, schrijft kunsthistoricus Florian Illies in zijn gelijknamige boek, was het jaar dat het modernisme definitief aan de winnende hand leek en de mensheid zich los leek te zullen wrikken uit de voorvaderlijke ketenen. Het was het jaar waarin Kafka voorstelde om zijn eerste verhalenbundel Söhne te noemen, wat Gottfried Benn trouwens al gedaan had met zijn tweede poëziebundel, dat Asta Nielsen schitterde in de film Die Sünden der Väter, het Berlijnse tijdschrift Die Aktion opriep tot vadermoord, Freud aan zijn Totem und Tabu werkte waarin de vadermoord als het begin van de cultuur wordt beschreven en zijn leerling Jung meteen de daad bij het woord voegde door te beweren dat heel Freuds libidowinkel niet aan hem besteed was, waarna hij zijn eigen weg op ging.

En met succes trouwens want de nood aan geestelijke gezondheidszorg was hoog. Wie zijn vader ombrengt, ligt daar immers ‘s nachts wel eens van wakker en neurasthenie, zoals men toen de toestand van algemene psychische onrust gekoppeld aan angst, hoofdpijn en duizeligheid noemde, was een populaire aandoening. Kafka probeerde ze te verdrijven door te werken in een groentetuin, Musil wou ze van zich af schrijven en Trakl, die ze combineerde met een onstuitbare seksuele drang voor zijn zus, zoop zich te pletter.

Illies is een Duitser en het is dus logisch dat de Duitse cultuur sterk op de voorgrond staat, maar anderzijds heeft hij natuurlijk ook gelijk wanneer hij beweert dat Berlijn, Parijs, München en Wenen de steden zijn waar het modernisme uitgevonden werd. Oké, je had de Engelse scene, maar die kwam toch een beetje later - Virginia Woolf debuteerde pas in 1913 - en we mogen ook Joyce natuurlijk niet vergeten, al zat die man toen stilletjes te verkommeren in Triëst, wat op dat moment de rijkste havenstad was van... jawel, Oostenrijk-Hongarije.

In Wenen, daar werd de toekomst gemaakt, en dat op meer dan één vlak. Er waren de vele kunstateliers natuurlijk, waaronder dat van Gustav Klimt bijvoorbeeld, de man die nooit iets droeg onder de schilderschort wat handig was wanneer het hem te machtig werd en hij zich op een van zijn tientallen naaktmodellen stortte. Maar ook op politiek vlak liep in 1913 de toekomst over de Weense trottoirs. Zowel Hitler, Lenin, Stalin, Trotski als Tito verbleven toen in die stad, de een al in armtieriger omstandigheden dan de ander.

Illies heeft zijn boek opgebouwd aan de hand van de maanden van het jaar, waarbij hij een aantal historische personages volgt van januari dot december. Sommige verhalen kruisen elkaar of smelten samen en om het geheel nóg vlotter te maken heeft hij een paar running gags ingevoerd, zoals die over de gestolen Mona Lisa die iedere maand nog steeds verdwenen is en die over de carrière van Marcel Duchamp die er in de lente van overtuigd is dat het modernisme met het kubisme zijn einde bereikt heeft en zich daarom alleen nog met schaken inlaat, tot hij een half jaar later voor de lol een fietswiel op een keukenkrukje monteert.

Fantastisch is de manier waarop Illies de ongelijktijdigheid van de geschiedenis toont, waarmee we bedoelen dat 1913 natuurlijk niet volstrekt modernistisch was. Meer zelfs, het publiek was nog steeds verslingerd aan de late romantiek, en dat gaf soms aanleiding tot gensters. Typerend is bijvoorbeeld wat Arnold Schönberg, de bedenker van het twaalftoonstelsel, overkwam. In het voorjaar stelde hij zijn romantische Gurrelieder voor en oogstte hij een enorm succes. Een paar maanden later dirigeerde hij modern werk van zijn leerling Alban Berg en barstte de zaal uit in razernij. Een man sprong daarbij op het podium en verkocht Schönberg een oorvijg, waardoor het gebeuren de geschiedenis in ging als het oorvijgenconcert. Wat daarbij vooral opvalt is hoe ernstig men toen kunst nog nam. Wie begint vandaag nog een vechtpartij omwille van een muziekstuk of een schilderij? Niemand natuurlijk, tenzij er religie in het spel is.

U heeft het inmiddels wel door, Illies schrijft vooral over kunst en cultuur, en dat is soms wel een beetje jammer. Waarom vermeldt hij bijvoorbeeld niet dat Niels Bohr in 1913 zijn op het werk van Ernest Rutherford gebaseerde atoommodel voorstelt, wat met Hiro- en Fukushima in gedachten toch ook een revolutionaire gebeurtenis was, maar heeft hij het daarentegen wel een aantal keer over Rudolf Steiner? Wellicht omdat hij wou tonen wat er op dat moment leefde in de geest van de mensen en dat was wel Steiners antroposofie die - alweer vadermoord, roept de Freudiaan - reageerde tegen de steeds rationalistischer en functionalistischer kijk op de mens en niet de nieuwste fysica.

Maar misschien was er ook wel een andere reden. Steiner was immers een van de weinigen die de oorlog zag aankomen. De anderen dachten dat er te veel contact was tussen de staten onderling en dat de financiële wereld de oorlogsmachine nooit zou smeren omdat die haar eigen ondergang zou worden. Of zoals Lenin tegen Gorki zei, daar in Wenen: “Een oorlog tussen Rusland en Oostenrijk zou de revolutie bespoedigen. Maar ze zullen ons dat plezier niet doen.”


Recensie door Marnix Verplancke

Deze recensie verscheen eerst in De Morgen van 13 maart 2013

Florian Illies, 1913, Atlas Contact, 320 p., 2013, 24,95 euro.

Links
mailto:marnixverplancke@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be